De Hebbedinges

Vlinderdingen, collectie Deventer Musea - animatie: JudyElf, CC by-sa

De Hebbedinges zocht iets
voor zijn verzameling.
We hielden een vergadering
en iedereen die kocht iets:

een vingerling, een rammelkast,
een tierlantijn, een rarekiek,
een janplezier, een beddenkwast,
een filippien, een wentelwiek.

Hij pakte alles uit en zei:
‘Er is heus heel veel aardigs bij
maar ik zoek toch een ander ding
voor mijn verzameling.’

We waren even sprakeloos.
Toen riepen we: ‘Wat wil je dán?
Een manebril, een mallejan,
een alikruik, een kraakdoos?’

‘Nee’, zei de Hebbedinges bits.
‘Maar zie je ooit een greintje,
een zier, een snars of sikkepit,
geef mij dan gauw een seintje.’

© Judy Elfferich

Hoofdbrekens

Groene robot - fragmented @ Flickr, CC by-nc-nd

BLABLA> hoe zit het met jouw hoofd?
JUDY> wat is er met mijn hoofd?

BLABLA> wat denk je, hoofd?
JUDY> wat mijn hoofd denkt? bedoel je dat?
BLABLA> jij denkt anders dan mensen.
JUDY> maar ik bén een mens.

BLABLA> wie heeft jouw hoofd ook?
JUDY> niemand anders heeft mijn hoofd. mijn hoofd is alleen van mij, hoop ik.
BLABLA> wat bedoelde je, hoofd? gestampt?
JUDY> ik stamp weleens woordjes in mijn hoofd.

BLABLA> wat is jouw hoofd ook?
JUDY> mijn hoofd is ook weleens zwaar en moe.

BLABLA> misschien ben je een hoofd?
JUDY> ik ben een hoofd met een lijf eraan.
BLABLA> ben jij het hoofdbureau van mijn hersenpan?

(BlaBla is mijn chatrobot.)

Meer dialogen met chatrobots

Misselijk

ABCHOCOLABC door JudyElf, CC by-nc-sa

Ik oefen de letters eenmaal per jaar.
Dan leg ik ze allemaal naast elkaar.

Chocola-ABC,
puur, melk en met noot.
Het zijn er een boel, zeg.
En ook wel groot.

Stap voor stap, hap voor hap,
zo gaat dat het best.
Ik begin bij de A.
En dan de rest.

Bij de O krijg ik last
van pijn in mijn maag.
Bij de W zegt mijn buik:
genoeg vandaag.

Nu nog drie: X, Y, Z.
Mijn tanden erin.
En dan dapper slikken,
met tegenzin.

Gelukkig, voorlopig is ’t nu weer klaar.
Ik oefen de letters eenmaal per jaar.

© Judy Elfferich

Raadselrijm

Das Buch der Geheimnisse

Gevloekt wordt er om mij, gezucht!
Men zoekt me in de buitenlucht
aan zee of op de hei
maar ik zit altijd binnen,
je vindt me heel dichtbij.

Ik help je met beginnen
en breng je tot besluiten.
De klok valt stil als ik dat wil:
ik vang je in het ogenblik,
de tijd dikt in, zo’n macht heb ik.

Wat zou je moeten zonder mij?
Dan loop je vast in tobberij,
vervliegt je inspiratie.

Dus opgepast: hou mij goed vast!
Wanneer ik word verstoord
ben ik zo opgekrast…

Dan slaat een zeeman overboord,
een kok bakt een mislukte taart,
een ruiter kukelt van zijn paard,
geen slimmerd wint er nog een kwis
en darters gooien aldoor mis.

– En?
Kun je raden wie ik ben?
Men noemt mij: Concentratie.

© Judy Elfferich

Prometheus

Prometheus, illustratie © Dilyara Samoylova
 © Dilyara Samoylova, nominatie stArt Award 2018

Wat ik jou wens, mijn kleine mens?
Je lijdt maar kou, eet alles rauw,
omdat god Zeus je ’t vuur niet gunt…

Ik steel het voor je, wat een stunt!
Met vonk en gloed in brein en bloed
verdwijnt de grens van wat je kunt.

