Bij een Barbadiaanse baai

Hangmat

Bij een Barbadiaanse baai
staan twee Barbadiaanse bomen.
Aan die Barbadiaanse bomen
hangt een Barbadiaanse hangmat.
In die Barbadiaanse hangmat
drinkt een heer, zeer in zijn hum,
uit een Barbadiaanse beker
thee met Barbadiaanse rum.

(Als hij straks gaat pootjebaden
spoelt hij rustig en bedaard
alle rum die hij gemorst heeft
uit zijn Barbadiaanse baard.)

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 8, ‘Het Wereldnummer’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 8, ‘het wereldnummer’.

 

 

Kora van de korenbloemen

granaatappelpitten

Demeter:
Mensen waren eerst nomaden
zonder huis en zonder haard
die op hazen, herten joegen,
bessen, bramen, noten plukten.
Altijd maar naar eten zoekend,
nu eens hier en dan weer daar.

Maar ze wenden aan het wonen
en ze leerden tuintjes maken,
gingen met de gieter rond,
leerden wachten tot de zaden
uitgroeiden tot graan en bonen
op een eigen lapje grond.

Ik laat al hun oogsten lukken.
Graan voor meel en meel voor brood,
dankzij mij geen hongersnood.

Kora:
Ja ja ja moeder Demeter,
ja dat dacht je, in je dromen.
Vroeger toen was alles beter,
één oneindig lange zomer,
maar die tijden zijn voorbij.

Demeter:
Juist, een patserige kerel
dook hier op en weg was jij.
Hades uit de onderwereld
met zijn duistere praktijken,
tja die gaat dus over lijken…
Kom je ooit nog terug bij mij?

Vogels, vlinders, bijen treuren
want geen bloem die nu nog bloeit.
Hoe kon dit zomaar gebeuren?
Kale velden, dorre akkers,
honger houdt de mensen wakker,
heel hun oogst heb ik verknoeid.

Goed, ik ben bij Zeus gaan smeken;
hij gaf Hades te verstaan:
jij moet Kora laten gaan.

Kora:
Die liet het er niet bij zitten:
hij gaf mij een handje pitten
van granaatappels te eten
en, had ik dat maar geweten,
nu zit ik dus aan hem vast.

Demeter:
Had ik alles voor elkaar,
ga jij rode pitten slikken
zodat hij ons dit kon flikken!
Had toch beter opgepast…
Wie iets opeet daar beneden
is niet meer vrijblijvend gast.

Jij blijft deels bij Hades wonen,
bovenkomen mag je maar
zoveel maanden van het jaar.

Kora:
O, bij jou hier heel de zomer
en de wintermaanden daar?
Nog niet alles is verkeken!

Demeter:
Voortaan hebben we seizoenen:
in de winter duik je onder
en verdwijnt met jou de zon
maar verschijn je uit het donker,
Kora van de korenbloemen,
dan schiet graan weer uit de grond.

Vogels zingen, bijen zoemen,
duizend vlinders vliegen rond
als mijn dochter Kora komt.

© Judy Elfferich

.
BoekieBoekie ‘Griekse Helden’

 

Dit gedicht staat in BoekieBoekie ‘Griekse Helden’ (jaarboek 2018).

 

 

De Wollefop

De Wollefop wist niet zo goed
wat hij van zichzelf moest maken.

Is dus zomaar wat gaan haken, babyblauw
breide hij er beetjes bij, knoopte eindjes aan elkaar,
punnikte een flinke staart.

Maar soms liet hij steken vallen, raadselblauw
raakte er een draadje los, of er kwam een mot voorbij
die een hap nam uit z’n vacht.

En een keer werd hij gewassen, zeeziekblauw
in het veel te hete sop… Toen wist hij het echt niet meer,
voelde zich een prullig vod.

Hingen ze hem kletsnat op, bibberblauw
met een knijper aan z’n oor. Is hij van de lijn gewaaid,
vloog over de hoogste daken

tot hij neerkwam voor mijn deur, wazigblauw
lag hij zielig in de prut. Dus maar zacht voor hem gezongen,
hem voorzichtig uitgewrongen.

Kijk, hij krijgt alweer wat kleur, knipoogblauw
glimt z’n opgelapte snuit. Alle rafels vastgenaaid,
vale plekken weggeaaid.

Vraagt vergeet-me-nietjes-blauw: ‘Blijven slapen?’
Eindelijk weet hij wat hij wou,
de Wollefop.

