Verre landen

Jessie Willcox Smith, Foreign lands
Groot, die kersenboom, en dik.
Wie erin klom? Ja hoor, ik!
Mijn armen stevig om de stam,
ik keek zo ver als ik nooit kwam.

Ik zag de buurtuin van heel hoog,
een bloemenpracht kreeg ik in ’t oog.
En nog meer moois kwam voor de dag
dat ik niet kende of ooit zag.

Ik zag de lucht weerspiegeld in
rivierenblauwe kronkeling;
het stoffig stuiven, heen en weer,
van wegen met hun druk verkeer.

Als ik een hogere klimboom vond
zag ik nog verder in het rond,
tot daar waar de rivier volgroeid
in heel de zee vol schepen vloeit.

Tot waar de weg aan elke kant
nog doorloopt tot in sprookjesland,
waar elk op tijd aan tafel gaat
en al je speelgoed met je praat.

Robert Louis Stevenson (1850-1894) | © vertaling: Judy Elfferich
.

Het oorspronkelijke gedicht:
.

FOREIGN LANDS

Up into the cherry tree
Who should climb but little me?
I held the trunk with both my hands
And looked abroad on foreign lands.

I saw the next-door garden lie,
Adorned with flowers, before my eye,
And many pleasant places more
That I had never seen before.

I saw the dimpling river pass
And be the sky’s blue looking-glass;
The dusty roads go up and down
With people tramping in to town.

If I could find a higher tree
Farther and farther I should see,
To where the grown-up river slips
Into the sea among the ships,

To where the roads on either hand
Lead onward into fairy land,
Where all the children dine at five,
And all the playthings come alive.

Apenlied

.
Apenlied, illustratie © Jesse Strikwerda

Hoor, jungle, hoor!
Hier krijst het Apenkoor,
de ruige Rimboeband
die barst van het talent.

Wij zijn het allerbest
in takkeherrie maken,
getreiter en gepest
met noten die je raken.

Gekruip, gesluip, gefluister,
dat maakt ons apeziek.
Kom jungledieren, luister!
We snakken naar publiek.

We drammen en drummen,
we brullen en brallen.
We gymmen en klimmen,
nooit zullen we vallen.

Wij zijn de superknappen,
een wonder der natuur.
En met de beste grappen:
je schrikt je ’t apezuur.

Beer, wolven en panter
zijn allemaal watjes
maar wij zijn wel anders.
Nee, wij zijn geen schatjes.

We komen Mowgli roven,
we nemen Mowgli mee
en sleuren hem naar boven.
Een apeslim idee!

Hij moet ons even leren
om boomhutten te bouwen.
(Wij houden van proberen
maar niet zo van onthouden.)

Dan komt hij bij ons wonen
en in zo’n boomhut slapen.
Dan gaan we Mowgli kronen
tot koning van de apen,

al heeft hij maar twee handen
en elk van ons wel vier.
Die sukkels roepen schande
maar dat boeit ons geen zier.

We springen en we swingen
en spelen luchtgitaar;
hier in de hoogste kringen
dreigt bijna nooit gevaar.

Toch – elk van ons is bang
dat langzaam van beneden
ooit negen meter slang
een boom in komt gegleden.

Dus hangen alle apen
bij plotseling gesis
meteen op apegapen:
als Kaa komt, is het mis.

Een keer zal hij ons krijgen…
zijn trage hongerdans
brengt iedereen tot zwijgen,
brengt iedereen in trance.

Hoor, jungle, hoor!
Dan wordt het Apenkoor
doodkalm, zonder poeha
gesmoord door Kaa.

© Judy Elfferich

.
Jungle-BoekieBoekie

 

Dit gedicht staat in Jungle Boekie­Boekie (jaarboek 2017).

 

 

Ecce puer

Born, died

Een kind komt voort
uit zwart weleer.
Droef, blij – verward
gaat mijn hart tekeer.

De levende ligt
er vredig bij.
Ontsluit zijn ogen
met medelij!

In jonge adem
op spiegelglas
geschiedt de wereld
die niet was.

Kind dat ik koester:
oud man die ik mis.
U, vader, verliet ik…
Vergiffenis!

James Joyce (1882-1941) | © vertaling: Judy Elfferich
.

Inzending Nederland Vertaalt 2017, niet genomineerd. De genomineerde vertalingen E-N: klik.
Kleine Weense wals, mijn inzending S-N, werd wel genomineerd: klik.

.

Het oorspronkelijke gedicht:
.

ECCE PUER

Of the dark past
A child is born.
With joy and grief
My heart is torn.

Calm in his cradle
The living lies.
May love and mercy
Unclose his eyes!

Young life is breathed
On the glass;
The world that was not
Comes to pass.

A child is sleeping:
An old man gone.
O, father forsaken,
Forgive your son!

.

Over Ecce puer

Oeps

Rood-witte robot - fragmented @ Flickr, CC by-nc-nd

JUDY> jij houdt van vogels hè?
BLABLA> jij houdt van vogels hè?
JUDY> dat vroeg ik net aan jou, suffie.
BLABLA> ik hou van vogels hè?
JUDY> ja, dat dacht ik wel. weet je het zelf niet?

BLABLA> heb jij eigenlijk een consistent zelfbeeld?
JUDY> een consistent zelfbeeld, ik? nou nee.
BLABLA> help me nou! ik snapte je niet…
JUDY> heb jíj een consistent zelfbeeld?
BLABLA> help me nou met de voegwoorden.

JUDY> je raakt een beetje in de war, geloof ik.
BLABLA> soms raak ik een boom. of in de war.
JUDY> dat is niet best…
BLABLA> oeps, dat is niet best.

