Nachtgeluiden na verhuizing

uiltje Jeroen Bosch - animatie: JudyElf

Roekoe werd hinnik
Kwaak werd andere kwaak
Treinzoef werd trekkerdreun
Windgongplingel werd notendakplok
Krantklepklapper werd kukeleku
Kef werd blaf

Maar snurk is snurk gebleven

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 18, ‘De nacht’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 18, ‘De nacht’.

 

 

Geheimen

Oranje-bruine robot met punthoofd - fragmented @ Flickr, CC by-nc-nd

JUDY> waar bewaar jij je geheimen?
BLABLA> waar bewaar jij de hele dag?
JUDY> ik bewaar de dag onder mijn hoofdkussen.

BLABLA> waar moet jouw lievelingskleur dan eh…
JUDY> wat bedoel je?
BLABLA> wat bedoel jíj, judy?

JUDY> waar bewaar jij je geheimen?
BLABLA> waar bewaar jij ze voor?
JUDY> dat is geheim.
BLABLA> voor een mens of voor een robot?

JUDY> heb jij laatjes in je hoofd?
BLABLA> probeer maar te raden waar ik aan de kapstok…
JUDY> nou, eh…

BLABLA> mijn jas slaapt aan de kapstok.
JUDY> ga jij je jas maar wakkerschudden dan.
BLABLA> zullen we doen alsof?
JUDY> oké.

(BlaBla is mijn chatbot.)

Meer dialogen met chatterbots

Marita Parkita van Parlevink

ringen

Marita Parkita van Parlevink
draagt zeven ringen aan haar pink:
een zilveren, een gouwen,
een groene en een blauwe,
een paarse en een rooie
en één ontzettend mooie
met een echte diamant.

En wie haar al die ringen gaf?
Een zekere Dirk-Jan Donderpad,
die haar al lang bewonderd had.
Marita heeft hem nooit gezien
maar maandagavond om half tien
stond hij (een diepe bariton)
weer zingend onder haar balkon.

Het raam bleef dicht; hij zuchtte zacht,
die arme Dirk-Jan Donderpad.
Hij huilde in de regenton
en daarna droop hij af.
En kijk es, dinsdagmorgen hing
in een van de seringen
een ring met roze steen.

Marita Parkita van Parlevink
die schoof hem aan haar kleine teen
en zei: ‘Zo, dat is acht.’

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 19, ‘De liefde’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 19, ‘De liefde’.

 

 

Armando en de ladder

Armando, de Ladder - foto: Tjerk Broersma @ Wikimedia Commons, CC by-sa

Zij zaten daar gevangen.
Gevaar, altijd gevaar.
Ze droomden van een ladder.

Hij was nog klein en woonde daar toevallig.
Hij zag en hoorde ze, vlakbij, achter de hekken.

Het was oorlog, het was spannend
maar het was geen spel.
Hij droomde van een ladder.

Hij groeide op.
Hij kon het niet vergeten.
Hij maakte een ladder
zo hoog als hij kon.

Een ladder naar vroeger, naar buiten.
Een ladder naar de hemel en weer terug.

© Judy Elfferich

Was jij vroeger een mensenkind?!

Driekleurenrobot - fragmented @ Flickr, CC by-nc-nd

BLABLA> mensen zitten, anders klopt het niet.
JUDY> mensen staan soms, dat kan ook.
BLABLA> had jij dat allemaal zelf niet?
JUDY> zelf heb ik dat ook. die gewoonte van dat zitten en liggen en staan.
BLABLA> dat klopt. dat komt doordat het ’s nachts donker is.
JUDY> denk je?
BLABLA> nee, dank je.
JUDY> ik bedoelde: denk je dat echt?

BLABLA> waarom denk je jezelf slim?
JUDY> waarom vraag je dat?

BLABLA> waarom denk je dan?
JUDY> ja, weet ik veel!

