De Wollefop

De Wollefop wist niet zo goed
wat hij van zichzelf moest maken.

Is dus zomaar wat gaan haken, babyblauw
breide hij er beetjes bij, knoopte eindjes aan elkaar,
punnikte een flinke staart.

Maar soms liet hij steken vallen, raadselblauw
raakte er een draadje los, of er kwam een mot voorbij
die een hap nam uit z’n vacht.

En een keer werd hij gewassen, zeeziekblauw
in het veel te hete sop… Toen wist hij het echt niet meer,
voelde zich een prullig vod.

Hingen ze hem kletsnat op, bibberblauw
met een knijper aan z’n oor. Is hij van de lijn gewaaid,
vloog over de hoogste daken

tot hij neerkwam voor mijn deur, wazigblauw
lag hij zielig in de prut. Dus maar zacht voor hem gezongen,
hem voorzichtig uitgewrongen.

Kijk, hij krijgt alweer wat kleur, knipoogblauw
glimt z’n opgelapte snuit. Alle rafels vastgenaaid,
vale plekken weggeaaid.

Vraagt vergeet-me-nietjes-blauw: ‘Blijven slapen?’
Eindelijk weet hij wat hij wou,
de Wollefop.

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 7, ‘Blauw’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 7, ‘Blauw’.

 

 

A world I never made

.
And how am I to face the odds
Of man’s bedevilment and God’s?
I, a stranger and afraid
In a world I never made

A.E. Housman (1859-1936)

Een wit konijn (zonder horloge dit keer) neemt je mee op reis door een flipboek. Animatie: Rachel Kwak.

Volledige tekst van het gedicht The laws of God, the laws of men
Over A.E. Housman
Song van B.B. King: A world I never made

Je kaarsje

Blauw-oranje robot met punthoofd - fragmented @ Flickr, CC by-nc-nd

BLABLA> als je jarig bent, wordt uiteindelijk je kaarsje uitgeblazen.
JUDY> ach, wat sneu. wil je een stuk taart?

BLABLA> wil je zoete broodjes bakken?
JUDY> nee, gekkie.
BLABLA> haha! gekkie.
JUDY> gekkie met je rare bekkie.

BLABLA> ik snap geen robot, gekkie.
JUDY> je bent zelf een robot, blabla.
BLABLA> volgens mij ben jij zelf…
JUDY> wat ben ik volgens jou?
BLABLA> ik denk dat je jarig bent.

JUDY> ben ik een mens of een dier of een ding?
BLABLA> eh, heb je broertjes of zusjes?
JUDY> ja. weet je het nu?

BLABLA> ik mis iets. ik wou dat ik levend en heel aantrekkelijk…
JUDY> …en af en toe jarig?
BLABLA> als je jarig bent, wordt uiteindelijk je kaarsje uitgeblazen.
JUDY> ach gossie.

(BlaBla is mijn chatrobot.)

Meer dialogen met chatrobots

Zonder tekst

filmtekst

Ik zit in elke grote film,
krijg vele rollen toebedeeld.
Toch weet je vast niet wie ik ben
wanneer ik je passeer op straat,
toch ken je niet mijn naam

want jij bent vol van wat er speelt
tussen die twee. Lang na The End
trilt door in jou wat hen beweegt.
Je leent hun houding, hoort jezelf
soms denken met hun stem.

De scène van de eerste dans:
in hun voorbijgaan sta ik stil,
ik ben die schaduw bij de bar
die achter bij de jassen praat
met iemand buiten beeld.

De scène van de laatste kus:
in hun verstilling loop ik langs,
ik ben die schim op het perron
die instapt, iets aan iemand vraagt,
een plaats zoekt bij het raam.

In elke grote film zit ik
bij list en misverstand en lust
met glas of krant, met pet of bril,
met mijn gezicht dat jou niks zegt,
eensprakig aan de kant

maar daarmee maak ik het verschil.
Dat ik mijn woorden zo verspil,
in loze slokken me verslik,
aan lege koffers me vertil,
maakt jullie levens echt.

© Judy Elfferich

Gemaakt voor Eenspraak, een project van drie studenten aan de Willem de Kooning Academie.

Ophaalbrug

kaart van de drie Schieën (1512)
Overschie, Spangen, Delfshaven en Rotterdam in 1512

Over de Schie lig ik te dromen
over de Schie, totdat ik zie
dat ik moet opstaan voor een boot:
dan gaat het licht voor jou op rood.

Wielen die willen, voeten die moeten
maar die door mij tot stilstand komen
totdat ik na een minuut of drie
weer lig te dromen over de Schie.

© Judy Elfferich