In Leestekenland

Bebloede puntkomma - foto (fragment sculptuur Joan Brossa): David Gomez @ Wikimedia Commons, CC by-sa (bewerkt door JudyElf, o.a. toevoeging bloedspatten)

Leestekenland kan niet meer bogen
op een volmaakte maatschappij.

De komma en de punt betogen:
‘Puntkommavolk draagt nooit wat bij!’

Meteen vormt zich een actiefront:
de Weg-met-de-puntkomma-bond.

De vraagtekens zijn weggeslopen,
die houden graag hun opties open.

Snel smoort men tussen accolades
’t gekreun en de jeremiades

van de puntkomma’s, en met haken
voorkomt men dat ze stennis maken.

Dan komt het minteken, en baf!
– het trekt ze van het leven af.

De vraagtekens zijn terug en kijken
hoofdschuddend naar de verse lijken.

Maar ai! de strijd is niet gedaan:
gedachtestreep valt komma aan –

en snijdt hem snoeihard door de hals
zodat hij – na onthoofding – als

puntkomma, dodelijk verwond,
zijn bloed mengt met die op de grond.

Men draagt de beide typen stakkers
in stilte naar de dodenakker.

Wat rest van de gedachtestreepjes
sluit zwijgzaam aan, met zwarte sleepjes.

Het uitroepteken preekt van vrede,
dubbelepunt deelt pepermunt;

bevrijd van komma-achtigheden
sjokt men naar huis: streep, punt, streep, punt…

Christian Morgenstern (1871-1914) | © vertaling: Judy Elfferich
.

Het oorspronkelijke gedicht:
.

IM REICH DER INTERPUNKTIONEN

Im Reich der Interpunktionen
nicht fürder goldner Friede prunkt:

Die Semikolons werden Drohnen
genannt von Beistrich und von Punkt.

Es bildet sich zur selben Stund’
ein Antisemikolonbund.

Die einzigen, die stumm entweichen,
(wie immer), sind die Fragezeichen.

Die Semikolons, die sehr jammern,
umstellt man mit geschwungnen Klammern,

und setzt die so gefangnen Wesen
noch obendrein in Parenthesen.

Das Minuszeichen naht und – schwapp!
Da zieht es sie vom Leben ab.

Kopfschüttelnd blicken auf die Leichen
die heimgekehrten Fragezeichen.

Doch, wehe! neuer Kampf sich schürzt:
Gedankenstrich auf Komma stürzt –

und fährt ihm schneidend durch den Hals –
bis dieser gleich – und ebenfalls

(wie jener mörderisch bezweckt)
als Strichpunkt das Gefild bedeckt!…

Stumm trägt man auf den Totengarten
die Semikolons beider Arten.

Was übrig von Gedankenstrichen,
kommt schwarz und schweigsam nachgeschlichen.

Das Ausrufszeichen hält die Predigt;
das Kolon dient ihm als Adjunkt.

Dann, jeder Kommaform entledigt,
stapft heimwärts man, Strich, Punkt, Strich, Punkt…

Iets unieks

schaapskudde
voor Heinrich Maria Ledig-Rowohlt

Wie vraagt zich nooit af: is dat het leven?
Wie denkt nooit eens: is dan dit het wezen?
Word je wakker, is het al voorbij.
Niks beleefd dan al wat schrijvers schreven,
zie je, dat ben jij.

En je denkt misschien: ik ga ten onder,
naar de afgrond, tot je schrik –:
Eentje uit de grote grijze massa,
hooguit door wat lapwerk ietsje bonter,
zie je, dat ben ik.

Eensklaps komt er dan, terwijl je wandelt,
lucht in het verdichte, barst het ei,
dat van hoed tot schoenen vonken springen:
Die heel eigen slinger, dat wat ongerichte,
dat een tikje zonderlinge,
iets unieks, dat niks of niemand nog verandert:
zie je, dat ben jij.

Peter Rühmkorf (1929-2008) | © vertaling: Judy Elfferich
.

