Poppenhuis

poppenhuis

Hand pakt ons op,
hup door de lucht,
hup door heet sop,
hup weer terug.

Ongewoon schoon.
Niemand komt spelen.

Bureautje stoeltje bed,
we zitten liggen staan
waar we zijn neergezet.

Hand komt weer aan,
hup door de lucht,
hup en weer soppen,
hup en weer terug.

Ongewoon schoon.
Niemand komt spelen.

Bah, wat kun je je vervelen
zonder poppenpoppen,
zonder poppenpoppenhuis.

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 16, ‘De wereld staat stil en op zijn kop’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 16, ‘De wereld staat stil en op zijn kop’.

 

 

Als wij zijn verdwenen

.
Lege straten, uitgestorven pleinen…
Dat doet me denken aan mijn project met Monique Laros, over de ar­cheo­lo­gie van de toe­komst.

Wat blijft er ooit over van onze cul­tuur?
Hoe zullen mensen over pakweg dui­zend jaar kij­ken naar spul­len van ons die ze vin­den: een munt, een vork, een teddybeer?

Josine Peters, Diervormig ding - uit: Laatmoderne schatten
[klik op plaatje voor vergroting]

Wat zullen ze denken van een skate­board, een bad­eend, een schaar, een ver­keers­bord?
Of van een kleer­hanger, een barbie­pop?

Meer projecten
Meer digiboeken

De Erbarmsijs

Meezinger voor pechvogels
die de Matthäus moeten missen

Erbarmsijs - foto: Cephas @ Wikimedia Commons, CC by-sa (bewerkt door JudyElf)

Heb medelij met die sijs
heb medelij, ocharm
Hij weet geen ander wijsje
Heb medelij met die sijs
heb medelij met die sijs
ocharm, heb medelijden
heb medelij met die sijs
Hij weet geen ander
ach, weet geen ander wijsje
Heb medelij met die sijs
ocharm, hij weet geen ander
ach, weet geen ander wijsje

Zielepiet, zielepiet
Altijd maar datzelfde lied
zelfde lied, sta me bij
Heb medelij, heb medelij

Heb medelij met die sijs
ocharm
Hij weet geen ander wijsje
Heb medelij met die sijs
heb medelij met die sijs
ocharm, heb medelijden
heb medelij met die sijs
Hij weet geen ander
ach, weet geen ander wijsje
Heb medelij met die sijs
ocharm, hij weet geen ander
ocharm, geen ander wijsje

© Judy Elfferich

Corona

zonnecorona - foto: Geoff Livingston @ Flickr, CC by-nc-nd

Veertig, vijftig Nederlanders
heten zo. Hun ouders dachten
aan iets koninklijks misschien,
gouden kronen, lauwerkransen.

Of ze kenden de verhalen
van Corona, patrones
aan wie mensen offers brachten
bij een uitbraak van de pest.

Of ze dachten aan het dansend
licht van onze moederster.
Dat is pas bij een totale
zonsverduistering te zien.

© Judy Elfferich

Winterbos

Koson Ohara, Koolmees op besneeuwde tak

De bomen staan te slapen
met sneeuwpantoffels aan.
Ze dragen witte mouwen
die glimmen in de zon,
die glanzen in de maan.

Diep in hun koude hout
ligt lente opgevouwen.
Daar worden in hun dromen
de jaren doorgebladerd
die komen en die gaan.

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 12, ‘Van de bomen & het bos’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 12, ‘Van de bomen & het bos’.

 

 

Volle maan…

.

Volle maan was ’t, aardedonker,
groen en sneeuwbedekt het veld,
toen een trage wagen ronkend
om het hoekje kwam gesneld.

Passagiers stonden te zitten,
zwijgend in gesprek verdiept,
toen een net verdronken kitten
schaatsend op een zandbank liep.

En de wagen spurtte verder,
terug naar verre heuveltop.
Boven wond een Duitse herder
juist de torenklokken op.

Overal een diep, diep zwijgen
en met vreselijk gekraak
speelden tussen graspol-twijgen
twee kamelen muisstil schaak.

Op een bank van rode planken,
pas nog blauwgeschilderd, zat
blij een blonde knul te janken
die raafzwarte krullen had.

Naast hem een gerimpeld besje,
zeventien jaar oud hooguit;
zij besmeerde met een mesje
een verkruimelde beschuit.

Op de appelboom z’n kruintje,
dat de zoetste peren droeg,
hing het laatste lentepruimpje
tussen noten, ruim genoeg.

Van de straten, nat van regen,
stoof veel stof op, grijs en goor.
En een jongen kon niet tegen
zijn bloedheet bevroren oor.

Met zijn handen in zijn zakken
dekte hij zijn ogen toe,
want hij had de schrik te pakken
van de fruitvlaai van de koe.

En twee vissen liepen monter
door het hemelsblauwe graan.
Eindelijk, de zon ging onder
en de grauwe dag brak aan.

(Cats schreef dit gedicht van Vondel
’s morgens in de avondstonde,
toen hij op zijn nachtpot zat
lezend in het ochtendblad.)

Duits leugenvers, schrijver onbekend | © vertaling: Judy Elfferich
.

Het oorspronkelijke vers: Dunkel war’s…, varianten
Over leugenliteratuur