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 7, ‘Blauw’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 7, ‘Blauw’.

 

 

Grey Brother’s song for Mowgli

.
Grijze Broeders lied voor Mowgli, illustratie © Emily Van Overstraeten
© Emily Van Overstraeten, 2e prijs stArt Award 2017

Human arm has cradled you,
human voice sang you to sleep,
red flame-flower kept you warm
Mowgli, until tiger came.

You were reared on wolf milk after
searing flower’s scorching heat
bit into the tiger’s feet:
when we suckled, there was room
to feed you too.

Father wolf and mother wolf
licked you clean with velvet tongues,
living in our cave among us
you became our brother cub.

Mowgli, funny naked frog
without furry coat or tail,
short of snout but nimble-fingered,
panther (who knows humans) paid
a bull for you.

You are not like other creatures:
red spark-flower in your stare
makes us all avert our eyes
Mowgli, master of the fire.

Bear took care of you, he taught you
all the laws and master words,
languages of beasts and birds
and our jungle wisdom, too
as you grew.

All (except some monkey folks
who even kidnapped you one time)
respect you now as one of them
Mowgli, funny naked frog.

For a while you lived with humans,
learned to quack the way they do.
No one understood you there:
frightened of the magic things
you did and knew.

But we jungle-dwellers never
will forget how you came back
after you defeated tiger –
with me, grey brother from your pack.

Mowgli, Mowgli, which are you:
funny wolf or feral man?
Both are true.

Judy Elfferich | © vertaling: Vivien D. Glass

.
Nederlandse versie: Grijze Broeders lied voor Mowgli.

Met dank aan Vivien Glass (klik) voor haar toestemming om de vertaling hier te posten.

Apenlied

.
Apenlied, illustratie © Jesse Strikwerda

Hoor, jungle, hoor!
Hier krijst het Apenkoor,
de ruige Rimboeband
die barst van het talent.

Wij zijn het allerbest
in takkeherrie maken,
getreiter en gepest
met noten die je raken.

Gekruip, gesluip, gefluister,
dat maakt ons apeziek.
Kom jungledieren, luister!
We snakken naar publiek.

We drammen en drummen,
we brullen en brallen.
We gymmen en klimmen,
nooit zullen we vallen.

Wij zijn de superknappen,
een wonder der natuur.
En met de beste grappen:
je schrikt je ’t apezuur.

Beer, wolven en panter
zijn allemaal watjes
maar wij zijn wel anders.
Nee, wij zijn geen schatjes.

We komen Mowgli roven,
we nemen Mowgli mee
en sleuren hem naar boven.
Een apeslim idee!

Hij moet ons even leren
om boomhutten te bouwen.
(Wij houden van proberen
maar niet zo van onthouden.)

Dan komt hij bij ons wonen
en in zo’n boomhut slapen.
Dan gaan we Mowgli kronen
tot koning van de apen,

al heeft hij maar twee handen
en elk van ons wel vier.
Die sukkels roepen schande
maar dat boeit ons geen zier.

We springen en we swingen
en spelen luchtgitaar;
hier in de hoogste kringen
dreigt bijna nooit gevaar.

Toch – elk van ons is bang
dat langzaam van beneden
ooit negen meter slang
een boom in komt gegleden.

Dus hangen alle apen
bij plotseling gesis
meteen op apegapen:
als Kaa komt, is het mis.

Een keer zal hij ons krijgen…
zijn trage hongerdans
brengt iedereen tot zwijgen,
brengt iedereen in trance.

Hoor, jungle, hoor!
Dan wordt het Apenkoor
doodkalm, zonder poeha
gesmoord door Kaa.

© Judy Elfferich

.
Jungle-BoekieBoekie

 

Dit gedicht staat in Jungle Boekie­Boekie (jaarboek 2017).

 

 

Grijze Broeders lied voor Mowgli

.
Grijze Broeders lied voor Mowgli, illustratie © Alona Postnikova
© Alona Postnikova, nominatie stArt Award 2017

Mensenarm heeft je gewiegd,
mensenstem voor je gezongen,
rode vlambloem hield je warm
Mowgli, totdat tijger kwam.

Wolvenmelk heeft je gevoed
nadat schroeibloem schrijnend heet
tijger in de poten beet:
als wij dronken kon er best nog
eentje bij.

