Eierdop

knijndop

Mijn moeder gooide nooit wat weg.
Ik weet wel hoe dat kwam:
door de brand van Rotterdam.

Op een mooie lentedag
(ze was toen bijna elf)
vielen bommen uit de lucht
en brandde heel de stad.
Net op tijd zijn ze gevlucht.

Iemand ergens ving ze op:
‘Kom maar bij bij ons logeren.’
Nadat de boel wat was geblust
ging mijn opa even terug,
kijken wat er over was.

Dat was niet veel.
Aan een randje van hun bad
dat uit de puinhoop stak
zag hij waar het moest zijn.
Hij vond mijn moeders eierdop.

Stel je voor: je huis, je straat,
dat dat opeens niet meer bestaat.
Geen kamer meer, geen kleren,
geen speelgoed en geen kam,
niks van jezelf.

Alleen een eierdop
in de vorm van een konijn.
Nog helemaal heel.

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 11, ‘Bewaard’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 11, ‘Bewaard’.

 

 

Dichten voor 4 mei

.
Begin dit jaar gaf ik op twee scholen workshops in het kader van de wedstrijd ‘Dichter bij 4 mei’.
De meeste leerlingen schreven het eerste gedicht van hun leven, het onderwerp was: herdenken.

De teksten van de finalisten komen in een bundel van het Nationaal Comité 4 en 5 mei.
De vier winnaars lezen hun gedicht voor bij de herdenkingsplechtigheden dit jaar in Amsterdam, Amersfoort, Westerbork en Vught.

.
TIJDMACHINE

Het leven is een zandloper
Het zand loopt erdoorheen
De tijd gaat dringen

De spullen moeten gepakt worden
We gaan hier ver vandaan
Heel ver weg

We gaan door de tijdmachine
We gaan zo snel
Het verleden is vergaan

Damian van Riel
(Frater van Gemertschool, Tilburg)

.
Meer gedichten uit de 4-mei-workshops