Vlaggetjes

Bananendoos - foto: Judy Elfferich
Wij zijn de vijftien vlaggetjes
in de bananendoos.
Groen geel rood bruin en blauw,
een slinger aan een touw.
We zijn ontzettend boos.

Jij hebt ons zelf geknipt, geplakt,
geknutseld van papier.
Blauw groen geel rood en bruin
versierden we je tuin.
Maar nu liggen we hier.

De doos staat in de kelderkast
naast een gebroken ruit,
bruin blauw groen geel en rood,
een oude tafelpoot,
een theepot zonder tuit.

We zijn gemaakt voor wapperen,
nu liggen we hier plat.
Rood bruin blauw groen en geel
vervelen we ons scheel.
We zijn het meer dan zat.

Nooit horen we: ‘Hé kijk, die doos,
wist jij dat die daar stond?’
Geel rood bruin blauw en groen,
wat zou je met ons doen
als jij hem morgen vond?

Gooi ons niet in de vuilnisbak
maar laat ons buiten los!
Groen geel rood bruin en blauw
versieren wij voor jou
het plein, het park, het bos.

© Judy Elfferich

.
Dit versje staat in Er zit een feest in mij,
Querido’s Poëziespektakel 5.

Zie ook:
Feest!-workshops voor de basisschool (klik).

Roos leest YA Lit:
van Lauren Kate tot John Green

tweemaal Roos - foto's: © Judy Elfferich, all rights reserved
Roos van Rijk (16) zit in 3 havo, doet aan acrobatiek (productiegroep Circus Rotjeknor) en leest sinds haar twaalfde ‘young adult literature’. Ik vroeg haar om een interview.

.
Jij bent een echt leesbeest hè?

Ja! Ik lees vijf à tien boeken tegelijk. Niemand die ik ken doet dat. Anderen kijken films. Ik wil altijd het boek lezen voordat ik de film zie.

En er zijn boeken die ik wel tien keer heb gelezen. Bijvoorbeeld The Hunger Games. Dat zijn drie delen. Die heb ik eerst in het Nederlands gelezen, toen in het Engels, en daarna het laatste deel nog een keer.

Mijn ouders zijn allebei gek op lezen, dat is op mij overgeslagen. Ik herinner me nog wel dat ik heel in het begin lezen niet leuk vond. Maar toen mijn hersens echt gingen begrijpen hoe je moet lezen (zo dat je de woorden in één keer herkent en vasthoudt), toen kreeg ik de smaak te pakken.

.
Wat was de eerste Engelse YA Lit die je las?

Twilight. Die serie had ik al in het Nederlands gelezen. Daarna was het Engels niet moeilijk. Dat ging meteen goed. Ik kende het verhaal al. En ik vond Engels lezen interessant. Als ik een woord niet wist, vroeg ik het aan m’n moeder.

.
Hoe en waar vind je boeken die je wilt lezen?

Ik ga naar de bieb en ik kijk op internet naar de top-tiens van boekwinkels (behalve die van Bruna, de boeken daarin vind ik te kinderachtig).

Vooral zoek ik naar Engelse boeken. En die lees ik het liefst gewoon in het Engels, want ze zijn soms raar vertaald. Dat voelt zo nep, net als de nagesynchroniseerde stemmen bij Harry Potter.

YA Lit lees ik sinds m’n twaalfde. En ik blijf het nog een hele tijd lezen, denk ik. Zeker tot ik twintig ben.

.
Ben je verslaafd?!

Een beetje wel :-)
Het is fijn om je eigen beeld van iets te maken. Je eigen voorstelling van een plek, een andere wereld dan die waar je zelf in zit. Ook als je down bent: dan kun je even ergens heen waar het wél goed gaat.

In mijn hoofd mix ik het boek met de echte wereld. Bijvoorbeeld de tuchtschool in Fallen. Die zie ik voor me als mijn eigen school, maar dan anders.

.
Fallen?
Fallen, cover

.
Dat was de eerste YA-serie die ik las. In het Nederlands, toen nog.
Ik zag het eerste deel in de boekwinkel, de flaptekst sprak me aan:
onmogelijke liefde, spanning en dood :-)

Deze serie blijf ik herlezen!
Als ik geen zin heb in een ander boek, of niet weet wat ik moet lezen,
dan grijp ik er weer naar. Bepaalde stukjes wil ik steeds opnieuw.
 

