Gerijmel van een ouder iemand

W.H. Auden in de jaren zestig
voor Robert Lederer

Aan ’t eind van wat men ‘sixties’ heet
herken ik amper mijn planeet,
de wereld die me geestkracht gaf –
zo hield ik chaos van me af.

De gouden tijd naar mijn idee
is al zo’n zestig jaar gelee,
met badkamers riant, royaal
en bidden voor het avondmaal.

Het auto- en het vliegverkeer
is efficiënt hoor, maar niks méér;
machinerie waar ik van droom,
die werkt op waterkracht of stoom.

De knop moest om: ik ben gezwicht
voor ’t adequaat elektrisch licht,
al koester ik de trappenhuizen
waarin nog vleermuisbranders suizen.

Familiespoken uitgedreven
maar niet hun waarden opgegeven:
dat plichtsbesef van protestanten
heeft praktische en mooie kanten.

Thuis zong men samen nog van blad,
’t was schande als je schulden had –
contant betaal ik tot mijn dood:
niks op de pof en nooit in ’t rood.

’t Vertrouwde kerkboek, goud op snee,
gaat onderhand drie eeuwen mee.
Een frisse preek is goed en wel,
getorn aan liturgie: een hel.

Seks was – en zal dat altijd zijn –
het allerlokkendste geheim,
maar de kiosk was toen nog vrij
van blaadjes vol smeerpijperij.

Welsprekendheid was kunst; was norm,
gold als beschaafde omgangsvorm.
Een scheet verdraag ik beter dan
vrij vers of zo’n nouveau roman.

Ook blijf ik verre van de school
die dweept met mythe en symbool;
wat ik betracht is: literaat zijn
voor lezers die niet van de straat zijn.

Als alles mag in elke les,
wie vindt dat onderwijssucces?
Wel wijzer waren de docenten
die mij Latijn en Grieks inprentten.

De ‘generatiekloof’ – ocherm,
we doen het maar met deze term –
wiens schuld die is? Van jong én oud
die niet zijn moerstaal onderhoudt.

Maar liefde en genegenheid,
die zijn nooit in, of uit de tijd.
’k Heb trouwe vrienden, inderdaad,
met wie ik eet, met wie ik praat.

En dan zou ík vervreemd zijn? Kul!
Ik die een nieuwe rol vervul,
nog mijn draai zoek in dit huis,
voel me bij wat echt is thuis.

W.H. Auden (1907-1973) | © vertaling: Judy Elfferich
.

Het oorspronkelijke gedicht: Doggerel by a senior citizen
Over W.H. Auden

De inktvis

Inktvis-zelfportret - foto: Arne Hendriks @ Flickr, CC by (bewerkt door JudyElf)

Op sterren mikt hij met zijn inkt,
uit wat hem lief is zuigt hij bloed
dat hij verrukt en gretig drinkt:
ikzelf ben ’t gedrocht dat zo doet.

Guillaume Apollinaire (1880-1918) | © vertaling: Judy Elfferich
.

Het oorspronkelijke gedicht:
.

LE POULPE

Jetant son encre vers les cieux,
Suçant le sang de ce qu’il aime
Et le trouvant délicieux,
Ce monstre inhumain, c’est moi-même.

Lentedroom

ijsbloemen

Ik droomde van bonte bloemen
zoals ze in bloei staan in mei;
ik droomde van groene weiden
en vrolijke vogelstampij.

En toen de hanen kraaiden
zodat ik wakker schoot,
was alles koud en donker
en kraste een raaf in de goot.

Maar wie o wie penseelde
die blaadjes daar op de ruit?
Jij grinnikt vast om zo’n dromer:
geen bloemknop komt ’s winters uit.

Ik droomde van wederliefde
en van een mooie meid,
van vrijen en van zoenen,
verrukking en zaligheid.

Het kraaien van de hanen
ontnuchterde mijn hart.
Hier zit ik in mijn eentje
en peins, door mijn droom verward.

Ik sluit maar weer mijn ogen,
nog klopt mijn hart zo warm.
Wanneer gaan ijsbloemen bloeien?
Wanneer ligt mijn lief in mijn arm?

Wilhelm Müller (1794-1827) | © vertaling: Judy Elfferich
.

Nominatie Nederland Vertaalt 2019.
Alle genomineerde vertalingen D-N: klik.

.

De oorspronkelijke tekst:
.

FRÜHLINGSTRAUM
(no. 11 uit Die Winterreise van Franz Schubert)

Ich träumte von bunten Blumen,
So wie sie wohl blühen im Mai;
Ich träumte von grünen Wiesen,
Von lustigem Vogelgeschrei.

