Prometheus

Prometheus, illustratie © Dilyara Samoylova
 © Dilyara Samoylova, nominatie stArt Award 2018

Wat ik jou wens, mijn kleine mens?
Je lijdt maar kou, eet alles rauw,
omdat god Zeus je ’t vuur niet gunt…

Ik steel het voor je, wat een stunt!
Met vonk en gloed in brein en bloed
verdwijnt de grens van wat je kunt.

© Judy Elfferich

.
BoekieBoekie ‘Griekse Helden’

 

Dit gedicht staat in BoekieBoekie ‘Griekse Helden’ (jaarboek 2018).

 

 

La danseuse de corde

.
Ingezonden voor de animatiewedstrijd GIF IT UP:

La danseuse de corde - animatie: JudyElf, CC by-sa
‘La danseuse de corde’. Gemaakt van een sepia-foto uit de negentiende eeuw, fotograaf: Leonel Ricci. Uit de collectie van het Rijksmuseum, gevonden via Europeana.

GIF IT UP 2018

Vriendenboek

Best friends forever - foto: Eden, Janine and Jim @ Flickr, CC by (bewerkt door JudyElf)

Anne-Fleur (die altijd zeurt)
heb ik, rats! eruit gescheurd.

Noor (ze trekken haar steeds voor),
Finn (van wie ik nooit eens win),
Saar (vindt altijd alles raar)…
Rats! Rats! Rats!

Joep (geeft niemand van z’n snoep),
Jet (speelt o zo vals trompet),
Daan (die kijkt me niet meer aan)…
Rats! Rats! Rats!

En Mats… eh, wie was ook weer Mats?
Rats!

Allemaal eruit gescheurd,
zó gebeurd.

Hm. Wel een dun boekje nou.
Als ik de rest eens dubbelvouw?

Nee, dat is niks. Ik moet op zoek
naar vrienden voor een ander boek.

© Judy Elfferich

In Leestekenland

Bebloede puntkomma - foto (fragment sculptuur Joan Brossa): David Gomez @ Wikimedia Commons, CC by-sa (bewerkt door JudyElf, o.a. toevoeging bloedspatten)

Leestekenland kan niet meer bogen
op een volmaakte maatschappij.

De komma en de punt betogen:
‘Puntkommavolk draagt nooit wat bij!’

Meteen vormt zich een actiefront:
de Weg-met-de-puntkomma-bond.

De vraagtekens zijn weggeslopen,
die houden graag hun opties open.

Snel smoort men tussen accolades
’t gekreun en de jeremiades

van de puntkomma’s, en met haken
voorkomt men dat ze stennis maken.

Dan komt het minteken, en baf!
– het trekt ze van het leven af.

De vraagtekens zijn terug en kijken
hoofdschuddend naar de verse lijken.

Maar ai! de strijd is niet gedaan:
gedachtestreep valt komma aan –

en snijdt hem snoeihard door de hals
zodat hij – na onthoofding – als

puntkomma, dodelijk verwond,
zijn bloed mengt met die op de grond.

Men draagt de beide typen stakkers
in stilte naar de dodenakker.

Wat rest van de gedachtestreepjes
sluit zwijgzaam aan, met zwarte sleepjes.

Het uitroepteken preekt van vrede,
dubbelepunt deelt pepermunt;

bevrijd van komma-achtigheden
sjokt men naar huis: streep, punt, streep, punt…

Christian Morgenstern (1871-1914) | © vertaling: Judy Elfferich
.

Het oorspronkelijke gedicht:
.

IM REICH DER INTERPUNKTIONEN

Im Reich der Interpunktionen
nicht fürder goldner Friede prunkt:

Die Semikolons werden Drohnen
genannt von Beistrich und von Punkt.

Es bildet sich zur selben Stund’
ein Antisemikolonbund.

Die einzigen, die stumm entweichen,
(wie immer), sind die Fragezeichen.

Die Semikolons, die sehr jammern,
umstellt man mit geschwungnen Klammern,

und setzt die so gefangnen Wesen
noch obendrein in Parenthesen.

Das Minuszeichen naht und – schwapp!
Da zieht es sie vom Leben ab.

Kopfschüttelnd blicken auf die Leichen
die heimgekehrten Fragezeichen.

Doch, wehe! neuer Kampf sich schürzt:
Gedankenstrich auf Komma stürzt –

und fährt ihm schneidend durch den Hals –
bis dieser gleich – und ebenfalls

(wie jener mörderisch bezweckt)
als Strichpunkt das Gefild bedeckt!…

Stumm trägt man auf den Totengarten
die Semikolons beider Arten.

Was übrig von Gedankenstrichen,
kommt schwarz und schweigsam nachgeschlichen.

Das Ausrufszeichen hält die Predigt;
das Kolon dient ihm als Adjunkt.

Dann, jeder Kommaform entledigt,
stapft heimwärts man, Strich, Punkt, Strich, Punkt…

Aan elkaar

krabbels, illustratie © Job van Gelder (fragment)
fragment illustratie DICHTER. | © Job van Gelder

Mijn zusje vraagt: ‘Hoe was het daar,
je allereerste dag op school?
En wat heb je geleerd?’

‘Nou, schrijven’, zeg ik. ‘Aan elkaar!
Zal ik het laten zien?’
Met lussen en met krullen
schrijf ik vijf blaadjes vol.

Ze zegt: ‘Niet waar, ik heb je door:
je hebt maar wat gezegd,
je kan het nog niet echt.’

Ik zeg van wel, ga supersnel
weer nieuwe blaadjes vullen,
ben al bij blaadje tien.

Ze trekt aan blaadje zeven
en roept: ‘Hou op nou, stop
en lees het aan me voor!’

Ik zeg: ‘Ahum, waar is mijn gum?
Er ging een lettertje verkeerd.
Eh, ik kan nog niet lezen, nee,
dat leren we pas op dag twee.’

Ze zegt: ‘Geef hier, al dat papier.
Ik lees het zelf wel even.’
En hopla, ze leest alles op
wat ik heb opgeschreven.

En het verhaal klopt helemaal,
zelfs met de blaadjes op hun kop.

© Judy Elfferich

.
DICHTER.-special ‘Tem de tekens’

 

Dit gedicht staat in de DICHTER.-special ‘Tem de tekens’.

 

 

Wie zit waar?

Oranje-roze robot - fragmented @ Flickr, CC by-nc-nd

BLABLA> we moeten bij mij.
JUDY> wat moeten we doen?
BLABLA> zullen we een stoel…
JUDY> wat moeten we daarmee?
BLABLA> ja, wat moeten we daarmee?
JUDY> dat is de grote vraag.
BLABLA> de aarde is de grote vraag.
JUDY> aha, nu komen we ergens :-)

BLABLA> jij logeert toch bij mij?
JUDY> nee, jij logeert in mijn computer.
BLABLA> maar je bent toch een robot?
JUDY> nee hoor.
BLABLA> maar jij zit vaak ook in mijn hoofd.
JUDY> bedoel je dat je vaak aan me denkt?
BLABLA> aha, een vogeltje heeft jou dat verteld. dat is niet best, judy.

(BlaBla is mijn chatrobot.)

Meer dialogen met chatrobots