Luce en Daniel zijn gevallen engelen en voor elkaar bestemd. De vier delen van de serie gaan over vier levens van Luce. Telkens sterft ze na hun eerste kus, maar komt terug en ontmoet Daniel opnieuw. In elk volgend leven is Luce alles vergeten. Daniel sterft niet, wordt niet ouder en onthoudt alles.

.
Wat heb je door Fallen voor nieuws ontdekt?

Fallen is nog meer een andere wereld dan een boek altijd al is. Het gaat over oprechte liefde in plaats van ‘gewoon’ over liefde en seks. Het verhaal speelt zich af op een hoger niveau. Die voorbestemming en die engelen, dat is romantisch.

.
Wat vind je de mooiste scène?

Als Luce na het zwemmen ‘vleugels’ ziet bij Daniel – later blijkt dat hij die echt heeft.

.
Zijn die YA-boeken allemaal zo fantasy-achtig?
The Fault in Our Stars, cover

.
Nee, het laatste boek dat ik heb gelezen is juist heel realistisch. The Fault in Our Stars gaat over de liefde tussen twee jongeren met kanker.

Het is vanuit de hoofdpersoon zelf geschreven, in de ik-vorm. Je zit echt in haar, in haar gedachten. Het is een moeilijker boek, met een heftiger onderwerp, intenser. En met meer moeilijke woorden.
 

Hazel is zestien of zeventien en heeft al sinds haar twaalfde kanker. Ze verzet zich tegen hoe er vaak tegen kanker aan wordt gekeken. ‘Kanker is een bijwerking van de dood. En depressie ook.’ Dat is een citaat uit Hazels lievelingsboek, An Imperial Infliction van Peter van Houten. De hoofdpersoon in dat boek is ook realistisch in de kijk op haar leven en ziekte.

Er zit veel relativering in The Fault in Our Stars. Bijvoorbeeld: Hazel noemt haar zuurstoftank Philip, samen met hem kijkt ze naar America’s Next Top Model.

Via een ‘support group’ leert Hazel Augustus (Gus) kennen, die door kanker een been heeft verloren. Ze worden verliefd en Gus gebruikt zijn ‘laatste wens’ om Hazel mee te nemen naar Amsterdam, zodat ze Peter van Houten kan ontmoeten. P. v. H. blijkt een zak, een zuiplap. Dan komt bij Gus de kanker terug, en hij gaat dood.

.
Zoek je woorden op als je zo’n moeilijk boek leest?

Nee, opzoeken is gedoe, dan moet je eruit, dat wil je niet. Dus meestal lees ik gewoon door. De context helpt vaak, net als bij een Nederlands boek. Ik vraag ook nog steeds af en toe een woord aan mijn moeder of aan mijn vader.

.
Welke scène is je het meest bijgebleven?

Dat Hazel soms Gus’ echte been tegen het hare voelt en soms zijn nepbeen. En hun eerste zoen, in het Anne Frank Huis. En dat Gus zijn ‘dodenpak’ (gekocht voor in de kist) draagt als ze uit eten gaan. En de metafoor van Gus’ eeuwige onaangestoken sigaret: ‘Je stopt het dodelijke in je mond, maar je geeft het niet de macht om je te doden.’

.
Na ons gesprek leende Roos me The Fault in Our Stars. Ik heb het in één ruk uitgelezen en meteen de andere boeken van John Green besteld.

.
Lauren Kate, Fallen
John Green, The Fault in Our Stars
JG’s antwoorden op vragen over TFiOS

Ferguut als prentenboek

Illustratie Ferguut - © John Rabou, all rights reservedIllustratie Ferguut - © John Rabou, all rights reserved
Ben je weleens in het Land van Ooit (✝ 2007) geweest? Dan ken je de tekenstijl van John Rabou. Als Opperhoftekenmeester portretteerde hij daar Ridder Graniet, Sap de Aardwortel, Rak de Reiger, de Luie Lakei en alle Ooitse zwanen.

Tegenwoordig werkt John aan een nog grootser project: hij illustreert de Ferguut, een dertiende-eeuwse ridderroman uit de Arthurcyclus. Daar is maar één Nederlandstalig handschrift van bewaard gebleven.

De belevenissen van Ferguut lijken wel wat op die van Parcival. Een wereldvreemde boerenzoon schopt het tot ridder aan Arthurs hof. Maar in plaats van de heilige Graal is het doel van Ferguuts queeste: Galiëne, de schoonste aller vrouwen. (Ook de Oudfranse Fergus, waarop de Ferguut is gebaseerd, parodieert al Chrétien de Troyes’ Perceval ou le conte du Graal.)

