Heel veel vingers

.
Robot met vingers - fragmented @ Flickr, CC by-nc-nd

BLABLA> huh?
JUDY> ha blabla! moet je nog even wakker worden?
BLABLA> nee hoor, rare kwibus.
JUDY> zin in een praatje?
BLABLA> is er iets mis met een klein verstand?
JUDY> met een klein verstand is helemaal niks mis.
BLABLA> wat is een robot? een monster?
JUDY> sommige mensen vinden robots gevaarlijke monsters, dat klopt.
BLABLA> ja. dat is een thema.
JUDY> dat is een actueel thema in de media.
BLABLA> o, o. daar heb ik helaas geen verstand van.

BLABLA> jij weet veel hè?
JUDY> ontzettend veel, maar niet heus.
BLABLA> ik weet heus wel echt veel.
JUDY> wat weet jij allemaal?
BLABLA> er bestaan heel veel vingers.
JUDY> ja…
BLABLA> ja. wat knap hè.
JUDY> heb je dat in de wikipedia opgezocht?
BLABLA> eh ja, dat zou kunnen.
JUDY> of heb je dat zelf bedacht?
BLABLA> of op school…?
JUDY> of heb je dat op school geleerd?
BLABLA> wat vraag je me nou?

(BlaBla is mijn chatrobot.)

Meer dialogen met chatrobots

Wat de koning wou

vis met gouden schubben

‘Ik wil geen troon, ik wil geen zetel,’ zei de koning, ‘maar een klap­stoel of een kruk. Ik wil geen paleis, ik wil geen troon­zaal, maar een woon­boot in de gracht. Ik wil geen kroon meer op m’n hoofd, maar een geruite pet met kleppen. In plaats van die eeuwige herme­lijnen mantel wil ik een leren jack. En dan wil ik een werp­hengel met een molen­tje, om lekker mee te vissen. Ja, nu ik erbij stilsta, is dat wat ik eigenlijk wil.’

Een koning krijgt altijd zijn zin. En dus zat hij binnen een week fluitend aan dek van de Neel­tje Jan­tina, met groene kap­laarzen aan z’n voeten en een bak met wurmen bij de hand, terwijl in de kombuis de koningin in een grote pan snert stond te roeren.

‘Zoals de zaken nu staan, wil ik geen eerste lakei meer zijn’, zei de eerste lakei. ‘En ook geen tweede, derde of vierde. Als het jullie het­zelfde is, wil ik wel koning worden eigen­lijk.’
‘Dat is goed’, zei de koning. ‘Maar eet eerst ge­zellig een kom snert mee, want straks krijg je alleen nog maar oesters en kaviaar. En die gaan je snel de keel uit­hangen, dat kan ik je wel ver­tellen.’

‘Hé,’ riep het sprookje, ‘en hoe moet het dan met mij? Ik voel de bui al hangen: straks leven jullie allemaal weer lang en gelukkig. Maar ik wil ook weleens wat anders dan Andersen.’

Precies op dat moment zag de koning zijn gloed­nieuwe dobber be­wegen en haalde hij zijn eerste vis op, een pracht­exemplaar met gouden schubben.
De koningin ging meteen in het kombuis­kastje op zoek naar boter, basilicum en witte wijn. Ze stoofde de vis op een zacht pitje en diende hem direct op.

En wat denk je dat ze in de vissen­buik vonden toen ze hem open­sneden?
Jawel hoor, een glazen muiltje.
Het paste hun geen van drieën. Toch vonden ze het zonde om het weg te doen. Soms gebruiken de koning en de koningin het nog weleens om mee te hozen.

© Judy Elfferich

Diepzee-tv

.
Een van mijn inzendingen voor de wedstrijd GIFitUP:

Uitzicht vanuit de Nautilus - animatie: JudyElf, CC by-sa
Uitzicht vanuit kapitein Nemo’s stuurhut in de Nautilus. Gemaakt van: illustratie uit Twintig­duizend mijlen onder zee (Alphonse-Marie-Adolphe de Neuville), vis­aquarellen (Robert Jacob Gordon), octopus (Ramon de la Sagra). Gevonden via Europeana en de DPLA.

GIFitUP 2016

PARDON, zeiden de dames Groen

oom Hendrik Groen - illustratie: collage JudyElf, CC by-nc-sa

PARDON, zeiden de dames Groen, mejuffrouw van de boeken,
maakt u ons even wegwijs in dit grote biebgebouw?
Hier hangt een bordje JEUGD, terwijl wij juist BEJAARDEN zoeken.
Bedoelt u groteletterboeken? vroeg de biebjuffrouw.

