In en om de wachttoren

(All along the watchtower)

Wassily Kandinsky, Twee ruiters voor een rode achtergrond

‘Er moet hier toch een uitweg zijn’, zegt de nar tegen de dief
‘Kan al die verwarring wat minder alsjeblief?
Koopman slempt mijn kelder leeg, bouwman rooit mijn land
Hoe je echte waarde weegt, breng je hun nooit aan het verstand’

‘Ach, maak je er maar niet druk om’, antwoordt de dief bedaard
‘Menigeen hier vindt het leven alleen als grap de moeite waard
Maar jij en ik zijn daarmee klaar, en ons lot is niet dit
Dus laten we reëel zijn nou, aan ’t einde van de rit’

In en om de wachttoren vorsten, steeds paraat
Het vrouwvolk loopt er af en aan, voetvolk komt en gaat
Buiten gromt een roofdier dat zich ginds verschuilt
Twee ruiters komen nader, de wind vlaagt aan en huilt

Bob Dylan | © vertaling: Judy Elfferich

Dit was de vertaalopgave voor scholieren bij Nederland Vertaalt 2017 (juryrapport: klik). Ik wil er misschien een keer een les aan wijden en heb daarom zelf alvast een poging gedaan.
Dylan speelt hier met perspectief. Heeft hij zich – behalve door o.a. Jesaja 21 – laten inspireren door M.C. Eschers litho Belvédère (klik)? Ook dit lied is een ‘onmogelijk bouwsel’, een binnenste­buiten­puzzel.

Over All along the watchtower
Over Belvédère

Vlaggetjes

Bananendoos - foto: Judy Elfferich
Wij zijn de vijftien vlaggetjes
in de bananendoos.
Groen geel rood bruin en blauw,
een slinger aan een touw.
We zijn ontzettend boos.

Jij hebt ons zelf geknipt, geplakt,
geknutseld van papier.
Blauw groen geel rood en bruin
versierden we je tuin.
Maar nu liggen we hier.

De doos staat in de kelderkast
naast een gebroken ruit,
bruin blauw groen geel en rood,
een oude tafelpoot,
een theepot zonder tuit.

We zijn gemaakt voor wapperen,
nu liggen we hier plat.
Rood bruin blauw groen en geel
vervelen we ons scheel.
We zijn het meer dan zat.

Nooit horen we: ‘Hé kijk, die doos,
wist jij dat die daar stond?’
Geel rood bruin blauw en groen,
wat zou je met ons doen
als jij hem morgen vond?

Gooi ons niet in de vuilnisbak
maar laat ons buiten los!
Groen geel rood bruin en blauw
versieren wij voor jou
het plein, het park, het bos.

© Judy Elfferich

.
Dit versje staat in Er zit een feest in mij,
Querido’s Poëziespektakel 5.

Zie ook:
Feest!-workshops voor de basisschool (klik).

Gerrit Krol ✝

Ursa Major van buitenaf - Johannes Hevelius, 17e eeuw
HEMELVAART

De aarde is verdwenen,
wij kijken niet meer om.
Het vroeger is nu later,
De Grote Beer staat andersom.

Uit: Polaroid. Gedichten 1955-1976

.
Wat is mooi?  Zoals een sneeuwkristal ontstaat, zo kunnen er ook beelden in ons hoofd ontstaan – eenvoudig omdat de onderdelen ervan in elkaar passen, een andere oorzaak heeft het niet. Wat past is goed, want dat blijft zitten en wat niet past gaat voorbij. Goed staat dus tegenover iets dat er niet is. Alles is goed, of zo goed mogelijk.
    Als iets in elkaar past, dan is dat meestal nuttig. Je gebruikt iets dat in elkaar past meestal om daarna andere dingen in elkaar te laten passen: daardoor wordt het eerste onmisbaar ten opzichte van het tweede, dat eerste noemen we dan nuttig.
    Dit is wat er in ons hoofd gebeurt, als we om ons heen kijken of nadenken over iets, totdat er iets in elkaar past – ongeveer zoals de onderdelen van een kristal in elkaar passen. Intussen is het niet zo dat in ons hoofd, hoe helder het ook is, dingen als kristallen bestaan. Veel eerder lijkt het op bijvoorbeeld overgekookte melk, een harde bruine korst. Ook die korst is iets dat in elkaar past. Anders was hij niet ontstaan.
    Mooi is iets dat in elkaar past en dat niet nuttig is.

Uit: APPI: Automated Poetry by Pointed Information. Poëzie met een computer (1971)

Gerrit Krol (1934-2013)