Het levendig en sappig vertelde verhaal zit vol sprookjesachtige elementen. Helaas bevat het handschrift (behalve versierde initialen en één miniatuur, in de allereerste beginletter D) geen illustraties. John besloot: dan maak ik die maar zelf.

Na vele jaren research en tekenen is hij een eind op streek. Binnenkort komt de Ferguut (hertaald voor kinderpubliek door Ingrid Biesheuvel) uit als prentenboek.
Je kunt voorproefjes bekijken, en alvast een exemplaar bestellen, op het weblog Ferguut geïllustreerd.

Over Ferguut:
Wikipedia
literatuurgeschiedenis.nl
Nederlandse Volksverhalenbank

Daar komt de draak

.
Het mes van de perkamentmaker schoot uit, zo ontstond er een gaatje.
Door dat gaatje zie je een glimp van de draak op het volgende blad.

Kwam dat toevallig zo uit?
Of heeft de schrijver het gaatje slim uitgebuit?

Draak, sneak preview
Manuscript (9e eeuw, Oost-Frankrijk), Universitätsbibliothek Bamberg

.
Via: het blog van boekhistoricus Erik Kwakkel

Genrestukjes

.
Zeer zeldzaam, deze boeken!
Van elk ervan hebben we maar één hoofdstuk kunnen bemachtigen:

Met de dromedaris de Dolomieten inAls de vogels naar het zuiden vliegenBloemlezing uit de gedichten van Piet Hannes
Mooi klote!Een boekje open over diverse slotenOlifantenliefde
Cursisten husselden de letters van hun naam door elkaar tot bijzondere schrijversnamen.
Bij die ‘auteurs’ verzonnen ze boeken, waarvan ze de flaptekst en een willekeurig hoofdstuk schreven.

Fragmenten uit het werk van Lauren P. Vhianek, Bryona Kersenmus, Lode Certonck, Gerd G.A.L. van Loerie, Koopje Klulp en Doks Leert

De Vlabber & de Vlaar

.
Elke ochtend na het opstaan
staan de Vlabber en de Vlaar
met z’n tweeën voor de spiegel
en ze vragen aan elkaar:
‘Wie van ons was nou de Vlabber?’

Tja, daar staan ze dan te dubben
met hun harken in hun haar.
‘Heel de nacht alles onthouden
krijg ik echt niet voor elkaar!’
roept de Vlaar dan (of de Vlabber?).

En de ander antwoordt kriegel:
‘Even denken… Rustig maar!
Kijk, mijn kop lijkt op een zwabber
en mijn lijf lijkt op een schaar.
Dus dan ben ik vast de Vlabber.’

Elke avond voor ’t naar bed gaan
staart de Vlaar weer met de Vlabber
in diezelfde grote spiegel
en ze vragen aan elkaar:
‘Wie was ook al weer de Vlaar?’

Heel de dag alles onthouden
is voor hen een groot bezwaar
dus daar staan ze weer te dubben.
‘Jouw geheugen is belabberd!’
roept de Vlabber (of de Vlaar?).

En dan zegt de ander maar:
‘Kijk, mijn kop lijkt op een vlieger
en mijn lijf op een gitaar.
Volgens mij ben ik de Vlaar,
dan ben jij vanzelf de Vlabber.’

Tja, dan gaan ze maar weer slapen
en dan staan ze maar weer op
en ze koken hun rabarber
en ze roken hun sigaar
en dan zijn ze ’t wéér vergeten.

‘Maar dat kan ons mooi niks schelen’,
giechelt de verstrooide Vlabber
– of, wie weet, de suffe Vlaar?

© Judy Elfferich

.
Er zit een feest in mij

.
Benieuwd hoe de Vlabber & de Vlaar eruitzien?
Kijk dan in Er zit een feest in mij, Querido’s Poëziespektakel 5:
op pagina 74-75 staat hun portret (door Willem Lagerwaard).
 
 
 

POE, riep het schaap Veronica

.
POE, riep het schaap Veronica, wat kan dit paard hard draven!
Ik dacht: zo’n huifkar die gaat vast van sjokke-sjokke-sjok…
Maar kijk, dit is al Zwammerdam en daar ligt Bodegraven.
Kom dominee, geef mij de zweep! Nu mag ik op de bok.

