Zonder tekst

filmtekst

Ik zit in elke grote film,
krijg vele rollen toebedeeld.
Toch weet je vast niet wie ik ben
wanneer ik je passeer op straat,
toch ken je niet mijn naam

want jij bent vol van wat er speelt
tussen die twee. Lang na The End
trilt door in jou wat hen beweegt.
Je leent hun houding, hoort jezelf
soms denken met hun stem.

De scène van de eerste dans:
in hun voorbijgaan sta ik stil,
ik ben die schaduw bij de bar
die achter bij de jassen praat
met iemand buiten beeld.

De scène van de laatste kus:
in hun verstilling loop ik langs,
ik ben die schim op het perron
die instapt, iets aan iemand vraagt,
een plaats zoekt bij het raam.

In elke grote film zit ik
bij list en misverstand en lust
met glas of krant, met pet of bril,
met mijn gezicht dat jou niks zegt,
eensprakig aan de kant

maar daarmee maak ik het verschil.
Dat ik mijn woorden zo verspil,
in loze slokken me verslik,
aan lege koffers me vertil,
maakt jullie levens echt.

© Judy Elfferich

Gemaakt voor Eenspraak, een project van drie studenten aan de Willem de Kooning Academie.

Alsmaar

(de Piepzakblues)

nachtlamp

Als ik nou eerst maar
een beetje kon slapen
want morgen dan moet ik

Maar als er aldoor
en zou de wekker wel
stel dat de bus niet
en dat ik te laat

Maar als daar geen lift is
en hoe moet ik weten
waar of ik naartoe

Waar had ik dat briefje
want daar staat het op

    Alsmaar dat neuriën
    alsmaar hetzelfde
    de Piepzakblues

En als ik moet wachten
kan ik dan zolang wel

Maar als ze vergeten
of als ik niet hoor

Of als ze weer zeggen
nee eerst formulieren
die dinges moet over
wat ik niet verstaan heb

Die andere pillen
m’n leesbril de zak van
m’n andere jas

Als maar niet die ene
die vorige keer zei

En dat alle anderen
dat die dan zo kijken

    Alsmaar dat neuriën
    alsmaar hetzelfde
    de Piepzakblues

Als ik nou morgen
als ik aan de beurt ben

Als het maar niet weer
zo vreselijk pijn doet
en als ik maar snap

Maar als het een man is
dan kan ik niet zeggen
dan ga ik niet vragen
dan hou ik m’n mond maar

En wat als het mis is
hoe moet het dan verder

Als ik ga janken
dan moet ik een zakdoek
de dinges de zak van
m’n andere jas

    Alsmaar dat neuriën
    alsmaar hetzelfde
    de Piepzakblues

Morgen dan moet ik
dus als ik nou eerst maar

© Judy Elfferich
.

Dit gedicht staat in Ziekelijk bang. Angst in fictie (symposiumbundel Literatuur & Geneeskunde, VUmc 2017).