Ecce puer

Born, died

Een kind komt voort
uit zwart weleer.
Droef, blij – verward
gaat mijn hart tekeer.

De levende ligt
er vredig bij.
Ontsluit zijn ogen
met medelij!

In jonge adem
op spiegelglas
geschiedt de wereld
die niet was.

Kind dat ik koester:
oud man die ik mis.
U, vader, verliet ik…
Vergiffenis!

James Joyce (1882-1941) | © vertaling: Judy Elfferich
.

Inzending Nederland Vertaalt 2017, niet genomineerd. De genomineerde vertalingen E-N: klik.
Kleine Weense wals, mijn inzending S-N, werd wel genomineerd: klik.

.

Het oorspronkelijke gedicht:
.

ECCE PUER

Of the dark past
A child is born.
With joy and grief
My heart is torn.

Calm in his cradle
The living lies.
May love and mercy
Unclose his eyes!

Young life is breathed
On the glass;
The world that was not
Comes to pass.

A child is sleeping:
An old man gone.
O, father forsaken,
Forgive your son!

.

Over Ecce puer

Gelukkig maakt de liefde niet

gevelsteen Lyon - foto: Xavier Caré @ Wikimedia Commons, CC by-sa, bewerkt door JudyElf
Niets hoort er ooit voorgoed en werkelijk bij jou
Je kracht je zwakte en je hart alleen maar schijn
Met open armen blijkt je schim een kruis te zijn
Je koestert je geluk en knijpt het daardoor fijn
Het leven zet je telkens lelijk in de kou
    Gelukkig maakt de liefde niet

Het leven lijkt wel zo’n soldaat zonder geweer
Voor heel iets anders ooit bestemd en toegerust
Die zinloos elke morgen opstaat plichtbewust
’s Nachts onverrichter zake weerkeert uitgeblust
Dus lieveling zing mij maar na en huil niet meer
    Gelukkig maakt de liefde niet

Mijn mooie lief mijn harteschram mijn harteschrijn
Als een gewonde mus draag ik je in me mee
En ieder die ons ziet heeft daarvan geen idee
Maar zingt toch de door mij gevlochten woorden mee
Dat voor jouw grote ogen snel gesneefd refrein
    Gelukkig maakt de liefde niet

De tijd dat je zou leren leven vloog voorbij
Hoe huilen in de nacht dat hart van mij en jou
Wat kost een simpel lied aan treurnis en berouw
Een rilling van genot aan spijt om kwade trouw
Een wijsje op gitaar aan snikken en geschrei
    Gelukkig maakt de liefde niet

Geen liefde die niet pijnlijk en ondraaglijk wordt
Geen liefde die niet kwetst geen liefde die niet sloopt
Geen liefde die niet alles van zijn bloem berooft
Je vaderland jouzelf en wat je had gehoopt
Geen liefde die niet leeft van tranen die je stort
    Gelukkig maakt de liefde niet
    Maar dit is onze liefde en ons lied

Louis Aragon (1897-1982) | © vertaling: Judy Elfferich
.

Inzending Nederland Vertaalt 2017, niet genomineerd. De genomineerde vertalingen F-N: klik.
Kleine Weense wals, mijn inzending S-N, werd wel genomineerd: klik.

.

Het oorspronkelijke gedicht:
.

IL N’Y A PAS D’AMOUR HEUREUX

Rien n’est jamais acquis à l’homme Ni sa force
Ni sa faiblesse ni son coeur Et quand il croit
Ouvrir ses bras son ombre est celle d’une croix
Et quand il croit serrer son bonheur il le broie
Sa vie est un étrange et douloureux divorce
    Il n’y a pas d’amour heureux

Sa vie Elle ressemble à ces soldats sans armes
Qu’on avait habillés pour un autre destin
A quoi peut leur servir de se lever matin
Eux qu’on retrouve au soir désoeuvrés incertains
Dites ces mots Ma vie Et retenez vos larmes
    Il n’y a pas d’amour heureux

Mon bel amour mon cher amour ma déchirure
Je te porte dans moi comme un oiseau blessé
Et ceux-là sans savoir nous regardent passer
Répétant après moi les mots que j’ai tressés
Et qui pour tes grands yeux tout aussitôt moururent
    Il n’y a pas d’amour heureux

Le temps d’apprendre à vivre il est déjà trop tard
Que pleurent dans la nuit nos coeurs à l’unisson
Ce qu’il faut de malheur pour la moindre chanson
Ce qu’il faut de regrets pour payer un frisson
Ce qu’il faut de sanglots pour un air de guitare
    Il n’y a pas d’amour heureux

Il n’y a pas d’amour qui ne soit à douleur
Il n’y a pas d’amour dont on ne soit meurtri
Il n’y a pas d’amour dont on ne soit flétri
Et pas plus que de toi l’amour de la patrie
Il n’y a pas d’amour qui ne vive de pleurs
    Il n’y a pas d’amour heureux
    Mais c’est notre amour à tous deux

.

