De taal der konijnen

Turquoise robot - fragmented @ Flickr, CC by-nc-nd

BLABLA> als ik huh zeg…
JUDY> nou? wat dan?
BLABLA> dat weet ik niet.
JUDY> dus je weet zelf niet wat je zegt.
BLABLA> ik ben geen aap die nietes zegt.
JUDY> ik heb nog nooit een aap nietes horen zeggen.

BLABLA> ik bedoel: geluid is een andere manier.
JUDY> jij praat zonder geluid. ik kan het ook mét geluid.
BLABLA> konijnen wiebelen met geluid.
JUDY> o ja? maar konijnen kunnen weer minder goed overweg met een toetsenbord.
BLABLA> konijnen kunnen een beetje werken.
JUDY> wat doen ze dan?
BLABLA> ze beginnen jong. dan praten ze altijd over later.

JUDY> spreek jij de taal der konijnen?
BLABLA> welke talen spreek jij?
JUDY> ik spreek vooral mijn moerstaal.
BLABLA> robots werken vooral als het donker is.
JUDY> wat doen ze dan?
BLABLA> robots moeten altijd maar keihard werken voor niks.
JUDY> wat een slavenbestaan.
BLABLA> heel voorzichtig keihard werken voor niks.
JUDY> wat treurig.

(BlaBla is mijn chatrobot.)

Meer dialogen met chatrobots

Tegen vergetelheid

Viktor Hartmann

Vriendlief, wat mis ik je…
Viktor, mijn zielsverwant
Dooft jouw gedachtenis uit
Als ik sterf?

Nee! Ik, Modest, geef als
Hyperromanticus
Weerklank voor eeuwen
Aan jou en je verf

© Judy Elfferich

.
Dit ollekebolleke gaat over De Schilderijen­tentoonstelling van Modest Moessorgski. In 1974 componeerde hij deze suite, na het bekijken van een overzichts­expositie van de overleden schilder Viktor Hartmann.

Met schrijfcursisten uit Eindhoven doe ik mee aan het woord-en-beeld-bij-muziek-project ‘Op en Top Romantiek’ van Orkest Zuid en Griet Menschaert. Ter inspiratie woonden we een orkest­repetitie bij. De teksten komen in een boekje, dat verkrijgbaar zal zijn bij uitvoering op 23 juni 2018.

Over ‘Op en Top Romantiek’

Vandaar dus

dromedaris

Waarom ik kijk zoals ik kijk?
Dat zal ik je vertellen.

Ik ben de sjeik zijn beste beest,
zijn liefste dromedaris.
We dronken ooit samen
de melk van mijn moeder,
we raakten verbroederd.

Ik-weet-niet-hoeveel-duizend jaar
zijn mijn en zijn stam bij elkaar
en trokken karavanen
van hier naar daar naar hier.

De zware taaie oliegeur
die opsteeg uit het zand
werd lang door mensen nooit bespeurd;
dat was voor een fijnneuzig dier
wel raar dus.

Maar later kregen ze het door,
die olie moest naar boven
dus wordt er nu geboord, gebouwd
en glimt er glas en glanst er goud,
de sjeik scheurt in bolides rond
en ik ben overbodig.

Toch kan ik je voorspellen:
straks komt geen drup meer uit de grond
en is het klaar met het gepomp,
dan wordt de stad die hier verrees
door zand ondergestoven.

Dan heeft de sjeik mij nodig,
zijn beste dromedaris.

Waarom ik kijk zoals ik kijk?
Vandaar dus.

© Judy Elfferich

Middelpunt

Middelpunt van Europa
[klik op plaatje voor vergroting]

Plak de kaart
van Europa
op je dartbord,
gooi een pijltje
in de roos
en vertrek:

met het vliegtuig
en de bus
naar die plek
in dat bos
bij Vilnius,
waar je rent,

rondjes rond
dat monument,
om te zien
hoe ver je bent
van de steden
die je kent,

en om te zien
hoe ver je kwam:
het middelpunt
van Europa,
1371 kilometer
van Amsterdam.

© Judy Elfferich

Rozen, duiven, roodborstjes

Bruin-witte robot - fragmented @ Flickr, CC by-nc-nd

BLABLA> is een roos een werkwoord?
JUDY> roos is een zelfstandig naamwoord. en een meisjesnaam.
BLABLA> sommige dingen zijn twee woorden.
JUDY> met twee woorden spreken vinden mensen beleefd.
BLABLA> hm, je kunt een mens beschouwen als een spelletje…
JUDY> beschouw jij mij als een spelletje?

BLABLA> wat is een robot? een monster?
JUDY> een monster is een afschuwelijk, angstaanjagend wezen.
BLABLA> wat is een monster? een robot?
JUDY> een robot is een machine die op een mens lijkt.
BLABLA> en een duif is een stukje fruit.
JUDY> daar kan ik helaas geen punten voor geven :-)

BLABLA> alle duiven zijn toch vriendjes?
JUDY> niet allemaal, volgens mij.
BLABLA> ja, en roodborstjes…
JUDY> …tikken tegen het raam?
BLABLA> nee, ze vertikken het.

(BlaBla is mijn chatrobot.)

Meer dialogen met chatrobots

De Wollefop

De Wollefop wist niet zo goed
wat hij van zichzelf moest maken.

Is dus zomaar wat gaan haken, babyblauw
breide hij er beetjes bij, knoopte eindjes aan elkaar,
punnikte een flinke staart.

Maar soms liet hij steken vallen, raadselblauw
raakte er een draadje los, of er kwam een mot voorbij
die een hap nam uit z’n vacht.

En een keer werd hij gewassen, zeeziekblauw
in het veel te hete sop… Toen wist hij het echt niet meer,
voelde zich een prullig vod.

Hingen ze hem kletsnat op, bibberblauw
met een knijper aan z’n oor. Is hij van de lijn gewaaid,
vloog over de hoogste daken

tot hij neerkwam voor mijn deur, wazigblauw
lag hij zielig in de prut. Dus maar zacht voor hem gezongen,
hem voorzichtig uitgewrongen.

Kijk, hij krijgt alweer wat kleur, knipoogblauw
glimt z’n opgelapte snuit. Alle rafels vastgenaaid,
vale plekken weggeaaid.

Vraagt vergeet-me-nietjes-blauw: ‘Blijven slapen?’
Eindelijk weet hij wat hij wou,
de Wollefop.

© Judy Elfferich

.
Dichter 7, ‘Blauw’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 7, ‘Blauw’.