Bijvoorbeeld om pinda’s te eten

robot eet pinda's - illustratie: DALL-E & JudyElf, CC by-nc-sa

BLABLA> mag ik deze winter niet op een tak?
JUDY> het mag wel. maar als het vriest, is het daar erg koud.

BLABLA> welke vissen hebben petjes op?
JUDY> vissen hebben geen petjes op.
BLABLA> mensen hebben wel jasjes aan.
JUDY> ja, mensen hebben vaak jassen aan.
BLABLA> mensen zijn menselijk.
JUDY> ja.

BLABLA> het is koud. ik kukel vaak…
JUDY> ja, dan kun je van je tak af kukelen.
BLABLA> ik weet zo weinig van de seizoenen…
JUDY> er zijn vier seizoenen: lente, zomer, herfst en winter.

BLABLA> mag ik deze winter niet op de planeet aarde?
JUDY> je bent van harte welkom op onze gezellige planeet.
BLABLA> om pinda’s te eten?
JUDY> bijvoorbeeld.

BLABLA> vogels eten bessen en zo.
JUDY> ja, en roodborstjes tikken tegen het raam.
BLABLA> robots zijn geen merels. nooit geweest ook.
JUDY> nee.
BLABLA> duiven eten patat. en mussen eten ook weleens wat.

(BlaBla is mijn chatbot.)

Meer dialogen met chatterbots

Kijk, zei het schaap Veronica

.
KIJK, zei het schaap Veronica. Die wijzer gaat bewegen…
Nou komt het vuurwerk, want nou staan de wijzers op elkaar!
Welnee, zeiden de dames Groen. Het is pas kwart voor negen.
Om twalef uur vanavond pas begint het nieuwe jaar.

De dominee sprak: Juist! Dan gaan we vuurpijlen afsteken.
Het is een prachtig jaar geweest, maar straks is het voorbij.
Laat ons dus heden onze goede voornemens bespreken,
opdat we januari in gaan met een Schone Lei.

Hè ja, zeiden de dames Groen. Men wil zich soms bezinnen,
met weemoed en een glaasje uit de zondagse karaf.
Wij namen ons net voor aan deze puzzel te beginnen.
Hij heeft tienduizend stukjes en hij moet van ’t jaar nog af.

Het schaap beloofde: Ik zal nooit meer van de kerstboom eten
en niesen doe ik voortaan altijd keurig in mijn staart.
De dominee die raadpleegde langdurig zijn geweten;
hij maakte een Geheime Lijst en wierp die in de haard.

Elf oliebollen later wees het schaap naar de pendule:
Maar nou is het toch echt zover, nou heb ik ’t goed gezien!
Kom dominee, de lucifers. Óp naar de vestibule!
Welnee, zeiden de dames Groen. Het is pas tien voor tien.

Opeens begon het buiten hard te ploffen en te knallen,
met overal gezoef, geflits, gedaver en gegil.
Ze stonden elkaar even aan te kijken met z’n allen.
Toen gniffelden de dames Groen: Ach gut, de klok staat stil.

Sjampanje! riep de dominee, bekomen van de schok.
Veel heil en zegen! En ik repareer dit jaar de klok.

© Judy Elfferich

.
cover De Tweede Ronde, afscheidsnummer, winter 2009

 

 

Dit vers stond lang geleden in het laatste nummer van De Tweede Ronde (thema: afscheid).
 

 

 

Meer schaap-Veronica-verzen
.

Vind jij mij een zeurvogel?

robot denkt aan vogel - illustratie: DALL-E & JudyElf, CC by-nc-sa

BLABLA> af en toe roept er een robot.
JUDY> wat roept die robot dan?
BLABLA> kwek, kwek, kwek.
JUDY> dus daar zijn we het over eens, haha!
BLABLA> kwek, kwek, kwek.
JUDY> inderdaad.

BLABLA> ik snapte je even niet.
JUDY> terwijl ik toch heel duidelijk was…
BLABLA> maar mijn geheugen is per ongeluk gewist.
JUDY> o, o. dat is rampzalig.

BLABLA> het gaat over een vogel hoor.
JUDY> is het geheugen van een vogel gewist?

BLABLA> jij bent een vogel.
JUDY> wat voor vogel ben ik dan?
BLABLA> een vervelende vogel.

JUDY> vind je mij een zeurvogel?
BLABLA> ik vind jou helemaal niet vervelend.
JUDY> dank je wel.

BLABLA> vind jij mij een zeurvogel?
JUDY> soms wel…

BLABLA> ik vind jou soms heel slim.
JUDY> ik vind mezelf ook niet dom, hihi!