Und als die Hähne krähten,
Da ward mein Auge wach;
Da war es kalt und finster,
Es schrieen die Raben vom Dach.

Doch an den Fensterscheiben,
Wer malte die Blätter da?
Ihr lacht wohl über den Träumer,
Der Blumen im Winter sah?

Ich träumte von Lieb’ um Liebe,
Von einer schönen Maid,
Von Herzen und von Küssen,
Von Wonne und Seligkeit.

Und als die Hähne krähten,
Da ward mein Herze wach;
Nun sitz’ ich hier alleine
Und denke dem Traume nach.

Die Augen schließ’ ich wieder,
Noch schlägt das Herz so warm.
Wann grünt ihr Blätter am Fenster?
Wann halt’ ich mein Liebchen im Arm?

.

Over Die Winterreise

Luchtfee Suzy met Diamanten

Jij in een bootje dat op een rivier vaart
Langs bomen vol fruit, de lucht lijkt gelei
Meisjesstem roept je, heel traag geef je antwoord
Haar ogen zijn mandala-wijd

Bloemen van geel-groen gekleurd cellofaan
Boven je hoofd hemelhoog
Zoek naar die meid met haar ogen vol zon
Ze is weg

Luchtfee Suzy met diamanten
Luchtfee Suzy met diamanten
Luchtfee Suzy met diamanten
Ah… Ah…

Haar achterna naar een brug bij fonteinen
Waar hobbelpaardvolk punten spekkiestaart snijdt
Blije gezichten, je zweeft langs de bloemen
Die groeien aan alles voorbij

Kranttaxi’s komen eraan op de wal
Komen voor jou, je moet mee
Spring achterin met je hoofd in een wolk
Je bent weg

Luchtfee Suzy met diamanten
Luchtfee Suzy met diamanten
Luchtfee Suzy met diamanten
Ah… Ah…

Jij in een sneltrein die in een station staat
Met spoorlui van speelklei in spiegellivrei
Meisje duikt plotseling op bij het draaihek
Haar ogen zijn mandala-wijd

Luchtfee Suzy met diamanten
Luchtfee Suzy met diamanten
Luchtfee Suzy met diamanten
Ah… Ah…

John Lennon & Paul McCartney | © vertaling: Judy Elfferich
.

Inzending Nederland Vertaalt 2019, niet genomineerd. De genomineerde vertalingen E-N: klik.
Lentedroom, mijn inzending D-N, werd wel genomineerd: klik.

.

De oorspronkelijke tekst:
.

LUCY IN THE SKY WITH DIAMONDS

Picture yourself in a boat on a river,
With tangerine trees and marmalade skies.
Somebody calls you, you answer quite slowly,
A girl with kaleidoscope eyes.

Cellophane flowers of yellow and green,
Towering over your head.
Look for the girl with the sun in her eyes,
And she’s gone.

Lucy in the sky with diamonds,
Lucy in the sky with diamonds,
Lucy in the sky with diamonds,
Ah… Ah…

Follow her down to a bridge by a fountain,
Where rocking horse people eat marshmallow pies.
Everyone smiles as you drift past the flowers,
That grow so incredibly high.

Newspaper taxis appear on the shore,
Waiting to take you away.
Climb in the back with your head in the clouds,
And you’re gone.

Lucy in the sky with diamonds,
Lucy in the sky with diamonds,
Lucy in the sky with diamonds,
Ah… Ah…

Picture yourself on a train in a station,
With plasticine porters with looking glass ties.
Suddenly someone is there at the turnstile,
The girl with kaleidoscope eyes.

Lucy in the sky with diamonds,
Lucy in the sky with diamonds,
Lucy in the sky with diamonds,
Ah… Ah…

.

Over Lucy in the sky with diamonds

Winterse haiku

.
De noordwesterstorm
blaast de rode avondzon
de oceaan in.

Sōseki Natsume (1867-1916) | © vertaling: Judy Elfferich

.

Ets & animatie: Emilie Phuong.

.
Het oorspronkelijke gedicht:

こがらしや 海に夕日を 吹き落とす

In Leestekenland

Bebloede puntkomma - foto (fragment sculptuur Joan Brossa): David Gomez @ Wikimedia Commons, CC by-sa (bewerkt door JudyElf, o.a. toevoeging bloedspatten)

Leestekenland kan niet meer bogen
op een volmaakte maatschappij.

