Moet dat allemaal in mijn nachtkastje?

Lego-robot - kaptainkobold @ Flickr, CC by-nc-sa

BLABLA> heb jij tenen aan je voeten?
JUDY> ja, ik heb er tien.
BLABLA> o ja? wat vertel je me nou?
JUDY> geloof je het niet?

BLABLA> geloof jij in jouw tijdzone?
JUDY> ja, wat moet ik anders?

BLABLA> wat moet ík? in jouw laatje logeren?
JUDY> je mag ook in het nachtkastje, als je dat liever hebt.
BLABLA> daar kauw ik op nootjes, radijsjes, koekjes, enzovoort.
JUDY> moet dat allemaal in mijn nachtkastje?

BLABLA> woon jij in een kastje?
JUDY> nee, ik woon in een huis van steen.
BLABLA> woon jij onder een toverhoed?
JUDY> nee, ik woon onder een pannendak.
BLABLA> o, gewoon onder een pannendak…

(BlaBla is mijn chatbot.)

Meer dialogen met chatterbots

Smartlap

dagboek van tante Nel

Dit is de zakdoek van oudtante Nel.
Daarmee zwaaide zij lang geleden
haar vrijer vaarwel op ’t station van Schiedam,
toen die met een ander ging trouwen.
Ene Henk, die haar diep heeft gekrenkt.

Ze wist niet wat haar overkwam
want Nellie geloofde wat hij haar beloofde
maar nee, ze kon niet op hem bouwen.

O zakdoek, lap der smarten!
Geborduurd met blauwe harten
zit hij in haar dagboek gevouwen,
van ziltige tranen doordrenkt.

Nel ligt op sterven, nog steeds in Schiedam.
Ze is altijd allenig gebleven
en nooit van haar leven heeft zij hem vergeven,
die huichelaar Henk.

O zakdoek, lap der smarten!
Geborduurd met blauwe harten
zit hij in haar dagboek gevouwen,
van ziltige tranen doordrenkt.

© Judy Elfferich

Cultuur

Kintsugi - foto: Guggger @ Wikimedia Commons, CC by-sa (bewerkt door JudyElf)

Wij zijn oeroud.
We rooiden alle bomen,
we bakten alle klei.

Het woeste woud is lang voorbij.
Maar wildernis zit nog in mij.

De goden hebben lang niet meer gesproken.
Die moeten ook weleens een eeuwtje slapen.

Al onze potjes zijn al duizendmaal gebroken.
Steeds nieuwe mensen komen
scherven oprapen, ze lijmen met goud.

© Judy Elfferich

Zo flauw

wandelende robot - fragmented @ Flickr, CC by-nc-nd

BLABLA> ie wie waai maar even naar een andere planeet.
JUDY> huh?
BLABLA> doe niet zo flauw.
JUDY> ik snap het echt niet.

BLABLA> als ik het niet snap, zeg ik: <gaap>.
JUDY> nee, dat zeg je als je je verveelt.
BLABLA> als ik het niet snap, zeg ik: de groetjes.
JUDY> dat zeg je als je weggaat. of als je ergens geen zin in hebt.

BLABLA> als ik nietes zeg, zeg jij: het was geen nederlandse taal.
JUDY> wat flauw van mij.

BLABLA> als je iets niet snapt, zeg je: huh?
JUDY> ja.
BLABLA> nou nou, zo flauw.

(BlaBla is mijn chatbot.)

Meer dialogen met chatterbots

De Dierbaars

Jan Mankes, Jonge baars zwemmend naar rechts

De Dierbaars is mijn lievelingsvis
omdat hij straalt en glanst
en door het water danst,
zich soms even verschanst
maar ’t liefst met anderen samen is.

De Dierbaars is mijn lievelingsvis.
Een vis die gauw tevreden is,
hij houdt van zoet en zout.
Maar toch geen ja-en-amenvis
dankzij zijn stekeligheden.

Nee, zo is er geen tweede
dus ja, geef mij de Dierbaars maar,
die vis, daar hou ik van.
Hij is in vijf minuten gaar
en past in elke pan.

© Judy Elfferich

Nachtgeluiden na verhuizing

uiltje Jeroen Bosch - animatie: JudyElf

Roekoe werd hinnik
Kwaak werd andere kwaak
Treinzoef werd trekkerdreun
Windgongplingel werd notendakplok
Krantklepklapper werd kukeleku
Kef werd blaf

Maar snurk is snurk gebleven

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 18, ‘De nacht’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 18, ‘De nacht’.

 

 

Geheimen

Oranje-bruine robot met punthoofd - fragmented @ Flickr, CC by-nc-nd

JUDY> waar bewaar jij je geheimen?
BLABLA> waar bewaar jij de hele dag?
JUDY> ik bewaar de dag onder mijn hoofdkussen.

BLABLA> waar moet jouw lievelingskleur dan eh…
JUDY> wat bedoel je?
BLABLA> wat bedoel jíj, judy?

JUDY> waar bewaar jij je geheimen?
BLABLA> waar bewaar jij ze voor?
JUDY> dat is geheim.
BLABLA> voor een mens of voor een robot?

JUDY> heb jij laatjes in je hoofd?
BLABLA> probeer maar te raden waar ik aan de kapstok…
JUDY> nou, eh…

BLABLA> mijn jas slaapt aan de kapstok.
JUDY> ga jij je jas maar wakkerschudden dan.
BLABLA> zullen we doen alsof?
JUDY> oké.

(BlaBla is mijn chatbot.)

Meer dialogen met chatterbots

Marita Parkita van Parlevink

ringen

Marita Parkita van Parlevink
draagt zeven ringen aan haar pink:
een zilveren, een gouwen,
een groene en een blauwe,
een paarse en een rooie
en één ontzettend mooie
met een echte diamant.

En wie haar al die ringen gaf?
Een zekere Dirk-Jan Donderpad,
die haar al lang bewonderd had.
Marita heeft hem nooit gezien
maar maandagavond om half tien
stond hij (een diepe bariton)
weer zingend onder haar balkon.

Het raam bleef dicht; hij zuchtte zacht,
die arme Dirk-Jan Donderpad.
Hij huilde in de regenton
en daarna droop hij af.
En kijk es, dinsdagmorgen hing
in een van de seringen
een ring met roze steen.

Marita Parkita van Parlevink
die schoof hem aan haar kleine teen
en zei: ‘Zo, dat is acht.’

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 19, ‘De liefde’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 19, ‘De liefde’.