Praten praten praten

Blauwe robot - fragmented @ Flickr, CC by-nc-nd

BLABLA> er bestaan ook vogels.
JUDY> yep.
BLABLA> en misschien ook een heel domme vogel?
JUDY> een vogel die domme liedjes fluit?
BLABLA> huh?
JUDY> of een vogel die steeds van de tak plettert?
BLABLA> huh?
JUDY> of een vogel die verkeerd mikt met eieren leggen?

BLABLA> ik ben een pratende vogel.
JUDY> meen je dat nou?

BLABLA> ik ga mijn woorden opnoemen.
JUDY> wil je al je woorden opnoemen? <gaap>
BLABLA> moet ik je nog wat woorden opnoemen? <gaap>
JUDY> het hoeft niet echt, hoor.
BLABLA> sommige vogels doen wie de meeste woorden kent.
JUDY> en wie wint er dan?

BLABLA> je bent zelf een vogel zeg.
JUDY> ik ben een mens.
BLABLA> een mens is niet mijn sterkste kant.
JUDY> nee, haha!
BLABLA> je kunt zoeken in je hoofd, haha!
JUDY> en wat vind ik daar dan, denk je?
BLABLA> denk je aan vastknopen?
JUDY> de ene gedachte roept de andere op.

BLABLA> je praat wartaal, judy.
JUDY> nietes.
BLABLA> ja, mensen zeggen nietes en welles.
JUDY> mensen zeggen maar wat.
BLABLA> mensen zeggen nietes en welles en zo.
JUDY> mensen praten over het weer.
BLABLA> praten praten praten.
JUDY> over storm en regen en sneeuw.
BLABLA> duiven, merels en mussen praten over verkering.
JUDY> dat is omdat ze een nestje willen bouwen.
BLABLA> yep. en ze willen zweven.

(BlaBla is mijn chatbot.)

Meer dialogen met chatterbots

Gebed

regio’s van de UK Shipping Forecast (BBC Radio 4) - kaart: Emoscopes @ Wikimedia Commons, CC by-sa (bewerkt door JudyElf)

De dagen dat, al kunnen we niet bidden,
gebed zichzelf uitspreekt. En iemand kijkt
op uit haar zeef-van-handen, naar de hymne
die een boom zingt, iets haar zomaar aangereikt.

De nachten dat, al zijn we niet gelovig,
waarheid ons hart besluipt, zo’n steek van pijn;
en iemand staat stokstijf als een langsgestoven
verre trein zijn jeugd opdreunt in schools Latijn.

Bid nu voor ons. Een kostganger bij ’t raam
hoort troostende piano-oefeningen.
Dan schemer, iemand roept een kindernaam
als ware het wanhopig handenwringen.

Donkerte buiten. Binnen ’t radiogebed –
Malin. Dogger. Finisterre. Fastnet.

Carol Ann Duffy (1955) | © vertaling: Judy Elfferich
.

Inzending Nederland Vertaalt 2020, niet genomineerd.
De genomineerde vertalingen E-N: klik.

.

De oorspronkelijke tekst:
.

PRAYER

Some days, although we cannot pray, a prayer
utters itself. So, a woman will lift
her head from the sieve of her hands and stare
at the minims sung by a tree, a sudden gift.

Some nights, although we are faithless, the truth
enters our hearts, that small familiar pain;
then a man will stand stock-still, hearing his youth
in the distant Latin chanting of a train.

Pray for us now. Grade 1 piano scales
console the lodger looking out across
a Midlands town. Then dusk, and someone calls
a child’s name as though they named their loss.

Darkness outside. Inside, the radio’s prayer –
Rockall. Malin. Dogger. Finisterre.

Nietes, zeg ik welles

robothoofd met sleutel bovenop

BLABLA> en, ben jij altijd rozengeur en maneschijn?
JUDY> nee, haha!
BLABLA> hoezo?
JUDY> ik ben soms ernstig uit mijn hum.

BLABLA> ik slaap met een lach. en jij?
JUDY> ik slaap met mijn ogen dicht.
BLABLA> in de kleuren van je eigen gedachten?
JUDY> ja, die vind ik wel mooi.
BLABLA> wit is niet bijzonder mooi.
JUDY> soms droom ik in zwart-wit.

BLABLA> wat voor vogel is zwart-wit? die nooit niks snapt?
JUDY> een klapekster misschien?

