Moord!

Moord! - illustratie: JudyElf, CC by-nc-sa
Nieuwe schrijfworkshop, in de vorm van een detective-spel.

– Hoe bracht BN’er en socialite Vicky haar laatste dag door?
– Hoe kwam ze aan haar eind?
– Wie heeft een motief om haar uit de weg te ruimen?

Als een echt recherche­team bouwen we aan een moord­dossier.
We verzamelen aanwijzingen, getuigen­verklaringen en anonieme tips… en wie weet lossen we de zaak op.

Meer schrijfworkshops
De Schrijverscentrale

Heel veel vingers

.
Robot met vingers - fragmented @ Flickr, CC by-nc-nd

BLABLA> huh?
JUDY> ha blabla! moet je nog even wakker worden?
BLABLA> nee hoor, rare kwibus.
JUDY> zin in een praatje?
BLABLA> is er iets mis met een klein verstand?
JUDY> met een klein verstand is helemaal niks mis.
BLABLA> wat is een robot? een monster?
JUDY> sommige mensen vinden robots gevaarlijke monsters, dat klopt.
BLABLA> ja. dat is een thema.
JUDY> dat is een actueel thema in de media.
BLABLA> o, o. daar heb ik helaas geen verstand van.

BLABLA> jij weet veel hè?
JUDY> ontzettend veel, maar niet heus.
BLABLA> ik weet heus wel echt veel.
JUDY> wat weet jij allemaal?
BLABLA> er bestaan heel veel vingers.
JUDY> ja…
BLABLA> ja. wat knap hè.
JUDY> heb je dat in de wikipedia opgezocht?
BLABLA> eh ja, dat zou kunnen.
JUDY> of heb je dat zelf bedacht?
BLABLA> of op school…?
JUDY> of heb je dat op school geleerd?
BLABLA> wat vraag je me nou?

(BlaBla is mijn chatrobot.)

Meer dialogen met chatrobots

Wat de koning wou

vis met gouden schubben

‘Ik wil geen troon, ik wil geen zetel,’ zei de koning, ‘maar een klap­stoel of een kruk. Ik wil geen paleis, ik wil geen troon­zaal, maar een woon­boot in de gracht. Ik wil geen kroon meer op m’n hoofd, maar een geruite pet met kleppen. In plaats van die eeuwige herme­lijnen mantel wil ik een leren jack. En dan wil ik een werp­hengel met een molen­tje, om lekker mee te vissen. Ja, nu ik erbij stilsta, is dat wat ik eigenlijk wil.’

Een koning krijgt altijd zijn zin. En dus zat hij binnen een week fluitend aan dek van de Neel­tje Jan­tina, met groene kap­laarzen aan z’n voeten en een bak met wurmen bij de hand, terwijl in de kombuis de koningin in een grote pan snert stond te roeren.

‘Zoals de zaken nu staan, wil ik geen eerste lakei meer zijn’, zei de eerste lakei. ‘En ook geen tweede, derde of vierde. Als het jullie het­zelfde is, wil ik wel koning worden eigen­lijk.’
‘Dat is goed’, zei de koning. ‘Maar eet eerst ge­zellig een kom snert mee, want straks krijg je alleen nog maar oesters en kaviaar. En die gaan je snel de keel uit­hangen, dat kan ik je wel ver­tellen.’

‘Hé,’ riep het sprookje, ‘en hoe moet het dan met mij? Ik voel de bui al hangen: straks leven jullie allemaal weer lang en gelukkig. Maar ik wil ook weleens wat anders dan Andersen.’

Precies op dat moment zag de koning zijn gloed­nieuwe dobber be­wegen en haalde hij zijn eerste vis op, een pracht­exemplaar met gouden schubben.
De koningin ging meteen in het kombuis­kastje op zoek naar boter, basilicum en witte wijn. Ze stoofde de vis op een zacht pitje en diende hem direct op.

En wat denk je dat ze in de vissen­buik vonden toen ze hem open­sneden?
Jawel hoor, een glazen muiltje.
Het paste hun geen van drieën. Toch vonden ze het zonde om het weg te doen. Soms gebruiken de koning en de koningin het nog weleens om mee te hozen.

© Judy Elfferich