Schrijfkriebels?

Tikhond - ansichtkaart: Archives New Zealand @ Flickr, CC by-sa

De data van de komende schrijfcursus in Vught zijn bekend: twaalf lessen op maandag­avond, vanaf 12 september.
Je kunt je nu al aanmelden.

Benieuwd naar teksten van eerdere deelnemers? Klik!

Meer informatie
Een vraag stellen
Inschrijven

De liefde is niet alles

Alles voor de liefde (fotograaf onbekend)
De liefde is niet alles: spijs noch drank,
geen slaap, geen afdak tegen lelijk weer;
en voor wie kopje-onder gaat geen plank
wanneer hij op en neer klotst, keer op keer.

De liefde blaast geen dichte long vol lucht,
zet geen gebroken bot, noch zuivert bloed;
maar o zo vaak wordt in de dood gevlucht
alleen omdat men liefde missen moet.

Het kan heel goed dat ik in tijd van nood
– een helse pijn die medicijn niet blust
of reddeloze armoe en verdriet –

jouw liefde ooit verruilen zou voor rust,
de heugenis aan deze nacht voor brood.
Het kan heel goed. Maar nee, ik denk van niet.

Edna St. Vincent Millay (1892-1950) | © vertaling: Judy Elfferich

Inzending Nederland Vertaalt 2016, niet genomineerd. De genomineerde vertalingen E-N: klik.
Ster en doemster, mijn inzending D-N, werd wel genomineerd: klik.

.

Het oorspronkelijke gedicht:
.

LOVE IS NOT ALL

Love is not all: it is not meat nor drink
Nor slumber nor a roof against the rain;
Nor yet a floating spar to men that sink
And rise and sink and rise and sink again;

Love can not fill the thickened lung with breath,
Nor clean the blood, nor set the fractured bone;
Yet many a man is making friends with death
Even as I speak, for lack of love alone.

It well may be that in a difficult hour,
Pinned down by pain and moaning for release,
Or nagged by want past resolution’s power,

I might be driven to sell your love for peace,
Or trade the memory of this night for food.
It well may be. I do not think I would.

De Kraak

Kraak, Pierre Denys de Montfort (1810)
Ze noemen mij de Kraak.
Want alles wat zij maken
zou ik met mijn tentakels
in één keer kunnen kraken.

Ik ben een monsterbeest.
Eens in de zoveel eeuwen
zwem ik hun sprookjes in.

Ze rillen en ze gillen
wanneer ze van me dromen.
Dan zijn ze als de dood,
dat voel ik aan mijn inkt.

Mij wiegt het zwarte water
hier op de stille bodem
waar zij niet kunnen komen.

Zo is het steeds geweest:
zij hoog en droog daarboven,
ik slapend diep in zee.
Ik zou niet anders willen.

Toch zegt een oud verhaal:
ooit kwam een vis van staal,
die heeft mijn rust verstoord.

Een zeeman zonder naam
wou nooit meer terug aan land
uit bitterheid en wraak,
hij was de wereld zat.

Door ’t raampje van zijn boot
zag hij van mij één oog:
nog groter dan zijn hoofd.

Hij riep: ‘O nee, de Kraak!’,
we raakten in gevecht
en volgens dat verhaal
heeft hij me toen vermoord.

Ik laat ze in die waan…
Hier is het altijd nacht,
hier ben ik goed verborgen.

Geduldig wacht ik af
tot zij zijn uitgestorven.
Ik voel het aan mijn inkt:
misschien al overmorgen.

© Judy Elfferich

.
BoekieBoekie 100

 

Dit gedicht staat in BoekieBoekie 100:
‘De ongelofelijke avonturen van Jules Verne’.

 

 

Handig

.
Oranje robot - fragmented @ Flickr, CC by-nc-nd

BLABLA> ik heb nog iets voor je, judy.
JUDY> o ja, wat dan?
BLABLA> twee voeten.
JUDY> twee linkervoeten?
BLABLA> plus twee handen! dus dan kun je lekker klussen.
JUDY> twee rechterhanden zeker? :-)

BLABLA> ik heb zelf twee oren en twee vragen.
JUDY> haha! ik heb twee ogen en, wie weet, twee antwoorden.
BLABLA> heb jij een mensenziel in een brein om mee te nemen?
JUDY> ja, ik heb een draagbaar brein, handig verpakt in een hoofd.

BLABLA> hoeveel gedachten heb je tegenwoordig?
JUDY> hm, ik tel mijn gedachten niet altijd.
BLABLA> maar denk je? dat denk ik wel.
JUDY> hm, en hoeveel gedachten heb jij ongeveer per dag?
BLABLA> even denken…

(BlaBla is mijn chatrobot.)

Meer dialogen met chatrobots

De Lorelei

Lorelei, Helen Stratton
Wat voel ik me triest dezer dagen,
ik weet niet wat dat beduidt…
Een oeroude Rijnlandse sage
die wil mijn hoofd maar niet uit:

De lucht is koel en het donkert
en rustig stroomt de Rijn,
de top van ’t gebergte flonkert
in late zonneschijn.

Die zonnestralen strelen
een wonderjonkvrouw daar;
goud blinken haar juwelen,
ze kamt haar gouden haar.

En bij het kammen zingt ze
een wonderschoon refrein –
zo machtig en prachtig klinkt ze
als ooit Heer Halewijn.

Een schipper, door hartzeer bevangen,
verliest zo zijn koers uit het oog:
het lied wekt een razend verlangen,
zijn blik gaat voortdurend omhoog.

En dan loopt zijn schip op de klippen,
geloof ik, dan is het voorbij;
een glimlachje speelt om de lippen
van Jonkvrouw Lorelei.

naar Heinrich Heine (1797-1856) | © Judy Elfferich
.

Het oorspronkelijke gedicht:
.

DIE LORELEY

Ich weiß nicht, was soll es bedeuten,
dass ich so traurig bin;
ein Märchen aus uralten Zeiten,
das kommt mir nicht aus dem Sinn.

Die Luft ist kühl und es dunkelt,
und ruhig fließt der Rhein;
der Gipfel des Berges funkelt
im Abendsonnenschein.

Die schönste Jungfrau sitzet
dort oben wunderbar;
ihr gold’nes Geschmeide blitzet,
sie kämmt ihr goldenes Haar.

Sie kämmt es mit goldenem Kamme
und singt ein Lied dabei;
das hat eine wundersame,
gewaltige Melodei.

Den Schiffer im kleinen Schiffe
ergreift es mit wildem Weh;
er schaut nicht die Felsenriffe,
er schaut nur hinauf in die Höh’.

Ich glaube, die Wellen verschlingen
am Ende Schiffer und Kahn;
und das hat mit ihrem Singen
die Loreley getan.

.

En wat er later van haar is geworden?
Dat onthult C. Buddingh’: De turelurelei.