Raadselrijm

Das Buch der Geheimnisse

Gevloekt wordt er om mij, gezucht!
Men zoekt me in de buitenlucht
aan zee of op de hei
maar ik zit altijd binnen,
je vindt me heel dichtbij.

Ik help je met beginnen
en breng je tot besluiten.
De klok valt stil als ik dat wil:
ik vang je in het ogenblik,
de tijd dikt in, zo’n macht heb ik.

Wat zou je moeten zonder mij?
Dan loop je vast in tobberij,
vervliegt je inspiratie.

Dus opgepast: hou mij goed vast!
Wanneer ik word verstoord
ben ik zo opgekrast…

Dan slaat een zeeman overboord,
een kok bakt een mislukte taart,
een ruiter kukelt van zijn paard,
geen slimmerd wint er nog een kwis
en darters gooien aldoor mis.

– En?
Kun je raden wie ik ben?
Men noemt mij: Concentratie.

© Judy Elfferich

Diederik Deterding

Verjaarsvisite - foto: indigo_mint @ Flickr, CC by-sa (bewerkt door JudyElf)

Als Diederik Deterding jarig was,
elk jaar op achttien maart,
dan lag er in zijn brievenbus
maar één verjaardagskaart.
Op de envelop stond: Ik
en op de kaart: Van Diederik.

Hij strikte zijn verjaardagsdas
en borstelde zijn baard.
Hij bakte eieren met spek
en een verjaardagstaart.
Met slagroom spoot hij daarop: Ik.
Hiep Hiep Hoera Voor Diederik.

Hij zong Lang Zal Ik Leven
en at de roomtaart op.
Hij stopte de verjaardagskaart
weer in de envelop.
Ziezo, die lag alvast weer klaar
voor zijn verjaardag volgend jaar.

Hij pakte zijn cadeautje uit:
een gouden zegelring.
Hij streek het pakpapier mooi glad
en pakte hem weer in.
Dan borg hij het verjaarscadeau
weer in de la van zijn bureau.

Toen kwam er een verjaardag
dat alles anders ging.
Er kwam een grote stapel post
voor Diederik Deterding,
en bloemen en een fles cognac
en dertien dozen vol gebak.

Er belden negen nichten
en zeven neven op.
Zo stond heel huize Deterding
volledig op z’n kop.
‘Poe poe,’ zei Diederik, ‘wel wel wel.’
Op dat moment ging wéér de bel.

Zijn veertig ooms en tantes
die stonden voor de deur,
zijn buren, zijn collega’s
en ook zijn directeur.
Die kwamen allemaal op bezoek
met fuchsia’s en boterkoek.

Hij ging maar even zitten,
hij stond volkomen paf.
Maar daar kwam tante Engelien
met tulpen op hem af
en met margrieten tante Els.
Door iedereen werd hij omhelsd.

Na ’t derde kopje koffie
verklaarde ome Daan:
‘Nu komt er een verrassing
dus gaan we even staan.’
En ze begonnen aan een lied,
zó vals – nee, dat geloof je niet.

Kijk, dát was voor de jarige
nou net even te veel.
Hij hield het acht coupletten uit,
toen schraapte hij zijn keel.
‘Hou op!’ riep Diederik Deterding.
‘Ik vind dat ik zelf veel beter zing.’

Wat waren ze beledigd,
wat waren ze gegriefd!
Opeens was Diederik Deterding
totaal niet meer geliefd.
In amper een kwartiertje tijd
was hij van zijn bezoek bevrijd.

Hij zette alle kopjes
en glazen in het sop.
Hij floot Lang Zal Ik Leven
en at de restjes op.
‘Hè hè’, zei Diederik Deterding.
‘Dat is een hele verbetering.’

© Judy Elfferich