Over Louis Aragon
Over Il n’y a pas d’amour heureux

In en om de wachttoren

(All along the watchtower)

Wassily Kandinsky, Twee ruiters voor een rode achtergrond

‘Er moet hier toch een uitweg zijn’, zegt de nar tegen de dief
‘Kan al die verwarring wat minder alsjeblief?
Koopman slempt mijn kelder leeg, bouwman rooit mijn land
Hoe je echte waarde weegt, breng je hun nooit aan het verstand’

‘Ach, maak je er maar niet druk om’, antwoordt de dief bedaard
‘Menigeen hier vindt het leven alleen als grap de moeite waard
Maar jij en ik zijn daarmee klaar, en ons lot is niet dit
Dus laten we reëel zijn nou, aan ’t einde van de rit’

In en om de wachttoren vorsten, steeds paraat
Het vrouwvolk loopt er af en aan, voetvolk komt en gaat
Buiten gromt een roofdier dat zich ginds verschuilt
Twee ruiters komen nader, de wind vlaagt aan en huilt

Bob Dylan | © vertaling: Judy Elfferich

Dit was de vertaalopgave voor scholieren bij Nederland Vertaalt 2017 (juryrapport: klik). Ik wil er misschien een keer een les aan wijden en heb daarom zelf alvast een poging gedaan.
Dylan speelt hier met perspectief. Heeft hij zich – behalve door o.a. Jesaja 21 – laten inspireren door M.C. Eschers litho Belvédère? Ook dit lied is een ‘onmogelijk bouwsel’, een binnenste­buiten­puzzel.

Over All along the watchtower
Over Belvédère

Kleine Weense wals

.
Egon Schiele, dubbel zelfportret (1915)

In Wenen daar vind je tien meisjes,
een schouder waarop de dood uithuilt
en een woud vol verschrompelde duiven.
Er ligt een scherf, een schilfertje morgen
in het museum van vorst en ijzel.
Er is een zaal met duizend ramen.
    Ach, ach en wee!
Dans deze wals met je lippen verzegeld.

Deze wals, deze wals, deze wals
van ja, van dood en van cognac
die zijn staart onderdompelt in zee.

Ik wil je, ik wil je, ik wil je
met de luie stoel en het dode boek,
door het melancholieke portaal,
op de donkere leliënzolder,
in ’t bed waarin de maan ons spiegelt
en in de dansdromerij van de schildpad.
    Ach, ach en wee!
Dans deze wals waar je middel van knakt.

In Wenen daar vind je vier spiegels
waar je mond en de echo’s in spelen.
Er is daar een dood voor piano
die de jongens met blauwe verf inkleurt.
Er zijn bedelaars op de daken.
Er zijn verse bloemslingers van tranen.
    Ach, ach en wee!
Dans deze wals die bezwijkt in mijn armen.

Want ik wil je, ik wil je, mijn liefste
op de zolder waar de kinderen spelen,
in dromen vol oud Hongaars lamplicht
door het rumoer van de lauwwarme avond,
in beelden van schapen en lelies van sneeuw
over je voorhoofds donkere stilte.
    Ach, ach en wee!
Dans deze wals van ik-wil-je-altijd.

In Wenen zal ik met je dansen
met een masker op waar
een rivier in ontspringt.
Kijk, ik heb oevers aan vol hyacinten!
Mijn mond laat ik achter tussen je benen,
mijn ziel in foto’s en witte lelies,
en ’t donkere kielzog van jouw passen
daaraan, mijn liefste, mijn liefste, vermaak ik
viool en tombe, de linten der wals.

Federico García Lorca (1898-1936) | © vertaling: Judy Elfferich
.

Nominatie Nederland Vertaalt 2017.
Alle genomineerde vertalingen S-N: klik.
.

Het oorspronkelijke gedicht:
.

PEQUEÑO VALS VIENES

En Viena hay diez muchachas,
un hombro donde solloza la muerte
y un bosque de palomas disecadas.
Hay un fragmento de la mañana
en el museo de la escarcha.
Hay un salón con mil ventanas.
    ¡Ay, ay, ay, ay!
Toma este vals con la boca cerrada.

Este vals, este vals, este vals,
de sí, de muerte y de coñac
que moja su cola en el mar.

Te quiero, te quiero, te quiero,
con la butaca y el libro muerto,
por el melancólico pasillo,
en el oscuro desván del lirio,
en nuestra cama de la luna
y en la danza que sueña la tortuga.
    ¡Ay, ay, ay, ay!
Toma este vals de quebrada cintura.

