Luchtfee Suzy met Diamanten

.

Jij in een bootje dat op een rivier vaart
Langs bomen vol fruit, de lucht lijkt gelei
Meisjesstem roept je, heel traag geef je antwoord
Haar ogen zijn mandala-wijd

Bloemen van geel-groen gekleurd cellofaan
Boven je hoofd hemelhoog
Zoek naar die meid met haar ogen vol zon
Ze is weg

Luchtfee Suzy met diamanten
Luchtfee Suzy met diamanten
Luchtfee Suzy met diamanten
Ah… Ah…

Haar achterna naar een brug bij fonteinen
Waar hobbelpaardvolk punten spekkiestaart snijdt
Blije gezichten, je zweeft langs de bloemen
Die groeien aan alles voorbij

Kranttaxi’s komen eraan op de wal
Komen voor jou, je moet mee
Spring achterin met je hoofd in een wolk
Je bent weg

Luchtfee Suzy met diamanten
Luchtfee Suzy met diamanten
Luchtfee Suzy met diamanten
Ah… Ah…

Jij in een sneltrein die in een station staat
Met spoorlui van speelklei in spiegellivrei
Meisje duikt plotseling op bij het draaihek
Haar ogen zijn mandala-wijd

Luchtfee Suzy met diamanten
Luchtfee Suzy met diamanten
Luchtfee Suzy met diamanten
Ah… Ah…

John Lennon & Paul McCartney | © vertaling: Judy Elfferich
.

Inzending Nederland Vertaalt 2019, niet genomineerd. De genomineerde vertalingen E-N: klik.
Lentedroom, mijn inzending D-N, werd wel genomineerd: klik.

.

De oorspronkelijke tekst:
.

LUCY IN THE SKY WITH DIAMONDS

Picture yourself in a boat on a river,
With tangerine trees and marmalade skies.
Somebody calls you, you answer quite slowly,
A girl with kaleidoscope eyes.

Cellophane flowers of yellow and green,
Towering over your head.
Look for the girl with the sun in her eyes,
And she’s gone.

Lucy in the sky with diamonds,
Lucy in the sky with diamonds,
Lucy in the sky with diamonds,
Ah… Ah…

Follow her down to a bridge by a fountain,
Where rocking horse people eat marshmallow pies.
Everyone smiles as you drift past the flowers,
That grow so incredibly high.

Newspaper taxis appear on the shore,
Waiting to take you away.
Climb in the back with your head in the clouds,
And you’re gone.

Lucy in the sky with diamonds,
Lucy in the sky with diamonds,
Lucy in the sky with diamonds,
Ah… Ah…

Picture yourself on a train in a station,
With plasticine porters with looking glass ties.
Suddenly someone is there at the turnstile,
The girl with kaleidoscope eyes.

Lucy in the sky with diamonds,
Lucy in the sky with diamonds,
Lucy in the sky with diamonds,
Ah… Ah…

.

Over Lucy in the sky with diamonds

De moeder aller smartlappen

.
Collage-animatie door Laen Sanchez, van een ballade die eind negen­tiende, begin twintig­ste eeuw blijkbaar in grote delen van Europa bekend was, o.a. in nep-middel­eeuws Frans en Nederlands.

De Spaanse versie wordt veelal toegeschreven aan Vicente/Víctor Balaguet/Balaguer, het Spaanstalige origineel van de Engelse versie aan José La Villa Tierra. Zo gaat dat met balladen, die zijn van iedereen.

Victor de la Montagne, Een oudt liedeken, naar Jean Richepin
Jean Richepin, Y avait un’fois un pauv’gas
José La Villa Tierra, Ballad of a mother’s heart (vertaler onbekend)

Grey Brother’s song for Mowgli

.
Grijze Broeders lied voor Mowgli, illustratie © Emily Van Overstraeten
© Emily Van Overstraeten, 2e prijs stArt Award 2017

Human arm has cradled you,
human voice sang you to sleep,
red flame-flower kept you warm
Mowgli, until tiger came.

You were reared on wolf milk after
searing flower’s scorching heat
bit into the tiger’s feet:
when we suckled, there was room
to feed you too.

Father wolf and mother wolf
licked you clean with velvet tongues,
living in our cave among us
you became our brother cub.

Mowgli, funny naked frog
without furry coat or tail,
short of snout but nimble-fingered,
panther (who knows humans) paid
a bull for you.

You are not like other creatures:
red spark-flower in your stare
makes us all avert our eyes
Mowgli, master of the fire.

Bear took care of you, he taught you
all the laws and master words,
languages of beasts and birds
and our jungle wisdom, too
as you grew.

All (except some monkey folks
who even kidnapped you one time)
respect you now as one of them
Mowgli, funny naked frog.

For a while you lived with humans,
learned to quack the way they do.
No one understood you there:
frightened of the magic things
you did and knew.

But we jungle-dwellers never
will forget how you came back
after you defeated tiger –
with me, grey brother from your pack.

Mowgli, Mowgli, which are you:
funny wolf or feral man?
Both are true.