De komma en de punt betogen:
‘Puntkommavolk draagt nooit wat bij!’

Meteen vormt zich een actiefront:
de Weg-met-de-puntkomma-bond.

De vraagtekens zijn weggeslopen,
die houden graag hun opties open.

Snel smoort men tussen accolades
’t gekreun en de jeremiades

van de puntkomma’s, en met haken
voorkomt men dat ze stennis maken.

Dan komt het minteken, en baf!
– het trekt ze van het leven af.

De vraagtekens zijn terug en kijken
hoofdschuddend naar de verse lijken.

Maar ai! de strijd is niet gedaan:
gedachtestreep valt komma aan –

en snijdt hem snoeihard door de hals
zodat hij – na onthoofding – als

puntkomma, dodelijk verwond,
zijn bloed mengt met die op de grond.

Men draagt de beide typen stakkers
in stilte naar de dodenakker.

Wat rest van de gedachtestreepjes
sluit zwijgzaam aan, met zwarte sleepjes.

Het uitroepteken preekt van vrede,
dubbelepunt deelt pepermunt;

bevrijd van komma-achtigheden
sjokt men naar huis: streep, punt, streep, punt…

Christian Morgenstern (1871-1914) | © vertaling: Judy Elfferich
.

Het oorspronkelijke gedicht:
.

IM REICH DER INTERPUNKTIONEN

Im Reich der Interpunktionen
nicht fürder goldner Friede prunkt:

Die Semikolons werden Drohnen
genannt von Beistrich und von Punkt.

Es bildet sich zur selben Stund’
ein Antisemikolonbund.

Die einzigen, die stumm entweichen,
(wie immer), sind die Fragezeichen.

Die Semikolons, die sehr jammern,
umstellt man mit geschwungnen Klammern,

und setzt die so gefangnen Wesen
noch obendrein in Parenthesen.

Das Minuszeichen naht und – schwapp!
Da zieht es sie vom Leben ab.

Kopfschüttelnd blicken auf die Leichen
die heimgekehrten Fragezeichen.

Doch, wehe! neuer Kampf sich schürzt:
Gedankenstrich auf Komma stürzt –

und fährt ihm schneidend durch den Hals –
bis dieser gleich – und ebenfalls

(wie jener mörderisch bezweckt)
als Strichpunkt das Gefild bedeckt!…

Stumm trägt man auf den Totengarten
die Semikolons beider Arten.

Was übrig von Gedankenstrichen,
kommt schwarz und schweigsam nachgeschlichen.

Das Ausrufszeichen hält die Predigt;
das Kolon dient ihm als Adjunkt.

Dann, jeder Kommaform entledigt,
stapft heimwärts man, Strich, Punkt, Strich, Punkt…

Grey Brother’s song for Mowgli

Grijze Broeders lied voor Mowgli, illustratie © Emily Van Overstraeten
© Emily Van Overstraeten, 2e prijs stArt Award 2017

Human arm has cradled you,
human voice sang you to sleep,
red flame-flower kept you warm
Mowgli, until tiger came.

You were reared on wolf milk after
searing flower’s scorching heat
bit into the tiger’s feet:
when we suckled, there was room
to feed you too.

Father wolf and mother wolf
licked you clean with velvet tongues,
living in our cave among us
you became our brother cub.

Mowgli, funny naked frog
without furry coat or tail,
short of snout but nimble-fingered,
panther (who knows humans) paid
a bull for you.

You are not like other creatures:
red spark-flower in your stare
makes us all avert our eyes
Mowgli, master of the fire.

Bear took care of you, he taught you
all the laws and master words,
languages of beasts and birds
and our jungle wisdom, too
as you grew.

All (except some monkey folks
who even kidnapped you one time)
respect you now as one of them
Mowgli, funny naked frog.

For a while you lived with humans,
learned to quack the way they do.
No one understood you there:
frightened of the magic things
you did and knew.

But we jungle-dwellers never
will forget how you came back
after you defeated tiger –
with me, grey brother from your pack.

Mowgli, Mowgli, which are you:
funny wolf or feral man?
Both are true.

Judy Elfferich | © vertaling: Vivien D. Glass

.
Nederlandse versie: Grijze Broeders lied voor Mowgli.

Met dank aan Vivien Glass (klik) voor haar toestemming om de vertaling hier te posten.

Iets unieks

schaapskudde
voor Heinrich Maria Ledig-Rowohlt

Wie vraagt zich nooit af: is dat het leven?
Wie denkt nooit eens: is dan dit het wezen?
Word je wakker, is het al voorbij.
Niks beleefd dan al wat schrijvers schreven,
zie je, dat ben jij.

