Voorzichtig!

Cypriotisch flesje van terracotta, opgegraven in Egypte - Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel, CC by-nc-sa - animatie: JudyElf

Een flesje vol donker
stond in onze kelder,
het wiebelde soms.

We stampten de trap af,
toen is het gebroken.

Het donker liep onder
de deur door de gang in,
de trap op. Het huis sliep
een gat in de dag.

Moe werden we wakker,
we kregen de kriebels.

We dweilden en schrobden
de kamers weer licht,
we borgen het donker
weg onder een deksel.

Nu staat al een poosje
hierboven op zolder
een barstensvol doosje.

Is het nog goed dicht?
We sluipen de trap op.

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 18, ‘De nacht’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 18, ‘De nacht’.

 

 

Dertien duiveltjes

Duiveltjes - animatie: JudyElf, CC by-nc-sa

’s Avonds als ik slapen ga
sluipen mij dertien duiveltjes na:
twee die me vangen,
twee die me stangen,
twee die me testen,
twee die me pesten,
twee die me grijpen,
twee die me knijpen,
twee die me kwellen
omdat ik niet kan tellen.

© Judy Elfferich

De veer

.
Een veertje zweefde over land;
een nijlpaard soesde in het zand.

De veer zei: ‘Als ik die eens wek?’
Ze hield graag anderen voor de gek.

Ze liet zich op het nijlpaard neer
en kietelde zijn dikke leer.

Het nijlpaard opende zijn tater
en barstte uit in luid geschater.

Joachim Ringelnatz (1883-1934) | © vertaling: Judy Elfferich

.

Kleianimatie: Cornelia Anders.

.
Het oorspronkelijke gedicht: Die Feder
Over Joachim Ringelnatz