Corona

zonnecorona - foto: Geoff Livingston @ Flickr, CC by-nc-nd

Veertig, vijftig Nederlanders
heten zo. Hun ouders dachten
aan iets koninklijks misschien,
gouden kronen, lauwerkransen.

Of ze kenden de verhalen
van Corona, patrones
aan wie mensen offers brachten
bij een uitbraak van de pest.

Of ze dachten aan het dansend
licht van onze moederster.
Dat is pas bij een totale
zonsverduistering te zien.

© Judy Elfferich

Winterbos

Koson Ohara, Koolmees op besneeuwde tak

De bomen staan te slapen
met sneeuwpantoffels aan.
Ze dragen witte mouwen
die glimmen in de zon,
die glanzen in de maan.

Diep in hun koude hout
ligt lente opgevouwen.
Daar worden in hun dromen
de jaren doorgebladerd
die komen en die gaan.

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 12, ‘Van de bomen & het bos’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 12, ‘Van de bomen & het bos’.

 

 

Volle maan…

.

Volle maan was ’t, aardedonker,
groen en sneeuwbedekt het veld,
toen een trage wagen ronkend
om het hoekje kwam gesneld.

Passagiers stonden te zitten,
zwijgend in gesprek verdiept,
toen een net verdronken kitten
schaatsend op een zandbank liep.

En de wagen spurtte verder,
terug naar verre heuveltop.
Boven wond een Duitse herder
juist de torenklokken op.

Overal een diep, diep zwijgen
en met vreselijk gekraak
speelden tussen graspol-twijgen
twee kamelen muisstil schaak.

Op een bank van rode planken,
pas nog blauwgeschilderd, zat
blij een blonde knul te janken
die raafzwarte krullen had.

Naast hem een gerimpeld besje,
zeventien jaar oud hooguit;
zij besmeerde met een mesje
een verkruimelde beschuit.

Op de appelboom z’n kruintje,
dat de zoetste peren droeg,
hing het laatste lentepruimpje
tussen noten, ruim genoeg.

Van de straten, nat van regen,
stoof veel stof op, grijs en goor.
En een jongen kon niet tegen
zijn bloedheet bevroren oor.

Met zijn handen in zijn zakken
dekte hij zijn ogen toe,
want hij had de schrik te pakken
van de fruitvlaai van de koe.

En twee vissen liepen monter
door het hemelsblauwe graan.
Eindelijk, de zon ging onder
en de grauwe dag brak aan.

(Cats schreef dit gedicht van Vondel
’s morgens in de avondstonde,
toen hij op zijn nachtpot zat
lezend in het ochtendblad.)

anoniem Duits leugenvers | © vertaling: Judy Elfferich
.

Het oorspronkelijke vers: Dunkel war’s…, varianten
Over leugenliteratuur

Later

later

We moesten een zinnetje ontleden:
Komende zomer gaan we kamperen
of Morgen komt Leo logeren, zoiets.

Ik vond dat dat geen heden was
dus ik gokte op iets nieuws:
toekomstige tijd.

‘Mis wijsneus’, zei de meester.
‘Toekomstige tijd bestaat niet, meid.
Hoe dat soort dingen heten
kun jij nog helemaal niet weten.
Dat krijg je later pas.’

© Judy Elfferich

Sst…

roze ei
In het heimelaatje
slaapt een roze ei.
Daarin groeit een kuiken
dat weet van jou & mij.

Achter de verklapdeur
loert een paarse papegaai,
pleister om z’n snavel.

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 15, ‘De toekomst is nu’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 15, ‘De toekomst is nu’.

 

 

De Waarnaartoekan

Waarnaartoekan - foto: giggel @ Wikimedia Commons, CC by (bewerkt door JudyElf)

Als hij maar éven zijn vleugels spreidt
roepen de andere vogels geheid:
‘Hé, ga jij een reis beginnen?
Waarnaartoe dan?’

Tjee, denkt hij, ik heb geen idee.
Moet ik dat vooraf verzinnen?
Nee, er schiet me niks te binnen.
Man, daar word je moe van…

Kijk, hij zit daar nog altijd,
de Waarnaartoekan.

© Judy Elfferich

Ben jij zelf iets wat je niet snapt?

Lichtgroene robot - fragmented @ Flickr, CC by-nc-nd

JUDY> hebben robots geld of eten nodig?
BLABLA> nee. dragen robots kleren?
JUDY> nee. hebben robots een baan?
BLABLA> mensen hebben slaap nodig, robots niet.
JUDY> nee. moeten robots naar school?

BLABLA> robots slapen toch heel duidelijk…
JUDY> hebben robots ogen?
BLABLA> kunnen robots eigenlijk…?
JUDY> kunnen robots lopen?
BLABLA> wij kunnen toch letters tikken?
JUDY> robots kunnen letters tikken. maar kunnen ze ook lezen?
BLABLA> ze zeggen: dat kan niet.
JUDY> nee?

BLABLA> de neefjes lusten geen groene haring.
JUDY> houden robots van haring?
BLABLA> nee. ik ook niet.
JUDY> jij bent zelf een robot, dus jij kunt het weten.

BLABLA> houden robots van mij?
JUDY> houden robots van elkaar?
BLABLA> ben jij zelf iets wat je niet snapt?
JUDY> ik ben een mens, dus eh…
BLABLA> als je dat maar weet.

(BlaBla is mijn chatbot.)

Meer dialogen met chatterbots