De veer

.
Een veertje zweefde over land;
een nijlpaard soesde in het zand.

De veer zei: ‘Als ik die eens wek?’
Ze hield graag anderen voor de gek.

Ze liet zich op het nijlpaard neer
en kietelde zijn dikke leer.

Het nijlpaard opende zijn tater
en barstte uit in luid geschater.

Joachim Ringelnatz (1883-1934) | © vertaling: Judy Elfferich

.

Kleianimatie: Cornelia Anders.

.
Het oorspronkelijke gedicht: Die Feder
Over Joachim Ringelnatz

Als wij zijn verdwenen

.
Lege straten, uitgestorven pleinen…
Dat doet me denken aan mijn project met Monique Laros, over de ar­cheo­lo­gie van de toe­komst.

Wat blijft er ooit over van onze cul­tuur?
Hoe zullen mensen over pakweg dui­zend jaar kij­ken naar spul­len van ons die ze vin­den: een munt, een vork, een teddybeer?

Josine Peters, Diervormig ding - uit: Laatmoderne schatten
[klik op plaatje voor vergroting]

Wat zullen ze denken van een skate­board, een bad­eend, een schaar, een ver­keers­bord?
Of van een kleer­hanger, een barbie­pop?

Meer projecten
Meer digiboeken