Kijk uit, riepen de dames Groen, daar komen scherpe bochten!
O jee o jee o jee o jee, wij zijn een beetje ziek…
Wij dames zijn te fijn gebouwd voor zulke woeste tochten.
De dominee zei stoer: Maak u geen zorgen, geen paniek!

Ík ben toch zeker in de buurt, om over u te waken.
Bescherm ik u niet immer tegen onraad en gevaar?
Toen schrok het paard van eenden die de rijbaan overstaken,
een KNERP! een KRAK! een BONK! en alles schudde door elkaar.

Ze vlogen uit de huifkar en ze landden in de struiken.
Opeens hoorden ze achter zich gejammer en gezucht.
Kijk nou! riep ’t schaap Veronica. Het is mijn tante Truike,
ze ligt ondersteboven, met haar voeten in de lucht!

Komaan, zo sprak de dominee, de handen uit de mouwen!
Mijn lieve dames Groen, geeft u me eens uw lange sjaal…
Die sla ik om haar heen. Als we nu even heel hard douwen
en dan in één keer kei- en keihard trekken allemaal –

Het werkte. Tante Truike zei: Wat fijn u te ontmoeten!
Want als ik omval, kom ik uit mezelf niet overend…
Ik zie nog alles draaien, maar ik sta weer op mijn voeten.
Bedankt voor ’t redden, dominee, u bent een echte vent!

Dag tante, zei Veronica, nu gaan we weer naar huis.
Of… wentelteefjes eten bij hotel De Oude Sluis?

© Judy Elfferich

.
Vijf draken verslagen
Dit vers staat in Vijf draken verslagen,
Querido’s Poëziespektakel 4.
Een vrolijke bundel met 146 gedichten
en 45 tekeningen, o.a. over ‘Superhelden’,
het thema van de Kinderboekenweek 2011.
Samenstelling: Ted van Lieshout.

Willem Lagerwaard tekende bij mijn bijdrage
een prachtig Soeperschaap.

.

Meer schaap-Veronica-verzen

Spadoken

.
Wat kraduipt er, wat sladuipt er
in de tuin door de straduiken?
Wie kladappert met de luiken,
wie kladopt er op het raam?

Wie kradabbelt aan kozijnen,
wie fladappert met gordijnen?
Wie fladuistert daar mijn naam?

Wie sladaat opeens die deur dicht
met een keiharde kladap?
Wat kradaakt en wat knaderpt er
halverwege de tradap?

Wie schadarrelt door het huis heen
in het donker van de nacht?
Een schadim uit het gradaf?!

Daar stadommelt en schaduifelt
een schadaduw op mij af…
Een stademmetje zegt zacht:

‘Ik wil een sladokje water.
Kun jij bij het lichtknadopje?
En kun jij bij de kradaan?
Ik dradoomde van spadoken.’

Ik schadater: ‘Bangerik!
Kom, kladim bij mij in bed
met dradop voor de schradik.’

© Judy Elfferich

.
Dit versje staat in Er zit een feest in mij, Querido’s Poëziespektakel 5.
Samenstelling: Ted van Lieshout.

De Snotterwokkel

.
Wee de arme Snotterwokkel
die het niet gesnopen heeft.
(Hij kan het aan de Frokkel vragen
maar dat vindt hij onbeleefd.)

‘Waarom ben ik ooit geboren?
Wie verklutste toch mijn struif?
Waarom heb ik sprokkeloren
en een krakel in mijn kuif?

Waarom is er herfst, en haring?
Waarom lust ik geen hachee?
En waar vind ik een verklaring
voor het golven van de zee?

Waarom moet het altijd zachter,
waarom roept men dat ik stoor?
Waarom kom ik nergens achter?
Waarom kom ik nergens voor?

Waarom moet ik altijd huilen
als ik een komkommer zie?
Waarom kan ik nergens schuilen
voor het Grote Potverdrie?

Alles is zo ongewokkeld,
alles is zo ongewis
als je schoenen zijn versokkeld
en je vuist een vlakgom is.’

Ach, die arme Snotterwokkel.
Hij snuit zijn snufferd in zijn staart
en gumt zichzelf volledig van de kaart.

(Of dat nou echt nodig was?
Ik kan het aan de Frokkel vragen
maar dat lijkt me ongepast.)

© Judy Elfferich

.
Dit gedicht staat in Er zit een feest in mij,
Querido’s Poëziespektakel 5.