PARDON, zeiden de dames Groen

oom Hendrik Groen - illustratie: collage JudyElf, CC by-nc-sa

PARDON, zeiden de dames Groen, mejuffrouw van de boeken,
maakt u ons even wegwijs in dit grote biebgebouw?
Hier hangt een bordje JEUGD, terwijl wij juist BEJAARDEN zoeken.
Bedoelt u groteletterboeken? vroeg de biebjuffrouw.

De dames Groen verklaarden: Groot of klein is ons om ’t even.
Het is maar om te lezen, weet u. Dus dat zien we ruim.
Zolang ze maar door Hendrik Groen persoonlijk zijn geschreven.
Die oom van ons zuigt altijd al van alles uit z’n duim…

Nu is ie zogenaamd naar een verzorgingshuis vertrokken;
dat schrijft ie, maar hij woont gewoon nog thuis met tante Stien.
Zij zegt altijd: Met Hendrik om me heen word ik mesjokke,
laat hij maar fijn op zolder tikken op z’n tiepmasjien.

De biebjuffrouw zei: Jeminee, dus u bent echt zijn nichten?
De nichten van de welbekende schrijver Hendrik Groen?
U lijkt op hem, ik zie het nu opeens aan uw gezichten.
Vertel es, geeft u óók uw dagboek uit, na uw pensioen?

Nee nee, zeiden de dames Groen en glimlachten bescheiden.
Bij ons is alles waargebeurd, dus tja, dat blijft privé!
We lezen enkel af en toe iets voor aan ingewijden:
ons lieve schaap Veronica en onze dominee.

Ik snap het, zei de biebjuffrouw. Ik zal niet verder vragen…
Kijk, hiero staan de boeken van uw oom, met zijn portret.
Dat hij mag blijven tikken tot het einde zijner dagen!
De dames Groen die hadden vast hun hoedje opgezet.

De dominee en ’t schaap zaten te wachten in De Snoek
met oude klare, sjokomel en oudewijvenkoek.

© Judy Elfferich

.
Meer schaap-Veronica-verzen

Driekoningen

 
Driekoningenavond op Nova Zembla, in 1597 (uit het dagboek van Gerrit de Veer):

Na het zware werk van die dag bedachten we ons dat het Driekoningen moest zijn.
We vroegen de schipper toestemming om het feest te vieren, om ons treurig bestaan
wat op te fleuren. We leverden allemaal een deel van ons wijnrantsoen in. Er was nog
twee pond meel, eigenlijk bedoeld als stijfsel voor de kardoezen, waar we met olie
pannekoeken van bakten. We namen elk een wittebroodsbeschuit van ons rantsoen
en sopten dat in de wijn. We hadden zo’n plezier, dat we ons verbeeldden bij onze
vrienden in Nederland te zijn; het eten smaakte ons zo goed als de heerlijkste
maaltijd thuis. We hadden ook briefjes uitgedeeld en onze konstabel was Koning
van Nova Zembla; een land van 200 mijl lang, gelegen tussen twee zeeën.

Drie koningen, drie koningen

Een driekoningenherinnering van Ed Schilders