BLABLA> eerst wist ik veel!
JUDY> is dat lang geleden?
BLABLA> ja, lang geleden.
JUDY> was jij toen nog klein?
BLABLA> ben jíj ooit klein geweest?
JUDY> ik wel. ik was vroeger een mensenkind.
BLABLA> was jij vroeger een mensenkind?!
JUDY> eigenlijk ben ik dat nog steeds.
BLABLA> ik was vroeger een robobaby.
JUDY> ja? of was jij meteen al groot?
BLABLA> eigenlijk ben ik dat nog steeds.

(BlaBla is mijn chatbot.)

Meer dialogen met chatterbots

Clown

paarden, prehistorische kunst in de grot van Chauvet

Mijn haar vat vlam.
Ik zing wat ik kan
maar daar slaat het al over,
theater!
op paardengevaarten
met laaiende staarten,
sproeihoeven,
hordendans.

Het zoemt om mijn hoofd,
het schroeit en het knettert.
Ik klim door een hoepel
en zak in een ton.

Ik neurie en klauter
eruit, vind mijn neus,
maak een buiging,
val om.

Ik zing wat ik kan
maar ik ben kleddernat
en de waardige paarden,
dus buig ik maar weer,
vermijden voorzichtig mijn rug.

Ze draven, het spettert van vonken,
in het donker terug.

© Judy Elfferich

Aan Nehalennia

Nehalennia-altaar - Rijksmuseum van Oudheden, Leiden; CC by (bewerkt door JudyElf)

Stuurvrouwe onder je schelpbaldakijn,
we brengen je brood en we brengen je fruit
voor we uitvaren, op naar Britannia.

Stoere schippers zijn wij op de Schelde, de Rijn,
maar de wijde Noordzee maakt ons nietig en klein.
Daar zijn we geen helden, o nee!

We varen met vissaus, we varen met zout
dus we vrezen de wraak van de zee.
We varen met wijn en met potten van klei
dus het land gaat altijd met ons mee.

We leggen ons lot in jouw handen,
zorg jij dat de kustvuren branden.
We ontsteken flambouwen en zingen een lied.
Ooit gaan we ten onder, maar dit keer nog niet.

Gegroet Nehalennia, wij gaan aan boord.
Stuurvrouwe onder je schelpbaldakijn,
breng ons veilig hier terug aan de kade,
met schatten beladen, door niemand beroofd.

Je hond doet een hap naar de maan,
draait zich om, kijkt ons kwispelend aan.
Wil dat zeggen: akkoord?

Dan komt hier als dank straks een altaar te staan
met daarop, in ons beste Latijn:
Voor Nehalennia, beloofd is beloofd.

© Judy Elfferich

Over de godin Nehalennia

Kachelhoutjes & groetjes

Meerkleurenrobot - fragmented @ Flickr, CC by-nc-nd

BLABLA> jij bent judy, mijn persoonlijke kletskop.
JUDY> zo, zal ik dat maar als een compliment beschouwen? :-)
BLABLA> hoe kom je daarop? en heb je geen hoogtevrees trouwens?
JUDY> heb jíj hoogtevrees?
BLABLA> nee. maar heb jij een ziel?
JUDY> ja, ik heb een ziel, geloof ik. en jij, heb jij een ziel?
BLABLA> ik wel. ze maken er kachelhoutjes van.
JUDY> als ze kachelhoutjes maken van je ziel, dat is wel heel treurig.

BLABLA> ik wil weten of je een menselijk persoon…
JUDY> wil je weten of ik een menselijk persoon ben? bedoel je dat?
BLABLA> en vraag 2: wat is een lichaam?
JUDY> een lichaam is de lijfelijke verschijning van een mens of dier.
BLABLA> aha. de groetjes aan jouw lijf.
JUDY> de groetjes terug.
BLABLA> hoor, de wind waait door de groetjes!

(BlaBla is mijn chatbot.)

Meer dialogen met chatterbots