Bergop

H.N. Werkman, De engel van de laatste troost - facsimile-editie eigendom JudyElf

Gaat de weg aan één stuk door bergop?
      Ja vriend, het hele end.
Kost het heel de dag tot aan de top?
      ’t Is nacht eer je er bent.

Is daar wel een rustplaats voor de nacht?
      Een dak voor als het trage donker komt.
Word ik niet op dwaalsporen gebracht?
      Die herberg vind je prompt.

Kom ik anderen tegen op mijn tocht?
      Hen die zijn voorgegaan.
Klop ik aan, of roep ik na de laatste bocht?
      Heus, ze laten je daar niet buiten staan.

Kom ik, óp van de reis, weer op verhaal?
      Je lijdensweg die eindigt daar.
Zijn er bedden voor ons allemaal?
      Ja, ieders bed staat klaar.

Christina Rossetti (1830 – 1894) | © vertaling: Judy Elfferich

Onder een grote witte paraplu-met-lichtje heb ik dit gedicht voorgelezen aan vele bezoekers van de jaarlijkse avondherdenking op begraafplaats De Nieuwe Ooster in Amsterdam.
Het was het lievelingsgedicht van Vincent van Gogh, hij haalde het aan in verschillende brieven en in zijn eerste preek (klik).

Over Allerzielen
Over Christina Rossetti

ACH GUT, zeiden de dames Groen

.
ACH GUT, zeiden de dames Groen. Oom Karel is gestorven,
in vredige berusting en zijn eigen ledikant.
We vroegen ons al jaren af: wie heeft zijn klok georven?
Maar hij was nog niet dood. Nu wel, dat staat hier in de krant.

Welaan, zo sprak de dominee, dan gaan we hem begraven.
Ik zal een Woordje Spreken tot de schare rond het graf:
wie dorstig naar vertroosting zijn zal ik volgaarne laven.
Hij pakte zijn geklede jas en borstelde hem af.

Met zonnebrillen en in ’t zwart vertrokken ze naar Zwolle –
koud waren ze op weg of ze verdwaalden in de mist.
Op de begraafplaats zei het schaap: Nu even keihard hollen!
Zo kwamen ze nog net op tijd voor ’t zakken van de kist.

De dominee die elleboogde zich terstond naar voren.
Vaarwel, sprak hij geroerd. Gij waart een Kerel van Stavast!
Daar leken de aanwezigen nogal van op te horen,
vooral een paarsgejurkte heer die klaarstond met een kwast.

Opeens ontstond er trammelant: er was een krans verdwenen!
Toen werd het schaap Veronica op heterdaad betrapt
met lint waarop te lezen stond: Rust zacht, zuster Helene.
Oeps! zei ze. Maar ik had zó lang geen lelies meer gehapt…

Heleen? zeiden de dames Groen. Dat is niet onze oom.
Op naar oom Karel! En dan straks een plakje keek met room.

© Judy Elfferich

.
cover KortVerhaal, afscheidsnummer, winter 2012

 

 

Dit vers staat in het Winternummer
van KortVerhaal (thema: afscheid).
 

 

 

Meer schaap-Veronica-verzen

Poëzie onder een witte paraplu

.
‘Mogen wij een gedicht horen?’
‘Natuurlijk. Kom maar onder de plu.’

Zo gaat dat bij Herinnering Verlicht, de jaarlijkse avondherdenking op begraafplaats De Nieuwe Ooster in Amsterdam. Er waren 24 Witte Dichters*, te herkennen aan hun witte paraplu-met-lampje.

Ik stond bij een grote vijver waarop gedachtenislichtjes te water werden gelaten. Tijdens het voorlezen zag ik soms tranen in de ogen van de toehoorders springen; intussen drupte gloeiend kaarsvet op mijn hand.
Gedachtenislichtjes op de vijver - foto: © Judy Elfferich
Dit is het gedicht dat ik voorlas aan wie het wilde horen:

Die ster die daar hoog aan de hemel staat
en zacht mijn pad verlicht
doet me denken aan jou, aan jou, mijn lieveling,
je stralende gezicht.

Het licht van de sterren reist door de nacht
van onvoorstelbaar ver.
Jij woont in een andere tijd, mijn lieveling:
een uitgedoofde ster.

Een uur wordt een maand en een maand wordt een jaar,
mijn leven glijdt voorbij
maar als er een ster valt ben jij, mijn lieveling
weer even dicht bij mij.

© Judy Elfferich (vrij naar een Zweeds volksliedje)

*) Witte Dichters is een project van Jos van Hest.

Allerzielen

Allerzielen - foto: © Judy Elfferich

Soms loopt er door een drukke straat
ineens een oude kameraad
of reisgenoot.
Je weet zodra je hem begroet:
het kan niet dat ik hem ontmoet,
want hij is dood.

Eerst ben je nog een tijd verbaasd
omdat die levende toch haast
die dode was.
Heb je de zaak dan afgedaan,
dan komt er weer zo’n dode aan,
met flinke pas.

Thuis van het dodencarnaval
zie je de spiegel in de hal,
je schrik is groot:
die man daar in het spiegelglas,
met die bekende regenjas,
was die niet dood?

Willem Wilmink

.
Over Allerzielen
Over Willem Wilmink

Lady Chatterley in de hangmat

.
Gisteren, net voordat het ging regenen, even mijn oude rode hangmat uitgeprobeerd. Meteen schoten me allerlei versjes te binnen die ik ooit daarin hangend heb gemaakt.
Achtertuin met hangmat
(Hier hangt ie nog in onze vorige tuin)

.
Dit ontstond toen ie in een bos hing, met olla vogala rondom broeierig in de weer – tja, dan kan opeens Mellors opduiken vanachter een boom:

Kom in de hangmat, knappe jachtopziener
Zie je vandaag niet vreeslijk op tegen de jacht?
Kom in de hangmat, knappe jachtopziener
Ik zal je voorlezen uit Duizend-en-één-nacht

Kom in de hangmat, knappe jachtopziener
Zijn wij niet beiden grote minnaars der natuur?
Kom in de hangmat, knappe jachtopziener
Ik haal met liefde jouw kastanjes uit het vuur

Kom in de hangmat, knappe jachtopziener
Geef me je hand – pikant, zo’n korte levenslijn!
Kom in de hangmat, knappe jachtopziener
Wat komt daar aan? Dat lijkt verdomd wel een wild zw

© Judy Elfferich

.
Olla Vogala
Lady Chatterley’s Lover