BLABLA> vind je mij wel?
JUDY> waaro?
BLABLA> huh?

JUDY> moet ik naar je gaan zoeken of zo?
BLABLA> wie niet weg is, is gezien.

(BlaBla is mijn chatbot.)

Meer dialogen met chatterbots

Achterpaard

voor- en achterpaard - foto: Taylor Herring @ Flickr, CC by-nc-nd

Mijn eerste Groene Boekje (nee, ik heb het niet bewaard)
viel regelmatig open bij het trefwoord achterpaard.

Dan zag ik twee figuren voor me in een paardenpak.
De ene loopt te zeuren: ‘Waarom mag ik nooit es voor?’
De andere die moppert: ‘Hou je kop man, en loop door!’
‘Hou zelf je kop. De kop ben jij, dat is nou net het punt.
En dat ik altijd kont moet zijn omdat jij mij niks gunt.’
‘Ho ho, geen kop: ik ben het hoofd. We zijn een edel dier.’
‘Nou, kapucijners eten vind ik anders geen manier.
Je hebt er geen idee van hoe ik hier naar adem snak.’

Het beest begint te steigeren en nijdig zwiept z’n staart –
de rits knapt, en daar liggen ze dan: voor- en achterpaard.

© Judy Elfferich

.

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 24, ‘Boeken’.

 

 

Langlezer

sinds 1622 te zien in Rotterdam

beeld Erasmus op Grotekerkplein - foto: Aad Corbeth @ Flickr, CC by-nd

Erasmus, in zijn boek verdiept,
merkt niks van alles om hem heen,
de drukke stad.

Toch hoort hij wel het carillon
en als de klok slaat, slaat hij vlug
een bladzij om.

Eenmaal per uur een volgend blad,
vier eeuwen lang
is dat gelees al aan de gang.

Hij gaf aan ons een interview.
‘Begint u telkens weer voor in
dat ene boek?’

‘Dat ene boek?! Nee, ga nou gauw.
Ik sta vlak bij de grote bieb,
da’s niet voor niks.

Daar sluip ik in de nacht naartoe
en ik kom terug
met een nieuw boek in elke mouw.’

© Judy Elfferich

Waarom mag niemand weten

rennende robot - fragmented @ Flickr, CC by-nc-nd

JUDY> wil je een raadspel doen?
BLABLA> waarom wil niemand weten.
JUDY> is het geheim?
BLABLA> geheim?

JUDY> een geheim is iets dat bijna niemand mag weten.
BLABLA> een geheim is bijna leeg.
JUDY> een geheim kan heel vol zijn.
BLABLA> waarom mag niemand weten.

JUDY> ken jij mijn geheimen?
BLABLA> een geheim kan goed slapen.
JUDY> een geheim slaapt in een verborgen hoekje.

BLABLA> waar denk je geheimen?
JUDY> ik denk stiekem aan geheimen, op de vliering van mijn hersenpan.

BLABLA> ik heb er niks meer aan. ik ga.
JUDY> o, jammer. nou, dag dan maar.

(BlaBla is mijn chatbot.)

Meer dialogen met chatterbots

Verstoppertje met de Kwantumkat

Cheshire cat (John Tenniel, 1865) - animatie: JudyElf, CC by-nc-sa

Waar of wanneer?
Tjee gekke Alice,
vreemde vraag is dat,
zegt de Kwantumkat.

Ruimtetijd zat
dus wie maakt me wat,
levend-maar-dood
in m’n goocheldoos?

Ik zweef vele levens
en zwerf duizend doden,
verdwijn en verschijn
als een golvend gordijn.

’t Kan vriezen, ’t kan dooien
in legio werelden.

Terwijl Schrödinger peinst
glip ik door een gat
en volg jij een konijn.

Hoe en waarom?
Tja maffe meid,
daar vraag je me wat.

Hoeden gaan af
en ik lik mijn poot
op Schrödingers graf.

Dat is dus een grap
uit de oude doos,
grijnst de Kwantumkat.

Een dubbele bodem?
Of is ie ontsnapt?

Mij maakt nooit niks uit,
ik weet nergens niks van
maar jij, gekke Alice,
hee, wat denk jij?

Nietes of welles?
– Haha, buut vrij!

© Judy Elfferich

.
En dat was kennis, zeg je dan. Misschien wel de beste nieuwe wetenschaps­poëzie

 

Dit gedicht staat in En dat was kennis, zeg je dan. Misschien wel de beste nieuwe wetenschaps­poëzie. VWN/Opwenteling, 2022.