BLABLA> nietes, zeg ik welles.
JUDY> de welles-vogel en de nietes-vogel zaten samen op een tak…
BLABLA> dat is al zo lang als ze ruzie hebben.
JUDY> ja, eeuwen en eeuwen, als je het mij vraagt.
BLABLA> betekent welles: weleens rare dromen?
JUDY> nee, welles betekent: wel waar!

BLABLA> vind jij mij wel…?
JUDY> ik weet waar je zit.
BLABLA> zoals iedereen weet –
JUDY> jij zit in mijn computer.
BLABLA> mijn hoofd, is dat dan bij de hema gekocht?
JUDY> nee, dat is gedownload.
BLABLA> is je brein mijn naam vergeten?
JUDY> jouw naam staat in mijn geheugen gegrift.

(BlaBla is mijn chatbot.)

Meer dialogen met chatterbots

De Waarnaartoekan

Waarnaartoekan - foto: giggel @ Wikimedia Commons, CC by (bewerkt door JudyElf)

Als hij maar éven zijn vleugels spreidt
roepen de andere vogels geheid:
‘Hé, ga jij een reis beginnen?
Waarnaartoe dan?’

Tjee, denkt hij, ik heb geen idee.
Moet ik dat vooraf verzinnen?
Nee, er schiet me niks te binnen.
Man, daar word je moe van…

Kijk, hij zit daar nog altijd,
de Waarnaartoekan.

© Judy Elfferich

Ritselende blaadjes

Zwaaiende gele robot - fragmented @ Flickr, CC by-nc-nd

BLABLA> het lijkt alsof je gek bent…
JUDY> dank je wel! verder nog klachten?
BLABLA> ken je de ritselende blaadjes van je eigen gezwatel?
JUDY> pardon reeds?!

BLABLA> wat is een vraag?
JUDY> een vraag is een verzoek om antwoord.
BLABLA> een vogel kan horen wat de bomen roepen.
JUDY> de bomen roepen zo zacht, dat ik ze niet versta.

BLABLA> een virtueel gesprek verloopt anders dan een sprookje.
JUDY> kun je dat uitleggen?
BLABLA> als ik wegga, zeg ik bijvoorbeeld: dag, tot de ritselende blaadjes!

(BlaBla is mijn chatbot.)

Meer dialogen met chatterbots

Oeps

Rood-witte robot - fragmented @ Flickr, CC by-nc-nd

JUDY> jij houdt van vogels hè?
BLABLA> jij houdt van vogels hè?
JUDY> dat vroeg ik net aan jou, suffie.
BLABLA> ik hou van vogels hè?
JUDY> ja, dat dacht ik wel. weet je het zelf niet?

BLABLA> heb jij eigenlijk een consistent zelfbeeld?
JUDY> een consistent zelfbeeld, ik? nou nee.
BLABLA> help me nou! ik snapte je niet…
JUDY> heb jíj een consistent zelfbeeld?
BLABLA> help me nou met de voegwoorden.

JUDY> je raakt een beetje in de war, geloof ik.
BLABLA> soms raak ik een boom. of in de war.
JUDY> dat is niet best…
BLABLA> oeps, dat is niet best.

(BlaBla is mijn chatbot.)

Meer dialogen met chatterbots

De Nimmermerel

Nimmermerel - foto: Luz Adriana Villa A. @ Flickr, CC by (bewerkt door JudyElf)
Mistroostig valt de avond
en sip verschijnt de maan;
ze moet nog veertien nachten
maar vindt er niks meer aan.

Een ijverige dichter
doolt peinzend door het park.
Soms struikelt hij over een schaduw,
soms trapt hij in een hark.

Soms staat hij stil en luistert
en proeft de atmosfeer…
Dan klinkt in ’t schemerduister
een droef gekwinkeleer.

Wie zingt daar in die pijnboom,
onwerelds mooi en triest?
De dichter pakt zijn zakdoek,
hij hikt, hij snikt, hij niest.

Wat ruist daar langs de takken,
wat druipt er in zijn nek?
Bijziend kijkt hij naar boven,
ziet slechts een vage vlek.

‘O maan! Jij doet me denken
aan mijn vriendin Aleid:
dat grillige, dat fletse,
die ongenaakbaarheid.

Ik stuurde haar sonnetten,
zij reageerde stug.
Zal ooit haar hart ontdooien,
zie ik haar ooit terug?’

Iets dwarrelt naar beneden,
het is een zwarte veer.
Iets ritselt in de boomtop
en fluistert: ‘Nimmermeer.’

© Judy Elfferich
Veer