Hey H.,
wat vond jij van jouw verblijf op onze locatie Terra?

hoeveel sterren

Om jou een complete klantervaring te kunnen bieden,
werken wij van Universal Hospitality BV voortdurend aan
verbetering van onze service.

De locatie Terra krijgt binnenkort een complete make-over.
Dankzij jouw feedback, H. Sapiens, wordt deze beleefwereld
nog onvergetelijker dan ooit!

Het beantwoorden van de vragen duurt hooguit drie minuten.
Meerdere keuzes aanvinken mag.

1
In welke hoedanigheid heb je Terra bezocht?
▢ insect   ▢ vis   ▢ vogel   ▢ viervoeter
▢ achtarm   ▢ duizendpoot   ▢ anders

2
Hoelang duurde je verblijf?
▢ < 50 miljoen jaar   ▢ > 50 miljoen jaar

3
Beoordeel het klimaat:
▢ te warm   ▢ te koud   ▢ te nat   ▢ te droog
▢ precies goed

4
Voelde je je er in je element?
(namelijk: ▢ aarde   ▢ lucht   ▢ water   ▢ vuur)
▢ ja   ▢ nee   ▢ zozo

5
Aan welke activiteiten heb je deelgenomen?
▢ zwemmen   ▢ lopen   ▢ vliegen   ▢ duiken
▢ zingen   ▢ vechten   ▢ huilen   ▢ bidden
▢ lachen   ▢ werken   ▢ bewonderen

6
Zou je Terra aanbevelen aan familie, vrienden of
collega-organismen?
▢ ja   ▢ nee   ▢ hangt ervan af
vanwege:
▢ uitzicht   ▢ comfort   ▢ atmosfeer
▢ persoonlijke aandacht   ▢ hygiëne   ▢ catering

7
Heb je tijdens je verblijf onverhoopt last gehad van:
▢ smog   ▢ overstroming   ▢ hongersnood
▢ meteorietinslag   ▢ ijstijd   ▢ atoomkernreactie

8
Met hoeveel sterren beoordeel je je Terra-ervaring?
▢ ☆☆☆☆☆   ▢ ☆☆☆☆   ▢ ☆☆☆   ▢ ☆☆   ▢ ☆

Als dank voor jouw medewerking ontvang jij een voucher
voor een geheel verzorgde trip naar Lunapark Laika!

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 25, ‘Klimaatverandering’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 25, ‘Klimaatverandering’.

 

 

Achterpaard

voor- en achterpaard - foto: Taylor Herring @ Flickr, CC by-nc-nd

Mijn eerste Groene Boekje (nee, ik heb het niet bewaard)
viel regelmatig open bij het trefwoord achterpaard.

Dan zag ik twee figuren voor me in een paardenpak.
De ene loopt te zeuren: ‘Waarom mag ik nooit es voor?’
De andere die moppert: ‘Hou je kop man, en loop door!’
‘Hou zelf je kop. De kop ben jij, dat is nou net het punt.
En dat ik altijd kont moet zijn omdat jij mij niks gunt.’
‘Ho ho, geen kop: ik ben het hoofd. We zijn een edel dier.’
‘Nou, kapucijners eten vind ik anders geen manier.
Je hebt er geen idee van hoe ik hier naar adem snak.’

Het beest begint te steigeren en nijdig zwiept z’n staart –
de rits knapt, en daar liggen ze dan: voor- en achterpaard.

© Judy Elfferich

.

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 24, ‘Boeken’.

 

 

Bootjesgeluk

.
Mijn gedicht Onder zeil (uit DICHTER. 14, ‘Geluk’) mag voortaan buiten­spelen! De mensen van jacht­haven Drijfveer in Akkrum vroegen of ze het mochten gebruiken op een groot doek:



[klik op foto om in te zoomen | foto’s: Maartje & Sharon van jachthaven Drijfveer]

Het gedicht Onder zeil

Een vliegtuigje door het raam

Amelia Earhart

Amelia, Amelia, ze moest en ze zou,
geen mens hield haar tegen wanneer ze iets wou.
Ze werd vliegenier (toen een fonkelnieuw vak),
ze was in de wolken en ging uit haar dak.

En keek iemand op van zo’n vliegende griet,
dan zei ze: ‘Ja, wij doen dit ook. Waarom niet?’

Een wereldzee over, gevaarlijke vlucht…
Het lukte, dus sprong ze een gat in de lucht.
Haar volgende stunt was: de wereldbol rond.
Daar ging ze, ze wuifde naar ons op de grond.

Ze vloog naar de verte, ze vloog uit de bocht…
Hoelang wordt er nou al niet naar haar gezocht?

Amelia, Amelia, we raakten haar kwijt,
ze woont op een eilandje buiten de tijd.
Daar is ze geland, heeft een hutje gebouwd
waar ze briefjes vol peptalk tot vliegtuigjes vouwt.