Inzending Nederland Vertaalt 2017, niet genomineerd. De genomineerde vertalingen D-N: klik.
Kleine Weense wals, mijn inzending S-N, werd wel genomineerd: klik.

.

Het oorspronkelijke gedicht:
.

AUF WAS NUR EINMAL IST

Manchmal fragt man sich: ist das das Leben?
Manchmal weiß man nicht: ist dies das Wesen?
Wenn du aufwachst, ist die Klappe zu.
Nichts eratmet, alles angelesen,
siehe, das bist du.

Und du denkst vielleicht: ich gehe unter,
bodenlos und fürchterlich –:
Einer aus dem großen Graupelhaufen,
nur um einen kleinen Flicken bunter,
siehe, das bin ich.

Aber dann, aufeinmalso, beim Schlendern,
lockert sich die Dichtung, bricht die Schale,
fliegen Funken zwischen Hut und Schuh:
Dieser ganz bestimmte Schlenker aus der Richtung,
dieser Stich ins Unnormale,
was nur einmal ist und auch nicht umzuändern:
siehe, das bist du.

De Lorelei

Lorelei, Helen Stratton
Wat voel ik me triest dezer dagen,
ik weet niet wat dat beduidt…
Een oeroude Rijnlandse sage
die wil mijn hoofd maar niet uit:

De lucht is koel en het donkert
en rustig stroomt de Rijn,
de top van ’t gebergte flonkert
in late zonneschijn.

Die zonnestralen strelen
een wonderjonkvrouw daar;
goud blinken haar juwelen,
ze kamt haar gouden haar.

En bij het kammen zingt ze
een wonderschoon refrein –
zo machtig en prachtig klinkt ze
als ooit Heer Halewijn.

Een schipper, door hartzeer bevangen,
verliest zo zijn koers uit het oog:
het lied wekt een razend verlangen,
zijn blik gaat voortdurend omhoog.

En dan loopt zijn schip op de klippen,
geloof ik, dan is het voorbij;
een glimlachje speelt om de lippen
van Jonkvrouw Lorelei.

naar Heinrich Heine (1797-1856) | © Judy Elfferich
.

Het oorspronkelijke gedicht:
.

DIE LORELEY

Ich weiß nicht, was soll es bedeuten,
dass ich so traurig bin;
ein Märchen aus uralten Zeiten,
das kommt mir nicht aus dem Sinn.

Die Luft ist kühl und es dunkelt,
und ruhig fließt der Rhein;
der Gipfel des Berges funkelt
im Abendsonnenschein.

Die schönste Jungfrau sitzet
dort oben wunderbar;
ihr gold’nes Geschmeide blitzet,
sie kämmt ihr goldenes Haar.

Sie kämmt es mit goldenem Kamme
und singt ein Lied dabei;
das hat eine wundersame,
gewaltige Melodei.

Den Schiffer im kleinen Schiffe
ergreift es mit wildem Weh;
er schaut nicht die Felsenriffe,
er schaut nur hinauf in die Höh’.

Ich glaube, die Wellen verschlingen
am Ende Schiffer und Kahn;
und das hat mit ihrem Singen
die Loreley getan.

.

En wat er later van haar is geworden?
Dat onthult C. Buddingh’: De turelurelei.

Daar is-ie, hatsjie!

Maarts viooltje
DAAR IS-IE

Lente laat zijn blauwe lint
zwierig door de luchten zweven;
zoet-vertrouwde geuren geven
kietelend het land een hint.
Maarts viooltje droomt:
binnenkort ontluik ik.
– Hoor, van ver
een wijsje zacht en loom!
   Lente, daar ben jij!
Jou ja! voel en ruik ik.

Eduard Mörike (1804-1875) | © vertaling: Judy Elfferich
.

HATSJIE

Lente laat zijn lauwe wind
grasduinend door velden zweven;
bloesemende bomen geven
kietelend mijn neus een hint.
Maarts viooltje droomt,
wil met hommels dollen.
— Voel alweer
zo’n snot- en tranenstroom!
   Lente, bah, hatsjie!
Jij weer met je pollen.

