Vriendenboek

gescheurd uit vriendenboek

Anne-Fleur (die altijd zeurt)
heb ik, rats! eruit gescheurd.

Noor (ze trekken haar steeds voor),
Finn (van wie ik nooit eens win),
Saar (vindt altijd alles raar)…
Rats! Rats! Rats!

Joep (geeft niemand van z’n snoep),
Jet (speelt o zo vals trompet),
Daan (die kijkt me niet meer aan)…
Rats! Rats! Rats!

En Mats… eh, wie was ook weer Mats?
Rats!

Allemaal eruit gescheurd,
zó gebeurd.

Hm. Wel een dun boekje nou.
Als ik de rest eens dubbelvouw?

Nee, dat is niks. Ik moet op zoek
naar vrienden voor een ander boek.

© Judy Elfferich

Samen op avontuur

Harry Potter deel 1, coverDe brief voor de koning, cover

Toen de vriendschap van Harry en mij net begon
was hij nog maar tien; later zouden we zien
wat hij allemaal kon.

Hermelien, Ron en hij
in de Zweinstein Express.
Bij Sneep in de les.
En ik ben daarbij.

En Tiuri? Die sloop zomaar weg in de nacht;
ik ging met hem mee, zonder enig idee
wat de toekomst ons bracht.

Trouwe Piak en hij
over bergkam en brug.
Op Ardanwens rug.
En ik ben daarbij.

Tiuri en Harry,
met hen aan je zij
durf je meer dan je dacht.

Moet je dwars door een muur
of op eng avontuur?
Dan helpen die twee.

© Judy Elfferich

.
Lees online:
het begin van De steen der wijzen (Harry Potter I)
het begin van De brief voor de koning

Kijk, zei het schaap Veronica

.
KIJK, zei het schaap Veronica. Die wijzer gaat bewegen…
Nou komt het vuurwerk, want nou staan de wijzers op elkaar!
Welnee, zeiden de dames Groen. Het is pas kwart voor negen.
Om twalef uur vanavond pas begint het nieuwe jaar.

De dominee sprak: Juist! Dan gaan we vuurpijlen afsteken.
Het is een prachtig jaar geweest, maar straks is het voorbij.
Laat ons dus heden onze goede voornemens bespreken,
opdat we januari in gaan met een Schone Lei.

Hè ja, zeiden de dames Groen. Men wil zich soms bezinnen,
met weemoed en een glaasje uit de zondagse karaf.
Wij namen ons net voor aan deze puzzel te beginnen.
Hij heeft tienduizend stukjes en hij moet van ’t jaar nog af.

Het schaap beloofde: Ik zal nooit meer van de kerstboom eten
en niesen doe ik voortaan altijd keurig in mijn staart.
De dominee die raadpleegde langdurig zijn geweten;
hij maakte een Geheime Lijst en wierp die in de haard.

Elf oliebollen later wees het schaap naar de pendule:
Maar nou is het toch echt zover, nou heb ik ’t goed gezien!
Kom dominee, de lucifers. Óp naar de vestibule!
Welnee, zeiden de dames Groen. Het is pas tien voor tien.

Opeens begon het buiten hard te ploffen en te knallen,
met overal gezoef, geflits, gedaver en gegil.
Ze stonden elkaar even aan te kijken met z’n allen.
Toen gniffelden de dames Groen: Ach gut, de klok staat stil.

Sjampanje! riep de dominee, bekomen van de schok.
Veel heil en zegen! En ik repareer dit jaar de klok.

© Judy Elfferich

.
cover De Tweede Ronde, afscheidsnummer, winter 2009

 

 

Dit vers stond lang geleden in het laatste nummer van
De Tweede Ronde (thema: afscheid).
 

 

 

Meer schaap-Veronica-verzen
.

Achterpaard

voor- en achterpaard - foto: Taylor Herring @ Flickr, CC by-nc-nd

Mijn eerste Groene Boekje (nee, ik heb het niet bewaard)
viel regelmatig open bij het trefwoord achterpaard.

Dan zag ik twee figuren voor me in een paardenpak.
De ene loopt te zeuren: ‘Waarom mag ik nooit es voor?’
De andere die moppert: ‘Hou je kop man, en loop door!’
‘Hou zelf je kop. De kop ben jij, dat is nou net het punt.
En dat ik altijd kont moet zijn omdat jij mij niks gunt.’
‘Ho ho, geen kop: ik ben het hoofd. We zijn een edel dier.’
‘Nou, kapucijners eten vind ik anders geen manier.
Je hebt er geen idee van hoe ik hier naar adem snak.’

Het beest begint te steigeren en nijdig zwiept z’n staart –
de rits knapt, en daar liggen ze dan: voor- en achterpaard.

© Judy Elfferich

.

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 24, ‘Boeken’.

 

 

Langlezer

sinds 1622 te zien in Rotterdam

beeld Erasmus op Grotekerkplein - foto: Aad Corbeth @ Flickr, CC by-nd

Erasmus, in zijn boek verdiept,
merkt niks van alles om hem heen,
de drukke stad.