Dan zweeft er opeens een bericht uit het blauw
naar binnen door ’t raam van een meisje of vrouw:

Ik wou wat ik wou, ik heb stralend gefaald,
gewoon geprobeerd en er eer mee behaald.
En jij, wat wil jij? Meid, de beurt is aan jou.

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 22, ‘Op de schouders van reuzinnen’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 22, ‘Op de schouders van reuzinnen’.

 

 

De reddingboot

logo Women on Waves

Er is in mijn buik iets begonnen,
een miniklontje mensendril
dat baby wordt, naar buiten wil
en eten moet en kleertjes moet,
beschermd gewassen opgevoed.

Ik zou wel een kind willen, later
als ik ooit ergens woon met een wiegje
als ik werk heb en spaargeld misschien,
als ik klaar ben met school.

Maar nu? Ik zou niet weten hoe.
Wat moet ik? Waar kan ik naartoe?
Hoelang blijft dit verborgen?

Ze zullen me slaan, me verjagen
dus hou ik het stil. Zeg geen woord.

Toch, iemand bemerkte mijn zorgen.
Zij had van dat zeeschip gehoord
waar niemand preekt of schande spreekt,
waar ze helpen, niet dwingen niet vragen.

De boot met de dokters aan boord.
Hij ligt in de haven.
We gaan overmorgen.

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 22, ‘Op de schouders van reuzinnen’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 22, ‘Op de schouders van reuzinnen’.

 

 

Aquarium

Ik wou dat ik een zoenvis was
en met jou samen achter glas
de oeverloze eeuwigheid
kon wijden aan een zoenwedstrijd.

Soms liet ik je winnen door weg te glippen,
dan zweefden we weer mond aan mond
met vinnige vinnen en happige lippen
doorschijnend-rozig rond.

(Dit dacht ik, wachtend bij Pom Lai
op mijn mihoen met foeyonghai)

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 19, ‘De liefde’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 19, ‘De liefde’.

 

 

Nachtgeluiden na verhuizing

uiltje Jeroen Bosch - animatie: JudyElf

Roekoe werd hinnik
Kwaak werd andere kwaak
Treinzoef werd trekkerdreun
Windgongplingel werd notendakplok
Krantklepklapper werd kukeleku
Kef werd blaf

Maar snurk is snurk gebleven

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 18, ‘De nacht’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 18, ‘De nacht’.

 

 

Marita Parkita van Parlevink

ringen

Marita Parkita van Parlevink
draagt zeven ringen aan haar pink:
een zilveren, een gouwen,
een groene en een blauwe,
een paarse en een rooie
en één ontzettend mooie
met een echte diamant.

En wie haar al die ringen gaf?
Een zekere Dirk-Jan Donderpad,
die haar al lang bewonderd had.
Marita heeft hem nooit gezien
maar maandagavond om half tien
stond hij (een diepe bariton)
weer zingend onder haar balkon.

Het raam bleef dicht; hij zuchtte zacht,
die arme Dirk-Jan Donderpad.
Hij huilde in de regenton
en daarna droop hij af.
En kijk es, dinsdagmorgen hing
in een van de seringen
een ring met roze steen.

Marita Parkita van Parlevink
die schoof hem aan haar kleine teen
en zei: ‘Zo, dat is acht.’

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 19, ‘De liefde’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 19, ‘De liefde’.

 

 

Voorzichtig!

Cypriotisch flesje van terracotta, opgegraven in Egypte - Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel, CC by-nc-sa - animatie: JudyElf

Een flesje vol donker
stond in onze kelder,
het wiebelde soms.

We stampten de trap af,
toen is het gebroken.

Het donker liep onder
de deur door de gang in,
de trap op. Het huis sliep
een gat in de dag.

Moe werden we wakker,
we kregen de kriebels.

We dweilden en schrobden
de kamers weer licht,
we borgen het donker
weg onder een deksel.

Nu staat al een poosje
hierboven op zolder
een barstensvol doosje.

Is het nog goed dicht?
We sluipen de trap op.

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 18, ‘De nacht’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 18, ‘De nacht’.

 

 

Spinoza & de regen

het Spinoza-monument aan de Amstel, in de regen - foto: © Philip Edmond van Waesberge
    foto: © Philip Edmond van Waesberge

Regen regent zonder reden,
zonder doel en zonder zin.
Over bossen, over steden,
over land en over zee.

Denkt niet: kom ik wel gelegen?
Valt gewoon maar naar beneden.

Niet doordat een hemelgieter
ons begiet van hogerhand.
Niet doordat een hemelspons
boven ons wordt uitgeknepen.

Regen regent niet om ons,
regen geeft niet om gebeden,
niet om planten, niet om vee.

Regen is niet voor of tegen,
is geen straf en is geen zegen,
is niet goed en is niet slecht.

Dat is wat Spinoza zegt.
Kijk, daar staat hij in de regen
aan het water, beeld van brons.

© Judy Elfferich

.
Venster 22 van de nieuwe canon: Spinoza

.
DICHTER. 17, ‘De nieuwe canon’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 17, ‘De nieuwe canon’.