© Judy Elfferich
.

Het oorspronkelijke gedicht:
.

ER IST’S

Frühling lässt sein blaues Band
wieder flattern durch die Lüfte;
süße, wohlbekannte Düfte
streifen ahnungsvoll das Land.
Veilchen träumen schon,
wollen balde kommen.
– Horch, von fern
ein leiser Harfenton!
   Frühling, ja du bist’s!
Dich hab’ ich vernommen!

Ster en doemster

Ster en doemster
Een ster hoog aan de hemelboog
houdt scherp mijn doemster in het oog.

Mijn doemster is zo’n stuntelaar,
zo’n oen, die maakt totaal niks klaar.

Mij kwaaddoen, dat is het idee;
maar hij heeft steeds zichzelf ermee.

Hij glanst zo dof en lonkt zo dom,
net meegelokt keer ik al om.

Dwaas raast hij verder, desastreus:
nu stoot niet ik, maar hij zijn neus.

Zijn doemscenario doorkruist,
vertedert al zijn pech mij juist.

Verdomd, hij staat me bijna aan –
als niet die ster daarginds zou staan.

Die straalt zo kalm en onverflauwd
dat het me soms weleens benauwt.

Dan sla ik aan het dubben van:
als dát mijn doemster was, wat dan?

Robert Gernhardt (1937-2006) | © vertaling: Judy Elfferich
.

Nominatie Nederland Vertaalt 2016.
☆  Dit is een verbeterde versie (regel 12 aangepast).
Alle genomineerde vertalingen D-N: klik.
.

Het oorspronkelijke gedicht:
.

STERN UND UNSTERN

Ein ferner Stern im Blau der Nacht
hält über meinem Unstern Wacht.

Mein Unstern ist so ungeschickt
und machtlos, dass ihm gar nichts glückt.

Er sollte mir zwar Unstern sein,
fällt aber dauernd selber rein.

Er blinkt so plump und winkt so dumm,
kaum lockt er mich, schon kehr ́ ich um.

Er aber prallt voll Unverstand
auf die mir zugedachte Wand.

Statt dass er mich ins Unheil führt,
bin ich es, den sein Unglück rührt.

Fast hätt ́ ich meinen Unstern gern,
wär ́ da nicht jener ferne Stern.

Der strahlt so hell und unbeirrt,
dass mir zuweilen bange wird

und ich mich frage: Was, wenn der
und gar nicht er mein Unstern wär?

Rood hou ik van Anna Bloem

.
Vessela Dantcheva maakte van Kurt Schwitters’ beroemde gedicht uit 1919 een fuga in rood en zwart, met een gruwelijk groen einde. De stem die je hoort is die van de dichter zelf.

Aan Anna Bloeme (vertaling: Theo van Doesburg)
Hans Sleutelaar over Kurt Schwitters als dichter

Erlkönig-variaties

 
Op BoekenDingen zag ik een animatie van Goethes beroemde gedicht, met links naar allerlei andere versies.

Erlkoenig

Verder zoeken naar Erlkönig-filmpjes leverde o.a. deze prachtige zand-op-glas-animatie op:


 

En dit filmpje, met zichtbaar plezier gemaakt door een Duits gezin: ‘Da wir kein Pferd haben, […] musste eine Doppelrolle gespielt werden.’

Wolkersvrouw in zwemboerka

 
Zes woorden die in 2008 voor het eerst werden gebruikt: digiflirten, zwemboerka, wolkersvrouw, horroropa, paktaks, klimaathuis.

Vertaal ze in het Engels, Frans of Duits en doe mee aan de Van Dale Vertaalslag!
Met mooie, adequate en ludieke vertalingen maak je de meeste kans om te winnen. De ideale vertaling heeft in de vreemde taal dezelfde betekenis, ongeveer dezelfde gebruiks- en gevoelswaarde, en ongeveer hetzelfde stijlregister.

Wedstrijdformulier en -reglement: Van Dale Vertaalslag.
Sluitingsdatum: 14 oktober.