En je denkt misschien: ik ga ten onder,
naar de afgrond, tot je schrik –:
Eentje uit de grote grijze massa,
hooguit door wat lapwerk ietsje bonter,
zie je, dat ben ik.

Eensklaps komt er dan, terwijl je wandelt,
lucht in het verdichte, barst het ei,
dat van hoed tot schoenen vonken springen:
Die heel eigen slinger, dat wat ongerichte,
dat een tikje zonderlinge,
iets unieks, dat niks of niemand nog verandert:
zie je, dat ben jij.

Peter Rühmkorf (1929-2008) | © vertaling: Judy Elfferich
.

Inzending Nederland Vertaalt 2017, niet genomineerd. De genomineerde vertalingen D-N: klik.
Kleine Weense wals, mijn inzending S-N, werd wel genomineerd: klik.

.

Het oorspronkelijke gedicht:
.

AUF WAS NUR EINMAL IST

Manchmal fragt man sich: ist das das Leben?
Manchmal weiß man nicht: ist dies das Wesen?
Wenn du aufwachst, ist die Klappe zu.
Nichts eratmet, alles angelesen,
siehe, das bist du.

Und du denkst vielleicht: ich gehe unter,
bodenlos und fürchterlich –:
Einer aus dem großen Graupelhaufen,
nur um einen kleinen Flicken bunter,
siehe, das bin ich.

Aber dann, aufeinmalso, beim Schlendern,
lockert sich die Dichtung, bricht die Schale,
fliegen Funken zwischen Hut und Schuh:
Dieser ganz bestimmte Schlenker aus der Richtung,
dieser Stich ins Unnormale,
was nur einmal ist und auch nicht umzuändern:
siehe, das bist du.

Verre landen

Jessie Willcox Smith, Foreign lands
Groot, die kersenboom, en dik.
Wie erin klom? Ja hoor, ik!
Mijn armen stevig om de stam,
ik keek zo ver als ik nooit kwam.

Ik zag de buurtuin van heel hoog,
een bloemenpracht kreeg ik in ’t oog.
En nog meer moois kwam voor de dag
dat ik niet kende of ooit zag.

Ik zag de lucht weerspiegeld in
rivierenblauwe kronkeling;
het stoffig stuiven, heen en weer,
van wegen met hun druk verkeer.

Als ik een hogere klimboom vond
zag ik nog verder in het rond,
tot daar waar de rivier volgroeid
in heel de zee vol schepen vloeit.

Tot waar de weg aan elke kant
nog doorloopt tot in sprookjesland,
waar elk op tijd aan tafel gaat
en al je speelgoed met je praat.

Robert Louis Stevenson (1850-1894) | © vertaling: Judy Elfferich
.

Het oorspronkelijke gedicht:
.

FOREIGN LANDS

Up into the cherry tree
Who should climb but little me?
I held the trunk with both my hands
And looked abroad on foreign lands.

I saw the next-door garden lie,
Adorned with flowers, before my eye,
And many pleasant places more
That I had never seen before.

I saw the dimpling river pass
And be the sky’s blue looking-glass;
The dusty roads go up and down
With people tramping in to town.

If I could find a higher tree
Farther and farther I should see,
To where the grown-up river slips
Into the sea among the ships,

To where the roads on either hand
Lead onward into fairy land,
Where all the children dine at five,
And all the playthings come alive.

Ecce puer

Born, died

Een kind komt voort
uit zwart weleer.
Droef, blij – verward
gaat mijn hart tekeer.

De levende ligt
er vredig bij.
Ontsluit zijn ogen
met medelij!

In jonge adem
op spiegelglas
geschiedt de wereld
die niet was.

Kind dat ik koester:
oud man die ik mis.
U, vader, verliet ik…
Vergiffenis!

James Joyce (1882-1941) | © vertaling: Judy Elfferich
.

Inzending Nederland Vertaalt 2017, niet genomineerd. De genomineerde vertalingen E-N: klik.
Kleine Weense wals, mijn inzending S-N, werd wel genomineerd: klik.

.

Het oorspronkelijke gedicht:
.

ECCE PUER

Of the dark past
A child is born.
With joy and grief
My heart is torn.

Calm in his cradle
The living lies.
May love and mercy
Unclose his eyes!

Young life is breathed
On the glass;
The world that was not
Comes to pass.

A child is sleeping:
An old man gone.
O, father forsaken,
Forgive your son!

.

Over Ecce puer