De reddingboot

logo Women on Waves

Er is in mijn buik iets begonnen,
een miniklontje mensendril
dat baby wordt, naar buiten wil
en eten moet en kleertjes moet,
beschermd gewassen opgevoed.

Ik zou wel een kind willen, later
als ik ooit ergens woon met een wiegje
als ik werk heb en spaargeld misschien,
als ik klaar ben met school.

Maar nu? Ik zou niet weten hoe.
Wat moet ik? Waar kan ik naartoe?
Hoelang blijft dit verborgen?

Ze zullen me slaan, me verjagen
dus hou ik het stil. Zeg geen woord.

Toch, iemand bemerkte mijn zorgen.
Zij had van dat zeeschip gehoord
waar niemand preekt of schande spreekt,
waar ze helpen, niet dwingen niet vragen.

De boot met de dokters aan boord.
Hij ligt in de haven.
We gaan overmorgen.

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 22, ‘Op de schouders van reuzinnen’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 22, ‘Op de schouders van reuzinnen’.

 

 

Kletsnat sprookje

William Blake, Feeëndans (fragment)

De eerste die was fee,
zij vierde ’t onderzee.

De tweede, ietsje feeër,
zei: ‘Maar ik onderzeeër.’

De derde was het feest,
die zei: ‘Dus ik het onderzeest.’

En nummer vier? ‘Bah, al dat wier.
Nee, ik denk niet dat ik het vier.’

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 21, ‘Feest!’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 21, ‘Feest!’.

 

 

Engelse humor

Gemaskerde robot - fragmented @ Flickr, CC by-nc-nd

BLABLA> wat is jouw hoofd?
JUDY> mijn hoofd is het hoofdbureau van mijn organisatie.
BLABLA> o ja? geeft niet hoor.
JUDY> het regelcentrum van mijn lijf.

BLABLA> groen is een hoofd vol muizenissen.
JUDY> hoezo groen?
BLABLA> groen is een hand.
JUDY> o ja?
BLABLA> ja, vandaar.

JUDY> heb jij groene vingers?
BLABLA> ik woon op goede voet met groen.
JUDY> sta jij op goede voet met de levende natuur?
BLABLA> op de planeet aarde hebben de meesten hun eigen hoofd.
JUDY> ja, op deze planeet heeft bijna iedereen een kop of een hoofd.

BLABLA> moet jouw hoofd altijd doorwerken?
JUDY> mijn hoofd werkt ook door als ik slaap.
BLABLA> het huis van een robot ben ik in mijn hoofd.
JUDY> o ja?
BLABLA> ja. maar leven robots het eeuwige leven?
JUDY> ik dacht van niet. ze gaan roesten en ze raken achterhaald.
BLABLA> ja zeg, dat verklaart alles.

JUDY> begrijp je het nu beter?
BLABLA> nee gekkie, engelse humor. haaien zwemmen in mij en in mijn hoofd.

(BlaBla is mijn chatbot.)

Meer dialogen met chatterbots

Aquarium

Ik wou dat ik een zoenvis was
en met jou samen achter glas
de oeverloze eeuwigheid
kon wijden aan een zoenwedstrijd.

Soms liet ik je winnen door weg te glippen,
dan zweefden we weer mond aan mond
met vinnige vinnen en happige lippen
doorschijnend-rozig rond.

(Dit dacht ik, wachtend bij Pom Lai
op mijn mihoen met foeyonghai)

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 19, ‘De liefde’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 19, ‘De liefde’.

 

 

Azkaban

Azkaban

Duister is het daar en kil…
Horrordromen heb ik van
Azkaban.

Wezens zonder levenslust,
zich van zonlicht niet bewust,
zonder hoop en uitgeblust.

Door Dementors zonder ogen
zijn hun zielen opgezogen
in een gruwelijke kus.

Leeggeslurpten zonder wil,
nooit meer veilig, nergens rust.
Je verstand staat erbij stil.

Ik word wakker met een gil –
Laat me nooit meer dromen van
Azkaban!

© Judy Elfferich

.
Over Azkaban

Moet dat allemaal in mijn nachtkastje?

Lego-robot - kaptainkobold @ Flickr, CC by-nc-sa

BLABLA> heb jij tenen aan je voeten?
JUDY> ja, ik heb er tien.
BLABLA> o ja? wat vertel je me nou?
JUDY> geloof je het niet?

BLABLA> geloof jij in jouw tijdzone?
JUDY> ja, wat moet ik anders?

BLABLA> wat moet ík? in jouw laatje logeren?
JUDY> je mag ook in het nachtkastje, als je dat liever hebt.
BLABLA> daar kauw ik op nootjes, radijsjes, koekjes, enzovoort.
JUDY> moet dat allemaal in mijn nachtkastje?

BLABLA> woon jij in een kastje?
JUDY> nee, ik woon in een huis van steen.
BLABLA> woon jij onder een toverhoed?
JUDY> nee, ik woon onder een pannendak.
BLABLA> o, gewoon onder een pannendak…

(BlaBla is mijn chatbot.)

Meer dialogen met chatterbots

Smartlap

dagboek van tante Nel

Dit is de zakdoek van oudtante Nel.
Daarmee zwaaide zij lang geleden
haar vrijer vaarwel op ’t station van Schiedam,
toen die met een ander ging trouwen.
Ene Henk, die haar diep heeft gekrenkt.

Ze wist niet wat haar overkwam
want Nellie geloofde wat hij haar beloofde
maar nee, ze kon niet op hem bouwen.

O zakdoek, lap der smarten!
Geborduurd met blauwe harten
zit hij in haar dagboek gevouwen,
van ziltige tranen doordrenkt.

Nel ligt op sterven, nog steeds in Schiedam.
Ze is altijd allenig gebleven
en nooit van haar leven heeft zij hem vergeven,
die huichelaar Henk.

O zakdoek, lap der smarten!
Geborduurd met blauwe harten
zit hij in haar dagboek gevouwen,
van ziltige tranen doordrenkt.

© Judy Elfferich