Judy Elfferich | © vertaling: Vivien D. Glass

.
Nederlandse versie: Grijze Broeders lied voor Mowgli.

Met dank aan Vivien Glass (klik) voor haar toestemming om de vertaling hier te posten.

Verre landen

Jessie Willcox Smith, Foreign lands
Groot, die kersenboom, en dik.
Wie erin klom? Ja hoor, ik!
Mijn armen stevig om de stam,
ik keek zo ver als ik nooit kwam.

Ik zag de buurtuin van heel hoog,
een bloemenpracht kreeg ik in ’t oog.
En nog meer moois kwam voor de dag
dat ik niet kende of ooit zag.

Ik zag de lucht weerspiegeld in
rivierenblauwe kronkeling;
het stoffig stuiven, heen en weer,
van wegen met hun druk verkeer.

Als ik een hogere klimboom vond
zag ik nog verder in het rond,
tot daar waar de rivier volgroeid
in heel de zee vol schepen vloeit.

Tot waar de weg aan elke kant
nog doorloopt tot in sprookjesland,
waar elk op tijd aan tafel gaat
en al je speelgoed met je praat.

Robert Louis Stevenson (1850-1894) | © vertaling: Judy Elfferich
.

Het oorspronkelijke gedicht:
.

FOREIGN LANDS

Up into the cherry tree
Who should climb but little me?
I held the trunk with both my hands
And looked abroad on foreign lands.

I saw the next-door garden lie,
Adorned with flowers, before my eye,
And many pleasant places more
That I had never seen before.

I saw the dimpling river pass
And be the sky’s blue looking-glass;
The dusty roads go up and down
With people tramping in to town.

If I could find a higher tree
Farther and farther I should see,
To where the grown-up river slips
Into the sea among the ships,

To where the roads on either hand
Lead onward into fairy land,
Where all the children dine at five,
And all the playthings come alive.

Ecce puer

Born, died

Een kind komt voort
uit zwart weleer.
Droef, blij – verward
gaat mijn hart tekeer.

De levende ligt
er vredig bij.
Ontsluit zijn ogen
met medelij!

In jonge adem
op spiegelglas
geschiedt de wereld
die niet was.

Kind dat ik koester:
oud man die ik mis.
U, vader, verliet ik…
Vergiffenis!

James Joyce (1882-1941) | © vertaling: Judy Elfferich
.

Inzending Nederland Vertaalt 2017, niet genomineerd. De genomineerde vertalingen E-N: klik.
Kleine Weense wals, mijn inzending S-N, werd wel genomineerd: klik.

.

Het oorspronkelijke gedicht:
.

ECCE PUER

Of the dark past
A child is born.
With joy and grief
My heart is torn.

Calm in his cradle
The living lies.
May love and mercy
Unclose his eyes!

Young life is breathed
On the glass;
The world that was not
Comes to pass.

A child is sleeping:
An old man gone.
O, father forsaken,
Forgive your son!

.

Over Ecce puer

De krokodil

.
Krokedook

Geen ondier waar ik zo van ril
als Krokedook, de krokodil.
Op zaterdag stopt hij als snack
zes malse kinderen in zijn bek.
Een meid lust ie, een jongen ook;
graag drie van allebei voor Krook.
Hij pakt de mosterd (pittig spul)
en smeert een lik op elke knul.

Pikante mosterd past niet echt
bij meidenstaart en meidenvlecht.
Maar zalig smaken meiden wel
met toffee en met karamel.
De jongens scherp, de meiden zoet:
iets wat je zeker proeven moet.
Dat is wat Kroko ervan vindt –
en die eet dus al jaren kind.

Zo. Welterusten, uit dat licht.
Doe jij maar fijn je ogen dicht…
Sst. Luister eens en zet je schrap:
wat stommelt daarzo langs de trap?
Op slot die deur, pak m’n geweer!
Schiet op, hij gaat enorm tekeer!
Nee stop! Daar is ie! Opgepast!
Die glibberige groene bast!
Die grijns, die tanden wit en kil!
’t Is Krokedook, de krokodil!

Roald Dahl (1916-1990) | © vertaling: Judy Elfferich
.

Het oorspronkelijke gedicht: klik.

In en om de wachttoren

(All along the watchtower)

Wassily Kandinsky, Twee ruiters voor een rode achtergrond

‘Er moet hier toch een uitweg zijn’, zegt de nar tegen de dief
‘Kan al die verwarring wat minder alsjeblief?
Koopman slempt mijn kelder leeg, bouwman rooit mijn land
Hoe je echte waarde weegt, breng je hun nooit aan het verstand’

‘Ach, maak je er maar niet druk om’, antwoordt de dief bedaard
‘Menigeen hier vindt het leven alleen als grap de moeite waard
Maar jij en ik zijn daarmee klaar, en ons lot is niet dit
Dus laten we reëel zijn nou, aan ’t einde van de rit’

In en om de wachttoren vorsten, steeds paraat
Het vrouwvolk loopt er af en aan, voetvolk komt en gaat
Buiten gromt een roofdier dat zich ginds verschuilt
Twee ruiters komen nader, de wind vlaagt aan en huilt

Bob Dylan | © vertaling: Judy Elfferich

Dit was de vertaalopgave voor scholieren bij Nederland Vertaalt 2017 (juryrapport: klik). Ik wil er misschien een keer een les aan wijden en heb daarom zelf alvast een poging gedaan.
Dylan speelt hier met perspectief. Heeft hij zich – behalve door o.a. Jesaja 21 – laten inspireren door M.C. Eschers litho Belvédère? Ook dit lied is een ‘onmogelijk bouwsel’, een binnenste­buiten­puzzel.

