Modderliedje

spletsj splatsj - illustratie: DALL-E & JudyElf, CC by-nc-sa

Mijn paarse laarzen van rubber
zitten helemaal onder de blubber.

Rondgesprongen, hard gezongen,
spletsj splatsj! gladde modderbaan.
Uitgeglibberd, nat gebibberd.

Klodders op mijn mouwen,
klodders op mijn broek.
Kouwe oren, muts verloren,
wanten zoek.

Droge sokken, krentenbrood.
Warme choco, grote slokken.
Paarse deken, poes op schoot.

Morgen lekker, spletsj splatsj!
mijn laarzen weer aan.

© Judy Elfferich

.
Dwarrelbos. Bundel met herfstversjes

 
Dit gedicht staat in Dwarrel­bos. Bundel met herfst­versjes. Prenten­boeken­Plus, 2023.

 

 

Bedacht

bedacht

Er was eens een heelalletje,
dat had zichzelf bedacht.

‘Waar haal je het vandaan?’
wou ’t Zwarte Gatblad weten.
‘Hoe krijg je ze verzonnen,
al die sterren en planeten?’

‘Het ging met een klein knalletje,
een heel bescheiden scheetje
gewoon maar uit verveling.
Dat gaf een beetje speling
voor wat verbeeldingskracht.’

‘En toen ben je zo uitgedijd.
Hoe pakte je dat aan?’

‘Dat is vanzelf gegaan.
Maar nu is overal altijd
gewemel en gehemel…
Waar ben ik aan begonnen?
Ik wil weer gapend niksen,
ik ga die mikmak fiksen
en word weer niemendalletje.’

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 28, ‘Het heelal

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 28, ‘Het heelal’.

 

 

Waarschuwing

Is de zomertijd voorbij,
hoor je ’s avonds op de hei
weer de witte wieven joelen,
vraag dan niet wat ze bedoelen.

Zijn de dagen kort van duur,
zie je rond het blauwe uur
weer de witte wieven zweven,
ren dan, ren dan voor je leven.

Grijpt zo’n wief je bij je haar,
ai, dan blijf je aan haar plakken
en verdwijn je in de mist.

Eeuwig snakkend naar een kist
zul je in de zomp verzakken.

Nooit van huis dus zonder schaar.

© Judy Elfferich

Jij bij mij

.
Verschenen als poëzieposter bij Plint:

Plint-poëzieposter Jij bij mij
[Klik op afbeelding voor meer info | tekst: © Judy Elfferich | beeld: © Grootzus]

.
JIJ BIJ MIJ

De deurknop glundert, blij verrast.
De bel begint te zingen.
De deur knerpt: ‘Toe maar, loop me plat!’
‘Welkom! Welkom!’ blaft de mat.
De kapstok buigt en aait je jas.

Kaarsjes staan in vuur en vlam.
Tulpen wiebelen op hun stelen
en draaien zich naar jou.
Er trilt een snaar van de gitaar:
‘Hee, wil je samen spelen?’

Twee stoelen schuiven naar elkaar.
Twee glazen giebelen in de kast.
‘Hè hè, waar bleef je nou?
We dachten dat je nooit meer kwam…’
verzuchten alle dingen.

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 29, ‘Thuis

 

Dit gedicht staat ook in DICHTER. 29, ‘Thuis’.

 

 

Chinees liedje in Europa

voor mijn petekind Isabel Clara

Xavier Nogués, waaier ‘El amor’ - website Museu Nacional d’Art de Catalunya, Barcelona (www.museunacional.cat), CC by-nc-sa
[Klik op plaatje voor vergroting]

Meisje met waaier
loopt over brug heen
hoog boven koelte
van stromend water.

Heren in jasjes
staan vanaf oever
brug zonder leuning
te bestuderen.

Meisje met waaier
en jurk met stroken
wil iemand vinden
om mee te trouwen.

Maar alle heren
hebben al vrouwen
met blonde haren
en bleke woorden.

Zingende krekels
ergens in ’t westen.

(Meisje loopt verder
door groene weide.)

Zingende krekels
ginds onder bloemen.

(Heren verdwijnen
richting het noorden.)

Federico García Lorca (1898-1936) | © vertaling: Judy Elfferich
.

Nominatie Nederland Vertaalt 2023.
Alle genomineerde vertalingen S-N: klik.
Mijn eveneens genomineerde vertaling D-N werd bekroond: klik.

.

De oorspronkelijke tekst:
.

CANCIÓN CHINA EN EUROPA
A mi ahijada Isabel Clara

La señorita
del abanico
va por el puente
del fresco río.

Los caballeros
con sus levitas
miran el puente
sin barandillas.

La señorita
del abanico
y los volantes
busca marido.

Los caballeros
están casados
con altas rubias
de idioma blanco.

Los grillos cantan
por el Oeste.

(La señorita
va por lo verde.)

Los grillos cantan
bajo las flores.

(Los caballeros
van por el Norte.)