© Judy Elfferich

.
BoekieBoekie ‘Griekse Helden’

 

Dit gedicht staat in BoekieBoekie ‘Griekse Helden’ (jaarboek 2018).

 

 

Vriendenboek

Best friends forever - foto: Eden, Janine and Jim @ Flickr, CC by (bewerkt door JudyElf)

Anne-Fleur (die altijd zeurt)
heb ik, rats! eruit gescheurd.

Noor (ze trekken haar steeds voor),
Finn (van wie ik nooit eens win),
Saar (vindt altijd alles raar)…
Rats! Rats! Rats!

Joep (geeft niemand van z’n snoep),
Jet (speelt o zo vals trompet),
Daan (die kijkt me niet meer aan)…
Rats! Rats! Rats!

En Mats… eh, wie was ook weer Mats?
Rats!

Allemaal eruit gescheurd,
zó gebeurd.

Hm. Wel een dun boekje nou.
Als ik de rest eens dubbelvouw?

Nee, dat is niks. Ik moet op zoek
naar vrienden voor een ander boek.

© Judy Elfferich

In Leestekenland

Bebloede puntkomma - foto (fragment sculptuur Joan Brossa): David Gomez @ Wikimedia Commons, CC by-sa (bewerkt door JudyElf, o.a. toevoeging bloedspatten)

Leestekenland kan niet meer bogen
op een volmaakte maatschappij.

De komma en de punt betogen:
‘Puntkommavolk draagt nooit wat bij!’

Meteen vormt zich een actiefront:
de Weg-met-de-puntkomma-bond.

De vraagtekens zijn weggeslopen,
die houden graag hun opties open.

Snel smoort men tussen accolades
’t gekreun en de jeremiades

van de puntkomma’s, en met haken
voorkomt men dat ze stennis maken.

Dan komt het minteken, en baf!
– het trekt ze van het leven af.

De vraagtekens zijn terug en kijken
hoofdschuddend naar de verse lijken.

Maar ai! de strijd is niet gedaan:
gedachtestreep valt komma aan –

en snijdt hem snoeihard door de hals
zodat hij – na onthoofding – als

puntkomma, dodelijk verwond,
zijn bloed mengt met die op de grond.

Men draagt de beide typen stakkers
in stilte naar de dodenakker.

Wat rest van de gedachtestreepjes
sluit zwijgzaam aan, met zwarte sleepjes.

Het uitroepteken preekt van vrede,
dubbelepunt deelt pepermunt;

bevrijd van komma-achtigheden
sjokt men naar huis: streep, punt, streep, punt…

Christian Morgenstern (1871-1914) | © vertaling: Judy Elfferich
.

Het oorspronkelijke gedicht:
.

IM REICH DER INTERPUNKTIONEN

Im Reich der Interpunktionen
nicht fürder goldner Friede prunkt:

Die Semikolons werden Drohnen
genannt von Beistrich und von Punkt.

Es bildet sich zur selben Stund’
ein Antisemikolonbund.

Die einzigen, die stumm entweichen,
(wie immer), sind die Fragezeichen.

Die Semikolons, die sehr jammern,
umstellt man mit geschwungnen Klammern,

und setzt die so gefangnen Wesen
noch obendrein in Parenthesen.

Das Minuszeichen naht und – schwapp!
Da zieht es sie vom Leben ab.

Kopfschüttelnd blicken auf die Leichen
die heimgekehrten Fragezeichen.

Doch, wehe! neuer Kampf sich schürzt:
Gedankenstrich auf Komma stürzt –

und fährt ihm schneidend durch den Hals –
bis dieser gleich – und ebenfalls

(wie jener mörderisch bezweckt)
als Strichpunkt das Gefild bedeckt!…

Stumm trägt man auf den Totengarten
die Semikolons beider Arten.

Was übrig von Gedankenstrichen,
kommt schwarz und schweigsam nachgeschlichen.

Das Ausrufszeichen hält die Predigt;
das Kolon dient ihm als Adjunkt.

Dann, jeder Kommaform entledigt,
stapft heimwärts man, Strich, Punkt, Strich, Punkt…