Over All along the watchtower
Over Belvédère

De Warbels

(The Jumblies)

The Jumblies, getekend door Edward Lear zelf

I
Ze gingen naar zee in een zeef, jawel,
in een zeef al naar de zee.
Hun vrienden vonden ’t ondoordacht
maar bij winters weer en bij windkracht acht
gingen zij in een zeef naar zee!
En toen de zeef aan ’t tollen sloeg
en iedereen riep: ‘Nu is ’t genoeg!’
riepen zij: ‘Goed, groot is hij niet,
maar dat maakt ons geen sikkepit uit, geen biet!
In een zeef gaan wij naar zee!’
    Wie weet waar, wie weet waar
    toch het volk van de Warbels leeft?
    Hun handen zijn blauw, groen is hun haar
    en ze gingen naar zee in een zeef.

II
Ze zeilden weg in een zeef, jawel,
in een zeef, heel enthousiast.
Door stormwinden voortgejaagd, mijl na mijl,
met enkel een grasgroene sjaal als zeil
en een pijp bij wijze van mast.
En iedereen zei, die hen zag gaan:
‘O hemeltjelief, ze gaan eraan!
Want de reis is lang en pikzwart is het zwerk,
zo’n zeefvaart is echt onbegonnen werk:
o hou je hart toch vast!’
    Wie weet waar, wie weet waar
    toch het volk van de Warbels leeft?
    Hun handen zijn blauw, groen is hun haar
    en ze gingen naar zee in een zeef.

III
Het water liep gauw erin, jawel,
het water liep gauw erin.
Dus ze vouwden roze vloeipapier
om hun voeten, keurig en zonder kier,
en dat speldden ze vast aan hun kin.
En ze sliepen ’s nachts in een pot van steen,
‘Wat slim hè?’ zeiden ze een voor een.
‘Hoe lang ook de reis en hoe zwart het zwerk,
dat de zeefvaart slecht afloopt dat lijkt ons sterk…

Lees verder

Edward Lear (1812-1888) | © vertaling: Judy Elfferich

De Liefdestuin

.
The Garden of Love, vormgegeven en geïllustreerd door William Blake zelf

Ik ging naar de Liefdestuin toe
en zag wat ik nooit had gezien:
dat waar ik ooit speelde in ’t gras
een kapel was gebouwd sedertdien.

En het hek eromheen was op slot
en ‘Gij zult niet’ stond boven de deur.
Dus ik keerde me weer naar de Tuin
vol bloemen zo heerlijk van geur.

En wat zag ik daar: een en al graf.
En bloemen? Nee, zwartrokken die
rond zerken brevierden en al mijn plezier en
verlangens verstikten met dorens die prikten.

William Blake (1757-1827) | © vertaling: Judy Elfferich
.

Het oorspronkelijke gedicht:
.

THE GARDEN OF LOVE

I went to the Garden of Love,
And saw what I never had seen:
A Chapel was built in the midst,
Where I used to play on the green.

And the gates of this Chapel were shut,
And ‘Thou shalt not’ writ over the door;
So I turn’d to the Garden of Love,
That so many sweet flowers bore.

And I saw it was filled with graves,
And tomb-stones where flowers should be:
And Priests in black gowns, were walking their rounds,
And binding with briars, my joys & desires.

Dus we gaan niet meer uit dwalen

Lord Byron op zijn sterfbed, door Joseph Odevaere

Dus we gaan niet meer uit dwalen
tot in de late nacht,
ook al blijft het hart aanhalig
en vertoont de maan haar lach.

Want het zwaard verslijt zijn schede
en de ziel verslijt de bast,
en het hart raakt moegestreden
en liefde zelf wordt last.

Ook al stemt de nacht aanhalig
en kraait veel te vroeg de haan,
we gaan toch niet meer uit dwalen
bij het licht van de maan.

Lord Byron (1788-1824) | © vertaling: Judy Elfferich
.

Het oorspronkelijke gedicht:
.

SO WE’LL GO NO MORE A-ROVING

So we’ll go no more a-roving
So late into the night,
Though the heart be still as loving
And the moon be still as bright.

For the sword outwears its sheath,
And the soul wears out the breast,
And the heart must pause to breathe,
And Love itself have rest.

Though the night was made for loving,
And the day returns too soon,
Yet we’ll go no more a-roving
By the light of the moon.