(uit: Canciones infantiles, 1921)

Spinnentruc

spin (Edmund Dulac)

Dag spinnetje, net uit je ei,
wordt dit je allereerste web?
Hoe maak je een beginnetje?
Hoe kom je naar de overkant,
met hulp van een vriendinnetje?
Vertel dat eens aan mij.

Hoe of dat gaat? Mij helpt de wind.
Ik maak een dunne draad die plakt
en door de lucht kan zweven
en daarmee ga ik vliegeren.
Zodra hij aan een afdak, tak
of vuilnisbak blijft kleven,
begint mijn circusact.
Wiegelend en bevend
dans ik heen en weer – O wacht,
een mug. Die moet ik even –
Dag mensenkind! Ik ga nu vlug.

© Judy Elfferich

.
Dwarrelbos. Bundel met herfstversjes

 
Dit gedicht staat in Dwarrel­bos. Bundel met herfst­versjes. Prenten­boeken­Plus, 2023.

 

 

Buitenhuisjes

Grote huizen hebben kleintjes
op een paal of aan een gevel
waarin spullen buitenspelen,
waarin dingen bivakkeren
als ze met vakantie gaan.

Zoek je avonturenboeken,
zelfgebakken krentenkoeken,
kippeneitjes vers gelegd?
Krap geworden kinderkleren,
zelfgeplukte jutteperen?
Alles vind je langs de weg.

Wil je warme winterwanten,
zelfgekweekte aardbeiplanten,
huisgemaakte appelstroop?
Echt antieke tafelpoten,
zelfgeraapte hazelnoten?
Allemaal te geef, te koop.

Zwoele paarse pauwenveren,
bruut verstoten teddyberen
komen graag bij jou logeren,
kijken je verlangend aan.
Mag je hebben voor een schijntje.

O, jij wilt geen hebbedingen?
Jij hebt zelf nou net je hele
schuur en zolder opgeschoond
en zoekt rust voor mijmeringen?

De gastvrijste buitenhuisjes
zijn die waar Maria woont.

© Judy Elfferich

Mariakapelletje - foto: Geert Budenaerts @ Wikimedia Commons, CC by (bewerkt door JudyElf)

Dit gedicht maakt deel uit van het kunstproject In Between van Lea Adriaans & friends.

project In Between
expositie In Between 2, KEG Schijndel, 30 oktober – 8 december

Berlijn Verlicht

Brecht & Weill, Berlin im Licht-song (fragment bladmuziek)
[Klik op plaatje voor vergroting]

Al is de zon misschien
fijn voor een wandelaar –
wie echt de stad Berlijn wil zíen
zet massa’s lampen klaar.
Dit is geen lief rustig plaatsje,
dit is een flink grote stad.
En zie je daar alles graag helemaal,
dan kost dat behoorlijk wat watt.
Nou wat dan? Nou wat dan?
Wat is dat voor een stad dan?

Aan met dat licht,
dan zie je of er wat te zien is.
Aan met dat licht
en monden even dicht.
Aan met dat licht
en laten we dan maar eens kijken
of dat nou echt wat is: Berlijn Verlicht.

Bertolt Brecht (1898-1956) | © vertaling: Judy Elfferich
.

Bekroning Nederland Vertaalt 2023.
Alle genomineerde vertalingen D-N: klik.

.

De oorspronkelijke tekst:
.

BERLIN IM LICHT

Und zum Spazierengehn
genügt das Sonnenlicht.
Doch um die Stadt Berlin zu sehn,
genügt die Sonne nicht,
das ist kein lauschiges Plätzchen,
das ist ’ne ziemliche Stadt.
Damit man da alles gut sehen kann,
da braucht man schon einige Watt.
Na wat denn? Na wat denn?
Was ist das für ’ne Stadt denn?

Komm, mach mal Licht,
damit man sehn kann, ob was da ist,
komm, mach mal Licht,
und rede nun mal nicht.
Komm, mach mal Licht,
dann wollen wir doch auch mal sehen,
ob da ’ne Sache ist: Berlin im Licht.

.

Uitvoering door Heinz Karl Gruber en Daniel Barenboim
Over het festival Berlin im Licht (1928)

Geloofwaardig

Geloofwaardig (gemaakt van tekeningen door Edward Lear) - animatie: JudyElf, CC by-nc-sa

Geloof jij in de liefde?
Geloof je in het lot?
Geloof je in diëten?
Geloof je in een god?

Geloof jij in een weerwolf,
een eenhoorn of een elf?
Geloof je in kabouters?
Geloof je in jezelf?

Geloof jij in het toeval?
Geloof je in het kwaad?
Geloof je wat op Insta
of in de sterren staat?

Geloof jij dat er leven is
op andere planeten?
Geloof je dat er dingen zijn
die wij niet kunnen weten?

Geloof jij in de toekomst?
Geloof je in het geld?
Geloof je zomaar alles
wat iemand je vertelt?

Mij maak je heus niks wijs.
Alleen een ijzersterk verhaal
geloof ik altijd – even – helemaal.

© Judy Elfferich

Over suspension of disbelief

.
DICHTER. 20, ‘Geloof’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 20, ‘Geloof’.