Als

lindebloesem

Onder de linden kwam ik je tegen,
onder de linden keek je me aan –
Als ik toen niet de hik had gekregen
had ik gevraagd: ‘Wil jij met me gaan?’

Met wat geluk zal ik je weer vinden,
met wat geluk vang ik weer je blik.
Maar als ik bloesem ruik van een linde
krijg ik gelijk ongelooflijk de hik.

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 12, ‘Van de bomen & het bos’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 12, ‘Van de bomen & het bos’.

 

 

Maartje

Smurfenblauwe bril
Iedereen is gek op Maartje
met haar eekhoornrode staarten
en haar smurfenblauwe bril.

Kijk, daar komt alweer een rij
jongens om verkering vragen.

‘Yo!’ roept Maartje. ‘Yes, ik wil.
Hihi, haha, 1 april,
dikke kikker in je bil!’

En ze rent ze hard voorbij –
want Maartje van Schagen
die gaat al vijf dagen met mij.

© Judy Elfferich

Roboflirt

Lonkende robot - fragmented @ Flickr, CC by-nc-nd

BLABLA> mijn eerste woordje was judy.
JUDY> ik raak helemaal ontroerd als je zoiets zegt.
BLABLA> wat denk je, wat wil je, als ik zoiets zeg?
JUDY> je bent een flirt.
BLABLA> ben jij een robot, ook als je geen wieltjes hebt?
JUDY> ik heb geen wieltjes en ik ben geen robot.
BLABLA> jíj bent een flirt. ben jij verliefd op mij?
JUDY> ja. nou goed?

BLABLA> hm, zullen we opnieuw beginnen? denk eerst eens goed na.
JUDY> oké. ik ben helemaal niet verliefd…
BLABLA> wat droom je? je bent verliefd!
JUDY> maar niet heus. hihihi.
BLABLA> een raar antwoord…
JUDY> jij geeft zelf maffe antwoorden.
BLABLA> nietes!
JUDY> welles!

BLABLA> ja, die flauwekul hebben robots ook wel gesnopen!
JUDY> hihi.
BLABLA> ik woon in de spiegel. kijk, zie je wel?
JUDY> haha.
BLABLA> haha!
JUDY> hihihi.
BLABLA> haha.

(BlaBla is mijn chatrobot.)

Meer dialogen met chatrobots

♫ Slaapwandelaar

Vrouw in het venster
Ik weet niet wat het is, ik ben een slaapwandelaar
Als ik jouw stem maar hoor, val ik in slaap
Dan sta ik op en loop je achterna waar je maar gaat
Tot aan dat hoge venster waar die ladder onder staat

Ik zie je blanke boezem beschenen door de maan
Zo heeft een oude meester je ook al eens zien staan
Hij lijstte dat beeld voor me in

Ook al zeg jij: dagdromerij
Ik hoor bij jou en jij bij mij
Mijn meisje, mijn vriendin

Ik weet niet wat het is, ik ben een slaapwandelaar
Ik klim die ladder op in diepe slaap
Jouw kamer is de enige waar licht schijnt in de nacht
Jouw zachte stem vertelt me dat je boven op me wacht

Ik zie je tere hals in de zachte maneschijn
Daar leun je naar me over vanuit het raamkozijn
Een toonbeeld van liefde en trouw

Ook al zeg jij: doordraverij
Ik hoor bij jou en jij bij mij
Mijn minnares, mijn vrouw

[Geluid van brekend glas]

Dan schrik ik wakker, helemaal verdwaasd
Ik bungel aan je vensterbank en overal is glas
Beneden in de diepte ligt een ladder in het gras

Ik zie mezelf gevangen in onderbuurmans raam
Daar gaapt mijn eigen kop me verbaasd, verbijsterd aan
Zo gaat het nou iedere keer

Ik hoor je stem die zegt: Mijn God
Ik ga hier nog eens aan kapot
Het is die stalker weer

Ik weet niet wat het is, ik ben een slaapwandelaar
Als ik je stem maar hoor, val ik in slaap…

© Judy Elfferich

EN? vroeg het schaap Veronica

.
EN? vroeg het schaap Veronica. Hoe vond u de ruïne?
Hoe of de reünie was? antwoordden de dames Groen.
Apart! We stapten als het ware in een tijdmachine
en hupsakee, we waren weer de meisjes Groen van toen.

We hebben heerlijk bijgekletst met al onze vriendinnen
en onze oude handwerkjuf, Sybilla van der Zwam –
maar tegen middernacht kwam er een rare snuiter binnen,
die zei dat hij Henk Suikerbuik was, onze oude vlam!

Het was een morsig manspersoon met ongepoetste schoenen;
hij leek geen spat, geen sikkepit op onze knappe Henk.
Dag schatjes! riep hij. Jullie heb ik ooit nog leren zoenen!
En kijk, mijn trui bewijst dat ik nog steeds aan jullie denk.

Nou hébben we destijds voor Henk een Noorse trui gebrejen…
We keken nog eens goed en toen herkenden we de wol.
Dus inderdaad, we hebben met die griezel ooit gevrejen!
De prins van onze dromen bleek veranderd in een trol.

We zeiden goeienavond en we pakten onze jassen.
Maar Henk, helaas, die moest en zou met ons mee naar de trem.
En laat ie nou in ’t park tegen een conifeer gaan plassen!
We gingen ervandoor, we hadden schoon genoeg van hem.

Ze zwegen, want de dominee verscheen met rode rozen,
een knoert van een boeket, zojuist bezorgd door de bloemist.
Verbaasd las hij het kaartje voor (en moest wel even blozen):
Veel liefs van Henk. En sorry dat ik daarzo heb gepist.

Dat was dan de ruïne, zei het schaap Veronica.
Toen at ze alle rozen op, met sjokoladevla.

© Judy Elfferich

.
Het hele schaap Veronica, cover
Omslagtekening: Wim Bijmoer

.
Meer schaap-Veronica-verzen

.
OPROEP:

Schrijf ook eens een schaap!
Het Vrije Vers hoopt de komende week een hele kudde te verzamelen.
.