En Viena hay cuatro espejos
donde juegan tu boca y los ecos.
Hay una muerte para piano
que pinta de azul a los muchachos.
Hay mendigos por los tejados.
Hay frescas guirnaldas de llanto.
    ¡Ay, ay, ay, ay!
Toma este vals que se muere en mis brazos.

Porque te quiero, te quiero, amor mío,
en el desván donde juegan los niños,
soñando viejas luces de Hungría
por los rumores de la tarde tibia,
viendo ovejas y lirios de nieve
por el silencio oscuro de tu frente.
    ¡Ay, ay, ay, ay!
Toma este vals del ‘Te quiero siempre’.

En Viena bailaré contigo
con un disfraz que tenga
cabeza de río.
¡Mira qué orillas tengo de jacintos !
Dejaré mi boca entre tus piernas,
mi alma en fotografías y azucenas,
y en las ondas oscuras de tu andar
quiero, amor mío, amor mío, dejar,
violín y sepulcro, las cintas del vals.

De liefde is niet alles

Alles voor de liefde (fotograaf onbekend)
De liefde is niet alles: spijs noch drank,
geen slaap, geen afdak tegen lelijk weer;
en voor wie kopje-onder gaat geen plank
wanneer hij op en neer klotst, keer op keer.

De liefde blaast geen dichte long vol lucht,
zet geen gebroken bot, noch zuivert bloed;
maar o zo vaak wordt in de dood gevlucht
alleen omdat men liefde missen moet.

Het kan heel goed dat ik in tijd van nood
– een helse pijn die medicijn niet blust
of reddeloze armoe en verdriet –

jouw liefde ooit verruilen zou voor rust,
de heugenis aan deze nacht voor brood.
Het kan heel goed. Maar nee, ik denk van niet.

Edna St. Vincent Millay (1892-1950) | © vertaling: Judy Elfferich

Inzending Nederland Vertaalt 2016, niet genomineerd. De genomineerde vertalingen E-N: klik.
Ster en doemster, mijn inzending D-N, werd wel genomineerd: klik.

.

Het oorspronkelijke gedicht:
.

LOVE IS NOT ALL

Love is not all: it is not meat nor drink
Nor slumber nor a roof against the rain;
Nor yet a floating spar to men that sink
And rise and sink and rise and sink again;

Love can not fill the thickened lung with breath,
Nor clean the blood, nor set the fractured bone;
Yet many a man is making friends with death
Even as I speak, for lack of love alone.

It well may be that in a difficult hour,
Pinned down by pain and moaning for release,
Or nagged by want past resolution’s power,

I might be driven to sell your love for peace,
Or trade the memory of this night for food.
It well may be. I do not think I would.

Ster en doemster

Ster en doemster
Een ster hoog aan de hemelboog
houdt scherp mijn doemster in het oog.

Mijn doemster is zo’n stuntelaar,
zo’n oen, die maakt totaal niks klaar.

Mij kwaaddoen, dat is het idee;
maar hij heeft steeds zichzelf ermee.

Hij glanst zo dof en lonkt zo dom,
net meegelokt keer ik al om.

Dwaas raast hij verder, desastreus:
nu stoot niet ik, maar hij zijn neus.

Zijn doemscenario doorkruist,
vertedert al zijn pech mij juist.

Verdomd, hij staat me bijna aan –
als niet die ster daarginds zou staan.

Die straalt zo kalm en onverflauwd
dat het me soms weleens benauwt.

Dan sla ik aan het dubben van:
als dát mijn doemster was, wat dan?

Robert Gernhardt (1937-2006) | © vertaling: Judy Elfferich
.

Nominatie Nederland Vertaalt 2016.
☆  Dit is een verbeterde versie (regel 12 aangepast).
Alle genomineerde vertalingen D-N: klik.
.

Het oorspronkelijke gedicht:
.

STERN UND UNSTERN

Ein ferner Stern im Blau der Nacht
hält über meinem Unstern Wacht.

Mein Unstern ist so ungeschickt
und machtlos, dass ihm gar nichts glückt.

Er sollte mir zwar Unstern sein,
fällt aber dauernd selber rein.

Er blinkt so plump und winkt so dumm,
kaum lockt er mich, schon kehr ́ ich um.

Er aber prallt voll Unverstand
auf die mir zugedachte Wand.

Statt dass er mich ins Unheil führt,
bin ich es, den sein Unglück rührt.

Fast hätt ́ ich meinen Unstern gern,
wär ́ da nicht jener ferne Stern.

Der strahlt so hell und unbeirrt,
dass mir zuweilen bange wird

und ich mich frage: Was, wenn der
und gar nicht er mein Unstern wär?