IJ-blues

hand in hand - foto: Stuart Crawford @ Flickr, CC by-nc-nd

Op de bodem van ’t IJ ligt een bootje dat zonk,
en roestige wapens en geld en juwelen.
Op de bodem van ’t IJ ligt een mens die verdronk,
op de bodem van ’t IJ ligt leed van zovelen.

Op de bodem van ’t IJ voeden derrie en drab
een daar in de diepte gedijend gewas.
Naar de bodem van ’t IJ voert de uiterste stap
van mensen wier levenspijn nimmer genas.

Langs stenen in ’t slik glippen grauwe beesten,
uit een rioolpijp welt smurrie en gif.
Een ring, toen het uitging wild weggesmeten,
een afgerukt been uit de schroef van een schip.

En een naamloos kind, uit de schoot verstoten;
onwelkom, verwenst, moest het maar weg.
Wat Amsterdam uitkotst in zijn goten,
op de bodem van ’t IJ komt het terecht.

O barmhartig IJ, jij legt lijken te slapen
in een bedje met lakens geweven van slijk.
Vullisrivier zonder boei of haven,
jij wiegt ons van veerpont tot dodenrijk.

Ontvang de schooiers, ontvang de meiden,
ontvang de zuiplap, ontvang de gek;
laat al hun gesnik met je slaapliedje deinen,
en breng dan hun ziel tot rust in je drek.

Op de bodem van ’t IJ ligt een bootje dat zonk,
en roestige wapens en geld en juwelen.
Op de bodem van ’t IJ ligt een mens die verdronk,
op de bodem van ’t IJ ligt leed van zovelen.

Maurice Magre (1877-1941) | © vertaling: Judy Elfferich
.

Bekroning mini-vertaalwedstrijd Nederland Vertaalt 2020.
☆  Dit is een verbeterde versie (regel 5 + 7 aangepast).
Ook bekroond: de vertaling van Oda Visser en die van Harriet Westrate.

.

De oorspronkelijke tekst:
.

COMPLAINTE DE LA SEINE
(in 1934 op muziek gezet door Kurt Weill)

Au fond de la Seine, il y a de l’or,
Des bateaux rouillés, des bijoux, des armes…
Au fond de la Seine, il y a des morts…
Au fond de la Seine, il y a des larmes…

Au fond de la Seine, il y a des fleurs
De vase et de boue, elles sont nourries…
Au fond de la Seine, il y a des cœurs
Qui souffrirent trop pour vivre la vie.

Et puis les cailloux et des bêtes grises…
L’âme des égouts soufflant des poisons…
Les anneaux jetés par des incomprises,
Des pieds qu’une hélice a coupés du tronc…

Et les fruits maudits des ventres stériles,
Les blancs avortés que nul n’aima,
Les vomissements de la grande ville,
Au fond de la Seine il y a cela.

Ô Seine clémente où vont des cadavres
Au lit dont les draps sont faits de limon.
Fleuve des déchets, sans fanal ni havre,
Chanteuse berçant la morgue et les ponts.

Accueill’ le pauvre, accueill’ la femme,
Accueill’ l’ivrogne, accueill’ le fou,
Mêle leurs sanglots au bruit de tes lames
Et porte leurs cœurs parmi les cailloux.

Au fond de la Seine, il y a de l’or,
Des bateaux rouillés, des bijoux, des armes…
Au fond de la Seine, il y a des morts…
Au fond de la Seine, il y a des larmes…

Gelukkig maakt de liefde niet

gevelsteen Lyon - foto: Xavier Caré @ Wikimedia Commons, CC by-sa, bewerkt door JudyElf
Niets hoort er ooit voorgoed en werkelijk bij jou
Je kracht je zwakte en je hart alleen maar schijn
Met open armen blijkt je schim een kruis te zijn
Je koestert je geluk en knijpt het daardoor fijn
Het leven zet je telkens lelijk in de kou
    Gelukkig maakt de liefde niet

Het leven lijkt wel zo’n soldaat zonder geweer
Voor heel iets anders ooit bestemd en toegerust
Die zinloos elke morgen opstaat plichtbewust
’s Nachts onverrichter zake weerkeert uitgeblust
Dus lieveling zing mij maar na en huil niet meer
    Gelukkig maakt de liefde niet

Mijn mooie lief mijn harteschram mijn harteschrijn
Als een gewonde mus draag ik je in me mee
En ieder die ons ziet heeft daarvan geen idee
Maar zingt toch de door mij gevlochten woorden mee
Dat voor jouw grote ogen snel gesneefd refrein
    Gelukkig maakt de liefde niet

De tijd dat je zou leren leven vloog voorbij
Hoe huilen in de nacht dat hart van mij en jou
Wat kost een simpel lied aan treurnis en berouw
Een rilling van genot aan spijt om kwade trouw
Een wijsje op gitaar aan snikken en geschrei
    Gelukkig maakt de liefde niet

Geen liefde die niet pijnlijk en ondraaglijk wordt
Geen liefde die niet kwetst geen liefde die niet sloopt
Geen liefde die niet alles van zijn bloem berooft
Je vaderland jouzelf en wat je had gehoopt
Geen liefde die niet leeft van tranen die je stort
    Gelukkig maakt de liefde niet
    Maar dit is onze liefde en ons lied

Louis Aragon (1897-1982) | © vertaling: Judy Elfferich
.

Inzending Nederland Vertaalt 2017, niet genomineerd. De genomineerde vertalingen F-N: klik.
Kleine Weense wals, mijn inzending S-N, werd wel genomineerd: klik.

.

Het oorspronkelijke gedicht:
.

IL N’Y A PAS D’AMOUR HEUREUX

Rien n’est jamais acquis à l’homme Ni sa force
Ni sa faiblesse ni son coeur Et quand il croit
Ouvrir ses bras son ombre est celle d’une croix
Et quand il croit serrer son bonheur il le broie
Sa vie est un étrange et douloureux divorce
    Il n’y a pas d’amour heureux

Sa vie Elle ressemble à ces soldats sans armes
Qu’on avait habillés pour un autre destin
A quoi peut leur servir de se lever matin
Eux qu’on retrouve au soir désoeuvrés incertains
Dites ces mots Ma vie Et retenez vos larmes
    Il n’y a pas d’amour heureux

Mon bel amour mon cher amour ma déchirure
Je te porte dans moi comme un oiseau blessé
Et ceux-là sans savoir nous regardent passer
Répétant après moi les mots que j’ai tressés
Et qui pour tes grands yeux tout aussitôt moururent
    Il n’y a pas d’amour heureux

Le temps d’apprendre à vivre il est déjà trop tard
Que pleurent dans la nuit nos coeurs à l’unisson
Ce qu’il faut de malheur pour la moindre chanson
Ce qu’il faut de regrets pour payer un frisson
Ce qu’il faut de sanglots pour un air de guitare
    Il n’y a pas d’amour heureux

Il n’y a pas d’amour qui ne soit à douleur
Il n’y a pas d’amour dont on ne soit meurtri
Il n’y a pas d’amour dont on ne soit flétri
Et pas plus que de toi l’amour de la patrie
Il n’y a pas d’amour qui ne vive de pleurs
    Il n’y a pas d’amour heureux
    Mais c’est notre amour à tous deux

.

Over Louis Aragon
Over Il n’y a pas d’amour heureux