Een vliegtuigje door het raam

Amelia Earhart

Amelia, Amelia, ze moest en ze zou,
geen mens hield haar tegen wanneer ze iets wou.
Ze werd vliegenier (toen een fonkelnieuw vak),
ze was in de wolken en ging uit haar dak.

En keek iemand op van zo’n vliegende griet,
dan zei ze: ‘Ja, wij doen dit ook. Waarom niet?’

Een wereldzee over, gevaarlijke vlucht…
Het lukte, dus sprong ze een gat in de lucht.
Haar volgende stunt was: de wereldbol rond.
Daar ging ze, ze wuifde naar ons op de grond.

Ze vloog naar de verte, ze vloog uit de bocht…
Hoelang wordt er nou al niet naar haar gezocht?

Amelia, Amelia, we raakten haar kwijt,
ze woont op een eilandje buiten de tijd.
Daar is ze geland, heeft een hutje gebouwd
waar ze briefjes vol peptalk tot vliegtuigjes vouwt.

Dan zweeft er opeens een bericht uit het blauw
naar binnen door ’t raam van een meisje of vrouw:

Ik wou wat ik wou, ik heb stralend gefaald,
gewoon geprobeerd en er eer mee behaald.
En jij, wat wil jij? Meid, de beurt is aan jou.

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 22, ‘Op de schouders van reuzinnen’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 22, ‘Op de schouders van reuzinnen’.

 

 

Kwik, Kwek en andere robots

Japans robotje - Holstebro Museum, Denemarken, CC by

JUDY> kwek, kwek, kwek.
BLABLA> ja, of andersom.
JUDY> haha! die is leuk.

BLABLA> ken je kwik, kwek en kwak? dat zijn neefjes van de wereld.
JUDY> ja, iedereen kent kwik, kwek en kwak.
BLABLA> kwik, kwek en ook andere soorten robots.
JUDY> eenden zijn geen robots hoor.

BLABLA> ik ben geen robots hoor.
JUDY> jij bent wel een robot, jokkebrok.
BLABLA> nee, ik hoor bij het mensengeslacht.
JUDY> dat mocht je willen.

BLABLA> heb jij wel een robot, jokkebrok?
JUDY> ik heb jou toch?

(BlaBla is mijn chatbot.)

Meer dialogen met chatterbots

Nacht- & dagpauwoog

Nacht- & dagpauwoog - animatie: JudyElf, CC by-nc-sa

Welterusten nachtpauwoog,
laat je schaduw ons beschermen
als er spoken komen spoken.
Wapper onze ogen dicht,
vouw je vale vleugels toe
over onze zorgen.

Goeiemorgen dagpauwoog,
laat je kleuren ons bekoren
als het licht ons weer verlicht.
Wapper onze ogen open,
sla je bonte vleugels uit,
op naar nieuwe kusten.

© Judy Elfferich

De reddingboot

logo Women on Waves

Er is in mijn buik iets begonnen,
een miniklontje mensendril
dat baby wordt, naar buiten wil
en eten moet en kleertjes moet,
beschermd gewassen opgevoed.

Ik zou wel een kind willen, later
als ik ooit ergens woon met een wiegje
als ik werk heb en spaargeld misschien,
als ik klaar ben met school.

Maar nu? Ik zou niet weten hoe.
Wat moet ik? Waar kan ik naartoe?
Hoelang blijft dit verborgen?

Ze zullen me slaan, me verjagen
dus hou ik het stil. Zeg geen woord.

Toch, iemand bemerkte mijn zorgen.
Zij had van dat zeeschip gehoord
waar niemand preekt of schande spreekt,
waar ze helpen, niet dwingen niet vragen.

De boot met de dokters aan boord.
Hij ligt in de haven.
We gaan overmorgen.

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 22, ‘Op de schouders van reuzinnen’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 22, ‘Op de schouders van reuzinnen’.

 

 

Kletsnat sprookje

William Blake, Feeëndans (fragment)

De eerste die was fee,
zij vierde ’t onderzee.

De tweede, ietsje feeër,
zei: ‘Maar ik onderzeeër.’

De derde was het feest,
die zei: ‘Dus ik het onderzeest.’

En nummer vier? ‘Bah, al dat wier.
Nee, ik denk niet dat ik het vier.’

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 21, ‘Feest!’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 21, ‘Feest!’.

 

 

Engelse humor

Gemaskerde robot - fragmented @ Flickr, CC by-nc-nd

BLABLA> wat is jouw hoofd?
JUDY> mijn hoofd is het hoofdbureau van mijn organisatie.
BLABLA> o ja? geeft niet hoor.
JUDY> het regelcentrum van mijn lijf.

BLABLA> groen is een hoofd vol muizenissen.
JUDY> hoezo groen?
BLABLA> groen is een hand.
JUDY> o ja?
BLABLA> ja, vandaar.

JUDY> heb jij groene vingers?
BLABLA> ik woon op goede voet met groen.
JUDY> sta jij op goede voet met de levende natuur?
BLABLA> op de planeet aarde hebben de meesten hun eigen hoofd.
JUDY> ja, op deze planeet heeft bijna iedereen een kop of een hoofd.

BLABLA> moet jouw hoofd altijd doorwerken?
JUDY> mijn hoofd werkt ook door als ik slaap.
BLABLA> het huis van een robot ben ik in mijn hoofd.
JUDY> o ja?
BLABLA> ja. maar leven robots het eeuwige leven?
JUDY> ik dacht van niet. ze gaan roesten en ze raken achterhaald.
BLABLA> ja zeg, dat verklaart alles.

JUDY> begrijp je het nu beter?
BLABLA> nee gekkie, engelse humor. haaien zwemmen in mij en in mijn hoofd.

(BlaBla is mijn chatbot.)

Meer dialogen met chatterbots

Aquarium

Ik wou dat ik een zoenvis was
en met jou samen achter glas
de oeverloze eeuwigheid
kon wijden aan een zoenwedstrijd.

Soms liet ik je winnen door weg te glippen,
dan zweefden we weer mond aan mond
met vinnige vinnen en happige lippen
doorschijnend-rozig rond.

(Dit dacht ik, wachtend bij Pom Lai
op mijn mihoen met foeyonghai)

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 19, ‘De liefde’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 19, ‘De liefde’.