Niet mijn humor

Niet mijn humor

Vroeger viel er soms nog wat te lachen.
Vroeger snapte ik hun grappen
en zij snapten die van mij.
Tegenwoordig lijkt het meer op pesterij.

Moet je nou weer komen kijken
naar ’t gezicht van ouwe lappen
dat ze opgehangen hebben op mijn deur.
En op de spiegel van de kapper
en op die op de wc.
Net mijn oma; pfoe, die had me een humeur…
Ga ik soms al op haar lijken? Leuk idee.

Ze draaien aldoor André Rieu.
Die muziek vind ik zo sneu,
van die vent word ik zo akelig en wee
als van opgewarmde aardappelpuree.
Als ik vraag om droge sherry
krijg ik laffe lauwe thee
of advocaatjes, getverderrie.

Dat bezoek ben ik ook beu.
Waarom komt iedereen verkleed?
Heb ik ergens iets gemist?
En waarom aldoor die quiz
of ik weet wie Dinges is en hoe die heet?
Hahaha, ze heeft het mis.
Nee, die humor is niet echt aan mij besteed.

© Judy Elfferich

Scarabaeus cogitans

 
Mijn favoriete waanzinverhaal:

De broer van hersenchirurg Guido Bostoen was krankzinnig geworden. Hij kon soms in de wachtkamer, waar ook andere gekken zaten, minuten achter elkaar spreken, maar wat hij precies bedoelde wist je nooit: ‘Grijp de rechterhand van de Christus Jezus… één nul! De ijskappen smelten, stop de zeehond! Waarom hebben kippen geen gebitje? Hoera voor de val van Rome! Was de jonge paus Benedictus gespleten? Ik heb twee schedels van de beroemde rabbi in een relikwiekastje, één uit zijn kindertijd en één van toen hij aan het kruis hing! Hoe spreekt de piano? Was Horatius eigenlijk een communist? Een poes zonder oortjes is nog niet meteen een reuzenmol!’ Zijn moeder kwam op een keer binnenstappen en hij sprak: ‘U bent mijn moeder niet meer, dag mevrouw.’ Nooit heeft hij meer een woord tegen haar gezegd.

Dat kwam allemaal door de de Scarabaeus cogitans, een beestje dat zich nestelt tussen de hersenpan en het hersenvlies. De enige remedie tegen deze gevaarlijke parasiet is een welgemikte klap met een speciale scarabaeus-cogitans-hamer.

Hier kun je J.M.A. Biesheuvel het verhaal zelf horen voorlezen:

‘Scarabaeus cogitans’ werd in 1986 gepubliceerd in het tijdschrift De Tweede Ronde. In 1987 nam Biesheuvel het op in de verhalenbundel De angstkunstenaar.

Pierre Kartner recyclede de kreet ‘Waarom hebben kippen geen gebitje?’ als titel en refrein­regel van een Kinderen-voor-Kinderen-liedje.

Bibkins, Dobkins & de rest

 
In 1867 vergat Lewis Carroll een afspraak met de elfjarige Annie Rogers.
Hij schreef haar een mooie excuusbrief:

Lewis Carroll aan Annie Rogers (vertaling: Judy Elfferich)

Your miserable friend

(Enkele jaren later zat Annie bij de eerste lichting meisjes die werden toegelaten tot Oxford University. Ze werd er ook de eerste vrouwelijke hoogleraar.)

Peter Vos’ Genesis: nies & nijd

.
Negen was ik toen ik van mijn vader dat boekje kreeg: Scheppingsverhaal, getekend voor een meisje. ‘Voor Judy – zómaar. Pappa’, schreef hij op de titelpagina.

In de zojuist geschapen wereld van Peter Vos heeft God geen voeten; wel een fronsend kaal hoofd, een lange baard en (vanaf het moment dat hij de zon in de fitting schroeft) een maffioso-zonnebril. Dat maakte hem voor mij grappig, maar ook eng.

Getuige de flap reageerde de kerkelijke pers voorzichtig enthousiast op het boekje:

‘Tekeningen als die van Peter Vos kunnen geen enkele blasfemische bedoeling hebben.’
Hervormd Nederland

‘Zijn beeldspraak is vaak gewaagd, maar altijd teer en soms ontroerend. Hij roept aspecten op waaraan theologen nimmer hebben gedacht en waarin preekstof zit voor vele diensten.’
Leeuwarder Courant

Ja, zeg dat wel!

1. God boetseert een mens. Maar of het werkelijk de bedoeling is hem leven in te blazen?
Peter Vos, Nies

2. Duivel? Niks duivel! God zelf kruipt in de huid van een slang, uit jaloezie:
Peter Vos, Jaloers 1

Peter Vos, Jaloers 2
[Klik op plaatjes voor vergroting]

Peter Vos’ kijk op de schepping maakte God voor mij menselijk en gelaagd: meer dan die ‘lieve heer’. Wat niet wegnam dat ik me graag liet meeslepen door de eendimensionale gruwelverhalen over de hel die ik op school te horen kreeg :-)