Twaalf in Amsterdam

Kees de jongenbrug, Jordaan, Amsterdam

Ik ben twaalf en ik zie mezelf lopen
weerspiegeld in iedereens ogen:
gewoon maar een kind uit groep acht.
Ik loop hier doodernstig te spelen.
Er zit ergens bij mij vanbinnen
een grootsheid te groot voor mijn hoofd.

Mijn tijd gaat nu bijna beginnen.
Om de volgende hoek al misschien
wordt iemand beroofd, valt er een in de gracht,
dan red ik die en toon mijn heldenmoed.

Wat deze alleskunner kan,
daar weet de wereld nog niks van.
Eentje die het in me ziet: Rosa Rosa Rosa,
één maar, heel de rest nog niet.

Moet je zien, binnenkort, wie ik word.
Dan smeken ze of ik kom spelen,
voor ’t echie hè, voetbal of schaak of trompet;
moet ik handtekeningen uitdelen.
Komt thuis alles goed, pa gewoon weer uit bed.

Ik zie mezelf lopen door Amsterdams straten
van nu en van later, langs spiegelend water
voorgoed, Rosa, jou tegemoet.

© Judy Elfferich

over Kees de jongen

Schoen uit twaalfhonderdzoveel

schoen, 1275-1299, Amsterdam Museum

Ik ben een leren linkerschoen,
in Amestelledamme gemaakt.
De looier riep Sint Nicolaas aan,
dat heeft mijn puntneus goedgedaan.

Jan Voetman droeg me bij het werk
aan hutten, kaden, dam en kerk,
bij lossen en bij laden.
Het was daar glibberig en glad,
mijn leer was bijna altijd nat;
je zult dus wel begrijpen dat
Jan Voetman koude tenen had.
Als hij dan tot Sint Nicolaas bad
was alles snel weer droog.
Voor hij me aantrok schudde hij
soms kikkers of een muis uit mij.

Ons afscheid was abrupt, helaas:
ik ben uit de pas geraakt,
de diepe modder trok me aan
en hield me eeuwen vast.

Toen haalde iemand me omhoog —
heeft me niet eens gepast!
‘Toe, mag ik bij een schoorsteen staan?’
vraag ik Sint Nicolaas.

© Judy Elfferich

Sint Nicolaas, de beschermheilige van Amsterdam, is ook de schutspatroon van o.a. schoenmakers, havenwerkers en iedereen die iets zoekt.

In bed voor de vrede

bed-in John & Yoko, Amsterdam 1969

John was op Yoko en Yoko op John.
Ze hadden lang haar en ontzettend veel fans
en ze wilden iets doen voor de vrede.

Ze trokken in een sjiek hotel
en hebben een week lang in bed
met witte pyjama’s aan
de wereldpers te woord gestaan.

‘John, Yoko, wat zijn dit voor grappen?
Dit snapt toch geen mens?’

‘Wat valt er aan vrede te snappen?
We liggen te niksen, weet je wel.
We aaien elkaars haar, lachen lief naar elkaar.
Zo kun je het fiksen: niet vechten maar niksen.
Als machthebbers dát nou eens deden,
kreeg de vrede een kans.’

Geef de vrede een kans.
Geef de vrede een kans.
Als iedereen meedoet met niksen in bed,
net als Yoko en John, wordt de wereld gered.

© Judy Elfferich

IJ-blues

verdronken fiets - foto: Stuart Crawford @ Flickr, CC by-nc-nd

Op de bodem van ’t IJ ligt een bootje dat zonk,
en roestige wapens en geld en juwelen.
Op de bodem van ’t IJ ligt een mens die verdronk,
op de bodem van ’t IJ ligt leed van zovelen.

Op de bodem van ’t IJ voeden derrie en drab
een daar in de diepte gedijend gewas.
Naar de bodem van ’t IJ voert de uiterste stap
van mensen wier levenspijn nimmer genas.

Langs stenen in ’t slik glippen grauwe beesten,
uit een rioolpijp welt smurrie en gif.
Een ring, toen het uitging wild weggesmeten,
een afgerukt been uit de schroef van een schip.

En een naamloos kind, uit de schoot verstoten;
onwelkom, verwenst, moest het maar weg.
Wat Amsterdam uitkotst in zijn goten,
op de bodem van ’t IJ komt het terecht.