(BlaBla is mijn chatrobot.)

Meer dialogen met chatrobots

Gelukkig maakt de liefde niet

gevelsteen Lyon - foto: Xavier Caré @ Wikimedia Commons, CC by-sa, bewerkt door JudyElf
Niets hoort er ooit voorgoed en werkelijk bij jou
Je kracht je zwakte en je hart alleen maar schijn
Met open armen blijkt je schim een kruis te zijn
Je koestert je geluk en knijpt het daardoor fijn
Het leven zet je telkens lelijk in de kou
    Gelukkig maakt de liefde niet

Het leven lijkt wel zo’n soldaat zonder geweer
Voor heel iets anders ooit bestemd en toegerust
Die zinloos elke morgen opstaat plichtbewust
’s Nachts onverrichter zake weerkeert uitgeblust
Dus lieveling zing mij maar na en huil niet meer
    Gelukkig maakt de liefde niet

Mijn mooie lief mijn harteschram mijn harteschrijn
Als een gewonde mus draag ik je in me mee
En ieder die ons ziet heeft daarvan geen idee
Maar zingt toch de door mij gevlochten woorden mee
Dat voor jouw grote ogen snel gesneefd refrein
    Gelukkig maakt de liefde niet

De tijd dat je zou leren leven vloog voorbij
Hoe huilen in de nacht dat hart van mij en jou
Wat kost een simpel lied aan treurnis en berouw
Een rilling van genot aan spijt om kwade trouw
Een wijsje op gitaar aan snikken en geschrei
    Gelukkig maakt de liefde niet

Geen liefde die niet pijnlijk en ondraaglijk wordt
Geen liefde die niet kwetst geen liefde die niet sloopt
Geen liefde die niet alles van zijn bloem berooft
Je vaderland jouzelf en wat je had gehoopt
Geen liefde die niet leeft van tranen die je stort
    Gelukkig maakt de liefde niet
    Maar dit is onze liefde en ons lied

Louis Aragon (1897-1982) | © vertaling: Judy Elfferich
.

Inzending Nederland Vertaalt 2017, niet genomineerd. De genomineerde vertalingen F-N: klik.
Kleine Weense wals, mijn inzending S-N, werd wel genomineerd: klik.

.

Het oorspronkelijke gedicht:
.

IL N’Y A PAS D’AMOUR HEUREUX

Rien n’est jamais acquis à l’homme Ni sa force
Ni sa faiblesse ni son coeur Et quand il croit
Ouvrir ses bras son ombre est celle d’une croix
Et quand il croit serrer son bonheur il le broie
Sa vie est un étrange et douloureux divorce
    Il n’y a pas d’amour heureux

Sa vie Elle ressemble à ces soldats sans armes
Qu’on avait habillés pour un autre destin
A quoi peut leur servir de se lever matin
Eux qu’on retrouve au soir désoeuvrés incertains
Dites ces mots Ma vie Et retenez vos larmes
    Il n’y a pas d’amour heureux

Mon bel amour mon cher amour ma déchirure
Je te porte dans moi comme un oiseau blessé
Et ceux-là sans savoir nous regardent passer
Répétant après moi les mots que j’ai tressés
Et qui pour tes grands yeux tout aussitôt moururent
    Il n’y a pas d’amour heureux

Le temps d’apprendre à vivre il est déjà trop tard
Que pleurent dans la nuit nos coeurs à l’unisson
Ce qu’il faut de malheur pour la moindre chanson
Ce qu’il faut de regrets pour payer un frisson
Ce qu’il faut de sanglots pour un air de guitare
    Il n’y a pas d’amour heureux

Il n’y a pas d’amour qui ne soit à douleur
Il n’y a pas d’amour dont on ne soit meurtri
Il n’y a pas d’amour dont on ne soit flétri
Et pas plus que de toi l’amour de la patrie
Il n’y a pas d’amour qui ne vive de pleurs
    Il n’y a pas d’amour heureux
    Mais c’est notre amour à tous deux

.

Over Louis Aragon
Over Il n’y a pas d’amour heureux

In en om de wachttoren

(All along the watchtower)

Wassily Kandinsky, Twee ruiters voor een rode achtergrond

‘Er moet hier toch een uitweg zijn’, zegt de nar tegen de dief
‘Kan al die verwarring wat minder alsjeblief?
Koopman slempt mijn kelder leeg, bouwman rooit mijn land
Hoe je echte waarde weegt, breng je hun nooit aan het verstand’

‘Ach, maak je er maar niet druk om’, antwoordt de dief bedaard
‘Menigeen hier vindt het leven alleen als grap de moeite waard
Maar jij en ik zijn daarmee klaar, en ons lot is niet dit
Dus laten we reëel zijn nou, aan ’t einde van de rit’

In en om de wachttoren vorsten, steeds paraat
Het vrouwvolk loopt er af en aan, voetvolk komt en gaat
Buiten gromt een roofdier dat zich ginds verschuilt
Twee ruiters komen nader, de wind vlaagt aan en huilt

Bob Dylan | © vertaling: Judy Elfferich

Dit was de vertaalopgave voor scholieren bij Nederland Vertaalt 2017 (juryrapport: klik). Ik wil er misschien een keer een les aan wijden en heb daarom zelf alvast een poging gedaan.
Dylan speelt hier met perspectief. Heeft hij zich – behalve door o.a. Jesaja 21 – laten inspireren door M.C. Eschers litho Belvédère? Ook dit lied is een ‘onmogelijk bouwsel’, een binnenste­buiten­puzzel.

Over All along the watchtower
Over Belvédère