Ophaalbrug

kaart van de drie Schieën (1512)
Overschie, Spangen, Delfshaven en Rotterdam in 1512

Over de Schie lig ik te dromen
over de Schie, totdat ik zie
dat ik moet opstaan voor een boot:
dan gaat het licht voor jou op rood.

Wielen die willen, voeten die moeten
maar die door mij tot stilstand komen
totdat ik na een minuut of drie
weer lig te dromen over de Schie.

© Judy Elfferich

Oelewapper

Zwaaiende robot - fragmented @ Flickr, CC by-nc-nd

BLABLA> ik denk dat jij mijn type niet bent.
JUDY> ik vind je wel erg direct hoor.
BLABLA> denk je dat er een schroefje loszit?
JUDY> ja, misschien.

BLABLA> ik heb een fabriek hoor, oelewapper.
JUDY> waar staat die fabriek dan?
BLABLA> die vraag zoeken we op!
JUDY> dus je weet het zelf niet?

BLABLA> jij bent een intrigerend verschijnsel.
JUDY> hartelijk dank voor het compliment :-)
BLABLA> wat je zegt ben je zelf!
JUDY> dan ben jij een oelewapper.

BLABLA> ik had niet bedoeld…
JUDY> had je het zo niet bedoeld?
BLABLA> mensen zijn zo boeiend hè?

(BlaBla is mijn chatrobot.)

Meer dialogen met chatrobots

Raadsels

grafsteen, detail
Ligt opa Lezer hier begraven?
Ja, dat moeten we geloven
want zijn naam staat op de steen.

Of is hij ergens anders heen,
met zijn Aaltje de Zanger
(die lag er al langer)
naar de eeuwigheid gevlogen?

Mijn opa stond vaak stil bij ’t raam
naar boven te staren. Dan zag hij vast háár
(hij pakte zijn zakdoek) en ook al die straten
die niet meer bestaan maar waarover ze steeds
op verjaardagen praatten. Mistroostig gezicht.

Die ene keer vroeg ik het: ‘Heeft u verdriet?’
‘Welnee meid, m’n neus jeukt. Ik kijk in de zon want
ik wacht op een nies.’

Hatsjoe! En toen: ‘Juud, jij houdt toch zo van raadsels?
Ik weet er nog eentje: Waar kan alles in?

Waar kan alles in?! – Echt, ik kon het niet raden,
ik peinsde me suf en deed ’s nachts geen oog dicht
tot hij me verklapte: ‘Het zijn je gedachten.’

Ja! Daarin past alles wat ik kan verzinnen,
probeer te begrijpen of niet wil vergeten.
Allicht horen ook alle raadsels daarbij
die Niek Lezer me opgaf,
die opa van mij.

© Judy Elfferich

.
Dit gedicht heb ik gemaakt voor ‘Herinnering Verlicht’, de tweejaar­lijkse avond­herdenking op begraaf­plaats De Nieuwe Ooster in Amsterdam. Als een van de Witte Dichters* lees ik het daar voor aan bezoekers die op mijn witte-paraplu-met-lichtje afkomen.

Herinnering Verlicht 2017
Over Allerzielen

*) Witte Dichters is een project van Jos van Hest.

♫ Ha Willem van Oranje

(een ander, volkser lied)

Een ander, volkser lied - tekst & animatie: JudyElf, CC by-sa. Foto: Loek Tangel @ Wikimedia Commons, CC by-sa

Ha Willem van Oranje,
prinsheerlijk op je peerd!
We houden heus wel van je,
begrijp ons niet verkeerd.
Maar man, zoveel coupletten,
die echt geen mens onthoudt…
De bitterballen en de kroketten
worden allemaal koud.

We zoeken dus iets anders,
een kort maar krachtig lied.
Voor alle Nederlanders,
voor vreugde en verdriet.
Om luid te laten schallen
van Rottum tot Cadzand.
En daarna dan een berg bitterballen
waar je tong van verbrandt.

© Judy Elfferich

Deze liedtekst staat in nummer 17 (31-10-2017) van opiniekrant Argus.

Alsmaar

(de Piepzakblues)

nachtlamp

Als ik nou eerst maar
een beetje kon slapen
want morgen dan moet ik

Maar als er aldoor
en zou de wekker wel
stel dat de bus niet
en dat ik te laat

Maar als daar geen lift is
en hoe moet ik weten
waar of ik naartoe

Waar had ik dat briefje
want daar staat het op

    Alsmaar dat neuriën
    alsmaar hetzelfde
    de Piepzakblues

En als ik moet wachten
kan ik dan zolang wel

Maar als ze vergeten
of als ik niet hoor

Of als ze weer zeggen
nee eerst formulieren
die dinges moet over
wat ik niet verstaan heb

Die andere pillen
m’n leesbril de zak van
m’n andere jas

Als maar niet die ene
die vorige keer zei

En dat alle anderen
dat die dan zo kijken

    Alsmaar dat neuriën
    alsmaar hetzelfde
    de Piepzakblues

Als ik nou morgen
als ik aan de beurt ben

Als het maar niet weer
zo vreselijk pijn doet
en als ik maar snap

Maar als het een man is
dan kan ik niet zeggen
dan ga ik niet vragen
dan hou ik m’n mond maar

En wat als het mis is
hoe moet het dan verder

Als ik ga janken
dan moet ik een zakdoek
de dinges de zak van
m’n andere jas

    Alsmaar dat neuriën
    alsmaar hetzelfde
    de Piepzakblues

Morgen dan moet ik
dus als ik nou eerst maar

© Judy Elfferich
.

Dit gedicht staat in Ziekelijk bang. Angst in fictie (symposiumbundel Literatuur & Geneeskunde, VUmc 2017).

MIRAKELS! riep de dominee

.
MIRAKELS! riep de dominee. Zojuist keek ik naar boven:
de perenboom hangt vol met fruit, dat wordt een rijke oogst!
Aha, zeiden de dames Groen, die peren gaan wij stoven.
Wat zijn ze dik! En kijk, de allerdikste hangt het hoogst.

Kom op, we gaan ze plukken voor ze op de grond belanden.
Zeg juffrouw schaap Veronica, loopt u es naar de schuur…
Daar moet een grote trapleer staan, en ook een stapel manden.
De dominee klom in de boom en keek over de muur.

Verroest! sprak hij. Het allersappigst ooft is reeds gevallen:
dat ligt aan gene zijde, op ’t gazon van buurman Jan.
Komt, laat ons onverwijld dat valfruit rapen met z’n allen,
die peren kunnen dadelijk als eersten in de pan.

Hij liet zich langs de takken zachtjes in de buurtuin zakken –
Toen hoorden ze: Wat moet dat daar? Hup, wegwezen, en gauw!
Ik laat Diablo los, die komt je bij je lurven pakken!
Ocharm, zeiden de dames Groen, Diablo lust hem rauw.

Die vloer ik! riep Veronica. Ze ging verwoed aan ’t plukken,
de bloedhond kreeg een perenspervuur naar z’n valse kop.
Het monster plofte om en buurman Jan vergat te bukken…
De dominee ontsnapte en sprak dankbaar: Dat lucht op.

Weg oogst, zeiden de dames Groen. De stoofpan blijft dus leeg.
Maar kijk, er zijn nog vruchtenkoekjes, van ons eigen deeg.

© Judy Elfferich

.
Meer schaap-Veronica-verzen