O barmhartig IJ, jij legt lijken te slapen
in een bedje met lakens geweven van slijk.
Vullisrivier zonder boei of haven,
jij wiegt ons van veerpont tot dodenrijk.

Ontvang de schooiers, ontvang de meiden,
ontvang de zuiplap, ontvang de gek;
laat al hun gesnik met je slaapliedje deinen,
en breng dan hun ziel tot rust in je drek.

Op de bodem van ’t IJ ligt een bootje dat zonk,
en roestige wapens en geld en juwelen.
Op de bodem van ’t IJ ligt een mens die verdronk,
op de bodem van ’t IJ ligt leed van zovelen.

Maurice Magre (1877-1941) | © vertaling: Judy Elfferich
.

Bekroning mini-vertaalwedstrijd Nederland Vertaalt 2020.
☆  Dit is een verbeterde versie (regel 5 + 7 aangepast).
Ook bekroond: de vertaling van Oda Visser en die van Harriet Westrate.

.

De oorspronkelijke tekst:
.

COMPLAINTE DE LA SEINE
(in 1934 op muziek gezet door Kurt Weill)

Au fond de la Seine, il y a de l’or,
Des bateaux rouillés, des bijoux, des armes…
Au fond de la Seine, il y a des morts…
Au fond de la Seine, il y a des larmes…

Au fond de la Seine, il y a des fleurs
De vase et de boue, elles sont nourries…
Au fond de la Seine, il y a des cœurs
Qui souffrirent trop pour vivre la vie.

Et puis les cailloux et des bêtes grises…
L’âme des égouts soufflant des poisons…
Les anneaux jetés par des incomprises,
Des pieds qu’une hélice a coupés du tronc…

Et les fruits maudits des ventres stériles,
Les blancs avortés que nul n’aima,
Les vomissements de la grande ville,
Au fond de la Seine il y a cela.

Ô Seine clémente où vont des cadavres
Au lit dont les draps sont faits de limon.
Fleuve des déchets, sans fanal ni havre,
Chanteuse berçant la morgue et les ponts.

Accueill’ le pauvre, accueill’ la femme,
Accueill’ l’ivrogne, accueill’ le fou,
Mêle leurs sanglots au bruit de tes lames
Et porte leurs cœurs parmi les cailloux.

Au fond de la Seine, il y a de l’or,
Des bateaux rouillés, des bijoux, des armes…
Au fond de la Seine, il y a des morts…
Au fond de la Seine, il y a des larmes…

♫ Op het Drs. P-plein ♫

.
of: Het dieet ener deerne

Deerne

Op het Drs. P-plein
keken zij elkander aan
Innig fonkelden hun ogen
in het bleke licht der maan

En de knaap sprak tot de deerne:
‘Schat kom mee, ik hou je vrij
Ik trakteer op schorseneren
knolraap, lof en verse prei’

Doch de deerne zei bedremmeld
(in heur ooghoek blonk een traan):
‘Neen, op doktersvoorschrift eet ik
slechts komkommer en banaan’

Somber klom hij op zijn brommer
en verzoop zich in de gracht…
Over ’t Drs. P-plein
dwaalt de deern nog elke nacht

© Judy Elfferich

naambord Drs. P-plein
(Op 24 augustus, zijn geboortedag,
is een deel van het Oudekerksplein
in Amsterdam door een schare fans
omgedoopt tot Drs. P-plein.)

Heen en weer

.
Tijdens Sail 2015 konden de passagiers van de NDSM-pont over het IJ genieten van ‘waterige poëzie’. Aan dit project (van de OBA en Jos van Hest) deden 21 dichters mee.

Dichter bij Sail, logoDichter bij Sail, voorlezen vanaf het bovendek - foto: Irene Dekkers
Ik las o.a. dit versje voor:

AFTELVERSJE

Jij mag niet meedoen
Nee, jij doet niet mee
Want je kwam over land
Maar je ging over zee

Zeven zakken schelpen
Acht emmers zout
Zullen je niet helpen
Schattebout

Negen natte tenen
Schreven in het zand:
Tabee

Daarom doe jij niet mee

© Judy Elfferich

Meer projecten