Toch hoort hij wel het carillon
en als de klok slaat, slaat hij vlug
een bladzij om.

Eenmaal per uur een volgend blad,
vier eeuwen lang
is dat gelees al aan de gang.

Hij gaf aan ons een interview.
‘Begint u telkens weer voor in
dat ene boek?’

‘Dat ene boek?! Nee, ga nou gauw.
Ik sta vlak bij de grote bieb,
da’s niet voor niks.

Daar sluip ik in de nacht naartoe
en ik kom terug
met een nieuw boek in elke mouw.’

© Judy Elfferich

Verstoppertje met de Kwantumkat

Cheshire cat (John Tenniel, 1865) - animatie: JudyElf, CC by-nc-sa

Waar of wanneer?
Tjee gekke Alice,
vreemde vraag is dat,
zegt de Kwantumkat.

Ruimtetijd zat
dus wie maakt me wat,
levend-maar-dood
in m’n goocheldoos?

Ik zweef vele levens
en zwerf duizend doden,
verdwijn en verschijn
als een golvend gordijn.

’t Kan vriezen, ’t kan dooien
in legio werelden.

Terwijl Schrödinger peinst
glip ik door een gat
en volg jij een konijn.

Hoe en waarom?
Tja maffe meid,
daar vraag je me wat.

Hoeden gaan af
en ik lik mijn poot
op Schrödingers graf.

Dat is dus een grap
uit de oude doos,
grijnst de Kwantumkat.

Een dubbele bodem?
Of is ie ontsnapt?

Mij maakt nooit niks uit,
ik weet nergens niks van
maar jij, gekke Alice,
hee, wat denk jij?

Nietes of welles?
– Haha, buut vrij!

© Judy Elfferich

.

En dat was kennis, zeg je dan. Misschien wel de beste nieuwe wetenschaps­poëzie

 

Dit gedicht staat in En dat was kennis, zeg je dan. Misschien wel de beste nieuwe wetenschaps­poëzie. VWN/Opwenteling, 2022.

 

 

Bootjesgeluk

.
Mijn gedicht Onder zeil (uit DICHTER. 14, ‘Geluk’) mag voortaan buiten­spelen! De mensen van jacht­haven Drijfveer in Akkrum vroegen of ze het mochten gebruiken op een groot doek:



[klik op foto om in te zoomen | foto’s: Maartje & Sharon van jachthaven Drijfveer]

Het gedicht Onder zeil

Vogala

fliegan enda swemman

Hebban olla vogala tvene vlugela?
Fliegan olla vogala ovir seo?
Fliegan thusent sprewan saman?
Kunnan strusan fliegan?

Gan olla vogala in hervist na ferro lant?
Kuman olla vogala en lentin withero?

Etan olla vogala wurmas?
Suokan olla vogala bessas?
Krakan olla snavala notas?
Fangan olla swaluwa muggas enda fliegas?
Lustan olla lepala kickara enda viscas?
Drinkan olla vogala watar?

Swemman olla swanon in slotan?
Kunnan olla endala dukelan?
Singan olla merala sconen liedara?
Ruopan olla ulan: huhu?

Makon olla vogala nestas?
Leggan olla kippan wittan eiara?
Stelan olla ekstara ringas?
Fresan olla vogala cattas?

Skitan olla mewan up hoviden?
Etan olla duvan fritas?

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 23, ‘De lucht is van de vogels’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 23, ‘De lucht is van de vogels’.

 

 

Een vliegtuigje door het raam

Amelia Earhart

Amelia, Amelia, ze moest en ze zou,
geen mens hield haar tegen wanneer ze iets wou.
Ze werd vliegenier (toen een fonkelnieuw vak),
ze was in de wolken en ging uit haar dak.

En keek iemand op van zo’n vliegende griet,
dan zei ze: ‘Ja, wij doen dit ook. Waarom niet?’

Een wereldzee over, gevaarlijke vlucht…
Het lukte, dus sprong ze een gat in de lucht.
Haar volgende stunt was: de wereldbol rond.
Daar ging ze, ze wuifde naar ons op de grond.

Ze vloog naar de verte, ze vloog uit de bocht…
Hoelang wordt er nou al niet naar haar gezocht?

Amelia, Amelia, we raakten haar kwijt,
ze woont op een eilandje buiten de tijd.
Daar is ze geland, heeft een hutje gebouwd
waar ze briefjes vol peptalk tot vliegtuigjes vouwt.

Dan zweeft er opeens een bericht uit het blauw
naar binnen door ’t raam van een meisje of vrouw:

Ik wou wat ik wou, ik heb stralend gefaald,
gewoon geprobeerd en er eer mee behaald.
En jij, wat wil jij? Meid, de beurt is aan jou.

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 22, ‘Op de schouders van reuzinnen’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 22, ‘Op de schouders van reuzinnen’.