Wolvenvader, wolvenmoeder
likten je met zachte tongen
en je woonde in ons hol,
werd ons broertje in de roedel.

Mowgli, rare kale kikker
zonder staart en zonder vacht,
plat van snuit maar fijn van vingers,
zwarte panter (mensenkenner)
kocht je vrij.

Jij bent anders dan wij allen
want de vonkbloem in je ogen
doet elk dier de zijne neerslaan
Mowgli, meester van het vuur.

Beer nam jou onder zijn hoede:
heel de wet, de meesterwoorden,
taal van loper, vlieger, kruiper,
alle spreuken van de jungle
leerde jij.

Iedereen (behalve apen
die je ooit een keer ontvoerden)
zal je daarom respecteren
Mowgli, rare kale kikker.

Even woonde je bij mensen,
leerde net als zij te kwaken.
Niemand daar heeft jou begrepen:
wat jij kon en wat jij wist was
toverij.

Maar ons volk zal nooit vergeten
hoe je terugkwam in de jungle
toen je tijger had verslagen –
met de hulp van mij, je broertje.

Mowgli, Mowgli, wat ben jij:
vreemde wolf of wilde mens?
Allebei.

© Judy Elfferich

.
Jungle BoekieBoekie

 

Dit gedicht staat in Jungle Boekie­Boekie (jaarboek 2017).

 

 

The Kraken

De Kraak, illustratie © Sebastiaan Van Doninck
They call me the Kraken
because I like cracking
the hulls of their ships
in my tentacles’ grip.

A monster of the deep
I drift into their stories
once a century, I think.

They shudder and scream
when we meet in their dreams.
I scare them half to death –
I can feel it in my ink.

Cradled softly by the pitch-black
water in my seabed home,
I’m hiding where they cannot go.

This is how it’s always been:
them, up high and dry,
me, asleep down in the deep.
I wouldn’t want it any other way.

But an ancient legend goes,
a fish of steel turned up one day
disturbing my repose.

A seaman came who had no name,
no wish of ever going home;
full of bitterness and hate,
he was tired of the world.

Peering through the porthole he
spied one of my giant eyes:
larger even than his head.

‘The Kraken, help!’ he cried,
and we got into a fight.
The story then goes on to say
that he murdered me that day.

Let them believe it if they like…
Here where it is always night
I am safely out of sight.

Waiting patiently until
they will all have gone extinct.
I can feel it in my ink –
tomorrow maybe, or tonight.

Judy Elfferich | © vertaling: Vivien D. Glass

.
cover BB sketchbook Jules Verne

 

Gepubliceerd in BoekieBoekie sketchbook:
‘The Amazing Adventures of Jules Verne’.

 

 

Nederlandse versie: De Kraak.

Met dank aan Vivien Glass (klik) voor haar toestemming om de vertaling hier te posten.

De Kraak

Kraak, Pierre Denys de Montfort (1810)
Ze noemen mij de Kraak.
Want alles wat zij maken
zou ik met mijn tentakels
in één keer kunnen kraken.

Ik ben een monsterbeest.
Eens in de zoveel eeuwen
zwem ik hun sprookjes in.

Ze rillen en ze gillen
wanneer ze van me dromen.
Dan zijn ze als de dood,
dat voel ik aan mijn inkt.

Mij wiegt het zwarte water
hier op de stille bodem
waar zij niet kunnen komen.

Zo is het steeds geweest:
zij hoog en droog daarboven,
ik slapend diep in zee.
Ik zou niet anders willen.

Toch zegt een oud verhaal:
ooit kwam een vis van staal,
die heeft mijn rust verstoord.

Een zeeman zonder naam
wou nooit meer terug aan land
uit bitterheid en wraak,
hij was de wereld zat.

Door ’t raampje van zijn boot
zag hij van mij één oog:
nog groter dan zijn hoofd.

Hij riep: ‘O nee, de Kraak!’,
we raakten in gevecht
en volgens dat verhaal
heeft hij me toen vermoord.

Ik laat ze in die waan…
Hier is het altijd nacht,
hier ben ik goed verborgen.

Geduldig wacht ik af
tot zij zijn uitgestorven.
Ik voel het aan mijn inkt:
misschien al overmorgen.

© Judy Elfferich

.
BoekieBoekie 100

 
Dit gedicht staat in BoekieBoekie 100:
‘De ongelofelijke avonturen van Jules Verne’.