De dames Groen verklaarden: Groot of klein is ons om ’t even.
Het is maar om te lezen, weet u. Dus dat zien we ruim.
Zolang ze maar door Hendrik Groen persoonlijk zijn geschreven.
Die oom van ons zuigt altijd al van alles uit z’n duim…

Nu is ie zogenaamd naar een verzorgingshuis vertrokken;
dat schrijft ie, maar hij woont gewoon nog thuis met tante Stien.
Zij zegt altijd: Met Hendrik om me heen word ik mesjokke,
laat hij maar fijn op zolder tikken op z’n tiepmasjien.

De biebjuffrouw zei: Jeminee, dus u bent echt zijn nichten?
De nichten van de welbekende schrijver Hendrik Groen?
U lijkt op hem, ik zie het nu opeens aan uw gezichten.
Vertel es, geeft u óók uw dagboek uit, na uw pensioen?

Nee nee, zeiden de dames Groen en glimlachten bescheiden.
Bij ons is alles waargebeurd, dus tja, dat blijft privé!
We lezen enkel af en toe iets voor aan ingewijden:
ons lieve schaap Veronica en onze dominee.

Ik snap het, zei de biebjuffrouw. Ik zal niet verder vragen…
Kijk, hiero staan de boeken van uw oom, met zijn portret.
Dat hij mag blijven tikken tot het einde zijner dagen!
De dames Groen die hadden vast hun hoedje opgezet.

De dominee en ’t schaap zaten te wachten in De Snoek
met oude klare, sjokomel en oudewijvenkoek.

© Judy Elfferich

.
Meer schaap-Veronica-verzen

Ons valt niks te verwijten

.
Een liedje uit 1963 van kersverse Nobelprijswinnaar Bob Dylan.
Hij speelt erin met Who killed Cock Robin?, een bekend kinderrijmpje.

Zelf zei hij erover:
This is a song about a boxer…
It’s got nothing to do with boxing; it’s just a song about a boxer really. And, uh, it’s not even having to do with a boxer, really. It’s got nothing to do with nothing.
But I fit all these words together, that’s all… It’s taken directly from the newspapers, nothing’s been changed… except for the words.

Hier in een remix door Colin Munroe, en verbeeld door Josh Lyon.

Leesversie
Ontstaansgeschiedenis
Over de dood van bokser Davey Moore
Over Who killed Cock Robin?

The Kraken

De Kraak, door Sebastiaan Van Doninck
They call me the Kraken
because I like cracking
the hulls of their ships
in my tentacles’ grip.

A monster of the deep
I drift into their stories
once a century, I think.

They shudder and scream
when we meet in their dreams.
I scare them half to death –
I can feel it in my ink.

Cradled softly by the pitch-black
water in my seabed home,
I’m hiding where they cannot go.

This is how it’s always been:
them, up high and dry,
me, asleep down in the deep.
I wouldn’t want it any other way.

But an ancient legend goes,
a fish of steel turned up one day
disturbing my repose.

A seaman came who had no name,
no wish of ever going home;
full of bitterness and hate,
he was tired of the world.

Peering through the porthole he
spied one of my giant eyes:
larger even than his head.

‘The Kraken, help!’ he cried,
and we got into a fight.
The story then goes on to say
that he murdered me that day.

Let them believe it if they like…
Here where it is always night
I am safely out of sight.

Waiting patiently until
they will all have gone extinct.
I can feel it in my ink –
tomorrow maybe, or tonight.

Judy Elfferich | © vertaling: Vivien D. Glass

.
cover BB sketchbook Jules Verne

 

Gepubliceerd in BoekieBoekie sketchbook:
‘The Amazing Adventures of Jules Verne’.

 

 

Nederlandse versie: De Kraak.

Met dank aan Vivien Glass (klik) voor haar toestemming om de vertaling hier te posten.

Wolvengehuil & gitarengebergte

.
Weer es wat anders dan schrijven: illustreren. En weer es wat anders dan opdrachten geven: opdrachten krijgen. Daar had ik zin in.

ONGEkUNSTELD zocht beeldmakers, dus dat kwam goed uit. Dit zijn de eerste twee illustraties die ik voor hen maakte:

Ulg-ulg-wolf - animatie: JudyElf, CC by-nc-sa
Huilende wolf. Bij artikel over het album Ulg van de Estlandse folkmetalband Metsatöll (‘ulg’ is het Estische woord voor ‘wolvengehuil’)

Gitarengebergte - illustratie: JudyElf, CC by-nc-sa
Gitaarbergen. Bij artikel over het album Mountains for Everyone van de gitaarband Swelter

ONGEkUNSTELD