Kora van de korenbloemen

granaatappelpitten

Demeter:
Mensen waren eerst nomaden
zonder huis en zonder haard
die op hazen, herten joegen,
bessen, bramen, noten plukten.
Altijd maar naar eten zoekend,
nu eens hier en dan weer daar.

Maar ze wenden aan het wonen
en ze leerden tuintjes maken,
gingen met de gieter rond,
leerden wachten tot de zaden
uitgroeiden tot graan en bonen
op een eigen lapje grond.

Ik laat al hun oogsten lukken.
Graan voor meel en meel voor brood,
dankzij mij geen hongersnood.

Kora:
Ja ja ja moeder Demeter,
ja dat dacht je, in je dromen.
Vroeger toen was alles beter,
één oneindig lange zomer,
maar die tijden zijn voorbij.

Demeter:
Juist, een patserige kerel
dook hier op en weg was jij.
Hades uit de onderwereld
met zijn duistere praktijken,
tja die gaat dus over lijken…
Kom je ooit nog terug bij mij?

Vogels, vlinders, bijen treuren
want geen bloem die nu nog bloeit.
Hoe kon dit zomaar gebeuren?
Kale velden, dorre akkers,
honger houdt de mensen wakker,
heel hun oogst heb ik verknoeid.

Goed, ik ben bij Zeus gaan smeken;
hij gaf Hades te verstaan:
jij moet Kora laten gaan.

Kora:
Die liet het er niet bij zitten:
hij gaf mij een handje pitten
van granaatappels te eten
en, had ik dat maar geweten,
nu zit ik dus aan hem vast.

Demeter:
Had ik alles voor elkaar,
ga jij rode pitten slikken
zodat hij ons dit kon flikken!
Had toch beter opgepast…
Wie iets opeet daar beneden
is niet meer vrijblijvend gast.

Jij blijft deels bij Hades wonen,
bovenkomen mag je maar
zoveel maanden van het jaar.

Kora:
O, bij jou hier heel de zomer
en de wintermaanden daar?
Nog niet alles is verkeken!

Demeter:
Voortaan hebben we seizoenen:
in de winter duik je onder
en verdwijnt met jou de zon
maar verschijn je uit het donker,
Kora van de korenbloemen,
dan schiet graan weer uit de grond.

Vogels zingen, bijen zoemen,
duizend vlinders vliegen rond
als mijn dochter Kora komt.

© Judy Elfferich

.
BoekieBoekie ‘Griekse Helden’

 

Dit gedicht staat in BoekieBoekie ‘Griekse Helden’ (jaarboek 2018).

 

 

♫ Berend Botje zou uit rijden

Melted snowman cookie - foto: crazy domestic
Foto: Melted snowman cookie by crazy domestic

Berend Botje zou uit rijden
Snoeihard langs elf steden glijden
Het ijs leek sterk, het ijs bleek zwak
Mooie droom, toen schrok hij wak

Laat het ijs nu maar verspochten
Want er komt geen Tocht der tochten
De koek is op, het zopie laf
Berend, zet je ijsmuts af

Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven
Alle heisa overgedreven
De snert verzuurd, de rookworst koud
Berend die een bootje bouwt

© Judy Elfferich

POTDOMME, zei de dominee

.
POTDOMME, zei de dominee. We kunnen niet naar buiten…
We zijn volledig ingesneeuwd, van hier tot aan de heg.
Tompoezen of een mokkapunt, daar kunnen we naar fluiten:
wie heden naar de bakker wil, zakt tot z’n middel weg.

Veronica zei sip: Maar ik wou sneeuwballen gaan gooien,
ik wou een sneeuwpop maken met vier voeten en een staart!
De dominee sprak omineus: Tenzij het gauw gaat dooien
wacht ons een Wisse Hongerdood en eet u nooit meer taart.

Daar zaten ze mistroostig uit het serreraam te staren.
’t Leek buiten Nova Zembla wel, zo ijselijk en guur.
De dominee die telde bitter zuchtend zijn sigaren –
toen doken er twee beren op, ter hoogte van de schuur.

De dominee riep: Sodeju, ik ga hallucineren!
Aan mij verschijnen beren in een Hongervisioen.
Het is geen sivioen, zei ’t schaap. En het zijn ook geen beren.
Ze dragen wanten en een muts – het zijn de dames Groen.

Waratje, zei de dominee, ze roetsjen naar beneden
in grote dikke bontjassen, kloekmoedig op de ski!
En als mijn oog me niet bedriegt, dan trekken ze een slede
vol brandewijn en bitterkoekjes, bolknakken en brie.

Ze takelden de proviand naar binnen langs ’t balkon.
Ziezo, zeiden de dames Groen. En nu een ijsbonbon.

© Judy Elfferich

.
cover KortVerhaal, dierennummer, winter 2011

 

 

Dit vers staat in het Winternummer
van KortVerhaal (thema: dieren).
 

 

 

Meer schaap-Veronica-verzen

Pak, plak, stuif, pap, knerp, krot & snagel

.
In geval van krotsneeuw, oftewel snagel, zet NS het zoutkaartje in.
De Onze-Taal-column van deze week gaat over nieuwe en oude winterwoorden.

Sneeuwjacht kwam ik toevallig deze week tegen in een boek uit 1948.
In gesprekken kwamen vrouw Holle (Grimm) en de sneeuwkoningin (Andersen) voorbij.

Frau Holle-1903-01
Vrouw Holle

In mijn synoniemenwoordenboek vind ik bomijsbloedsneeuw en stofhagel.
Verder natuurlijk wintertenen, blauwbekkenvernikkelen (die kende ik al),
maar ook kleumkat en kleums.

Winterlijstjes, winterbrieven

.
Deelnemers aan de schrijfcursussen bij Nieuwe Veste schreven ‘winterlijstjes’ en
‘winterbrieven’ aan o.a. Bram Stoker, Roald Dahl, Franz Kafka en Anna Karenina.
De Bibliotheek Breda publiceerde zes van die teksten in haar digitale nieuwsbrief.
En twee daarvan werden afgedrukt in de papieren versie:

Biebadvertentie Bredase Bode
[Klik op afbeelding voor vergroting, klik nogmaals om in te zoomen]

Decembernieuwsbrief Bibliotheek Breda
Meer winterlijstjes en winterbrieven