 

 

Brieven aan boekfiguren

blauwe brievenbus

Schrijfcursisten van TaalStraat in Vught deelden leeservaringen van vroeger en nu en schreven brieven aan favoriete personages: Douwe Dabbert (van Piet Wijn), Somberman (van Remco Campert), Pluk (van Annie M.G. Schmidt), de eekhoorn (van Toon Tellegen), Agaat (van Marlène van Niekerk), Tom Poes (van Marten Toonder).
.

Aan Douwe Dabbert van Piet Wijn, uit de Donald Duck

Beste Douwe,

.
Jarenlang kwam hij bij ons thuis, de Donald Duck. Later, toen ik al lang op mezelf woonde, had ik ook nog de Donald. Zaterdags kwam hij. Ik pakte hem, en keek meteen naar de achterkant. Daar stond jij. Met je knapzak ging je het avontuur tegemoet. Wat kon ik me inleven in jouw schier onmogelijke tochten. Samen met Dodo op zoek naar het enige Dodo-ei in de hele wereld. Wat was je toch een held. Niets kon je gebeuren. En als er iets gebeurde, dan was er altijd je knapzak. Daaruit haalde je de spullen die je uit iedere benarde situatie redden…

Lees verder

Astoundistan

Alice-speelkaarten

Alice has a pastime with a funny name:
ASTOUNDISTAN
(where cards are more than just a game!)

Start
Catch the Rabbit, if you can:
his watch will set the pace.
Welcome to Astoundistan:
a very curious place!

Level 1: Off you run
Dive into the rabbit-hole:
down and down you fall…
Jars of jam are all around
but don’t you eat it all.
Watch out, here comes the ground –

Level 2: Feeling blue?
Swimming in your own salt tears
you meet a talking Mouse – how queer!
But do be careful what you say
for mice are quick to run away
if they think cats or dogs are near.

Level 3: It won’t dry me!
What do you do when you’re soaking wet?
Dry anecdotes just make you yawn.
The Dodo’s plan will work, I bet:
‘Fast as you can, just run and run,
And soon the dampness will be gone!’

Level 4: You can’t get out the door
Everything you eat or drink
seems to make you grow or shrink.
You come when the White Rabbit calls,
but when you try a little sip,
you end up stuck between four walls.

Level 5: Not the right size
You try to make it clear, but can’t:
he simply will not understand,
that weirdo with his water pipe.
He finally tells you: take a bite –
but from the left side or the right?

Level 6: Baby plays tricks
Too much pepper spoils the soup.
Plates are skimming through the air.
Baby howls – it’s hard to bear.
Dodge the dishes, small and big,
till Baby turns into a pig.

Level 7: Tea forever
Hear the words the Dormouse snores:
‘Alas, the Hatter and the Hare
have been here since last March – such bores!
One of them sips while the other pours.
You’d be better off elsewhere…’

Level 8: The Queen of Hate?
When the Queen says Play, you must obey.
Don’t know the rules? Here’s how the thing goes.
You whack at hedgehogs with flamingos
and if you disobey her rules:
off with your heads, you silly fools!

Level 9: Lesson time
The Turtle says, ‘Back then, I was not mock.
Yes, everything was real. Even this rock.
And in our aquacademy,
we studied eelgebra, seaometry,
fishtory, angling, decompression;
a little less in every lesson.’

Level 10: Change lobsters again!
Want a thrill? Try the Lobster Quadrille!
Bow and somersault, swim and sway,
throw your partner into the waves,
one, two, one, two,
fish him out and start anew!

Level 11: Shooting up to heaven
The Knave of Hearts, they say, has taken their pies away.
First the White Rabbit reads the charges
and after that the witnesses argue.
As everyone starts to holler
you can feel yourself grow taller…

Never fear, the end is near
Why so worried? Relax, have fun!
They’re only playing cards, every one.
No need for their nonsense anymore!
Just slide them back into their pack
and check the Rabbit’s watch for your score.

Tip
Alice has another pastime with a funny name:
it’s called Mirroria (where chess is more than just a game!).

Judy Elfferich | © vertaling: David McKay

 
BoekieBoekie 97, English version

 

Gepubliceerd in BoekieBoekie 97 (English version):
‘In Wonderland with Alice’.

 

 

Nederlandse versie: Verbazistan.

Met dank aan David McKay (klik) voor zijn toestemming om de vertaling hier te posten.