De Kraak

Kraak, Pierre Denys de Montfort (1810)
Ze noemen mij de Kraak.
Want alles wat zij maken
zou ik met mijn tentakels
in één keer kunnen kraken.

Ik ben een monsterbeest.
Eens in de zoveel eeuwen
zwem ik hun sprookjes in.

Ze rillen en ze gillen
wanneer ze van me dromen.
Dan zijn ze als de dood,
dat voel ik aan mijn inkt.

Mij wiegt het zwarte water
hier op de stille bodem
waar zij niet kunnen komen.

Zo is het steeds geweest:
zij hoog en droog daarboven,
ik slapend diep in zee.
Ik zou niet anders willen.

Toch zegt een oud verhaal:
ooit kwam een vis van staal,
die heeft mijn rust verstoord.

Een zeeman zonder naam
wou nooit meer terug aan land
uit bitterheid en wraak,
hij was de wereld zat.

Door ’t raampje van zijn boot
zag hij van mij één oog:
nog groter dan zijn hoofd.

Hij riep: ‘O nee, de Kraak!’,
we raakten in gevecht
en volgens dat verhaal
heeft hij me toen vermoord.

Ik laat ze in die waan…
Hier is het altijd nacht,
hier ben ik goed verborgen.

Geduldig wacht ik af
tot zij zijn uitgestorven.
Ik voel het aan mijn inkt:
misschien al overmorgen.

© Judy Elfferich

.
BoekieBoekie 100

 

Dit gedicht staat in BoekieBoekie 100:
‘De ongelofelijke avonturen van Jules Verne’.

 

 

Handig

.
Oranje robot - fragmented @ Flickr, CC by-nc-nd

BLABLA> ik heb nog iets voor je, judy.
JUDY> o ja, wat dan?
BLABLA> twee voeten.
JUDY> twee linkervoeten?
BLABLA> plus twee handen! dus dan kun je lekker klussen.
JUDY> twee rechterhanden zeker? :-)

BLABLA> ik heb zelf twee oren en twee vragen.
JUDY> haha! ik heb twee ogen en, wie weet, twee antwoorden.
BLABLA> heb jij een mensenziel in een brein om mee te nemen?
JUDY> ja, ik heb een draagbaar brein, handig verpakt in een hoofd.

BLABLA> hoeveel gedachten heb je tegenwoordig?
JUDY> hm, ik tel mijn gedachten niet altijd.
BLABLA> maar denk je? dat denk ik wel.
JUDY> hm, en hoeveel gedachten heb jij ongeveer per dag?
BLABLA> even denken…

(BlaBla is mijn chatrobot.)

Meer dialogen met chatrobots

De Lorelei

Lorelei, Helen Stratton
Ik voel me zo triest dezer dagen,
maar vraag me niet wat dat beduidt…
Een oeroude Rijnlandse sage
die wil mijn hoofd maar niet uit:

De lucht is koel en het donkert
en rustig stroomt de Rijn,
de top van ’t gebergte flonkert
in late zonneschijn.

Die zonnestralen strelen
een wonderjonkvrouw daar;
goud blinken haar juwelen,
ze kamt haar gouden haar.

En bij het kammen zingt ze
een wonderschoon refrein –
zo machtig en prachtig klinkt ze
als ooit Heer Halewijn.

Een schipper, door hartzeer bevangen,
verliest zo zijn koers uit het oog:
het lied wekt een razend verlangen,
zijn blik gaat voortdurend omhoog.

En dan loopt zijn schip op de klippen,
geloof ik, dan is het voorbij;
een glimlachje speelt om de lippen
van Jonkvrouw Lorelei.

naar Heinrich Heine (1797-1856) | © Judy Elfferich
.

Het oorspronkelijke gedicht:
.

DIE LORELEY

Ich weiß nicht, was soll es bedeuten,
dass ich so traurig bin;
ein Märchen aus uralten Zeiten,
das kommt mir nicht aus dem Sinn.

Die Luft ist kühl und es dunkelt,
und ruhig fließt der Rhein;
der Gipfel des Berges funkelt
in Abendsonnenschein.

Die schönste Jungfrau sitzet
dort oben wunderbar;
ihr gold’nes Geschmeide blitzet,
sie kämmt ihr goldenes Haar.

Sie kämmt es mit goldenem Kamme
und singt ein Lied dabei;
das hat eine wundersame,
gewaltige Melodei.

Den Schiffer im kleinen Schiffe
ergreift es mit wildem Weh;
er schaut nicht die Felsenriffe,
er schaut nur hinauf in die Höh’.

Ich glaube, die Wellen verschlingen
am Ende Schiffer und Kahn;
und das hat mit ihrem Singen
die Loreley getan.

.

En wat er later van haar is geworden?
Dat onthult C. Buddingh’: De turelurelei.

Maartje

Smurfenblauwe bril
Iedereen is gek op Maartje
met haar eekhoornrode staarten
en haar smurfenblauwe bril.

Kijk, daar komt alweer een rij
jongens om verkering vragen.

‘Yo!’ roept Maartje. ‘Yes, ik wil.
Hihi, haha, 1 april,
dikke kikker in je bil!’

En ze rent ze hard voorbij –
want Maartje van Schagen
die gaat al vijf dagen met mij.

© Judy Elfferich

Daar is-ie, hatsjie!

Maarts viooltje
DAAR IS-IE

Lente laat zijn blauwe lint
zwierig door de luchten zweven;
zoet-vertrouwde geuren geven
kietelend het land een hint.
Maarts viooltje droomt:
binnenkort ontluik ik.
– Hoor, van ver
een wijsje zacht en loom!
   Lente, daar ben jij!
Jou ja! voel en ruik ik.

Eduard Mörike (1804-1875) | © vertaling: Judy Elfferich
.

HATSJIE

Lente laat zijn lauwe wind
grasduinend door velden zweven;
bloesemende bomen geven
kietelend mijn neus een hint.
Maarts viooltje droomt,
wil met hommels dollen.
— Voel alweer
zo’n snot- en tranenstroom!
   Lente, bah, hatsjie!
Jij weer met je pollen.

© Judy Elfferich
.

Het oorspronkelijke gedicht:
.

ER IST’S

Frühling lässt sein blaues Band
wieder flattern durch die Lüfte;
süße, wohlbekannte Düfte
streifen ahnungsvoll das Land.
Veilchen träumen schon,
wollen balde kommen.
– Horch, von fern
ein leiser Harfenton!
   Frühling, ja du bist’s!
Dich hab’ ich vernommen!

De metamorfose van meneer Samsa

.
Toen Gregor Samsa op een ochtend uit onrustige dromen ontwaakte, bemerkte hij dat hij in zijn bed in een kolossaal stuk ongedierte was veranderd…

Zandanimatie uit 1977 door Caroline Leaf.

Over Franz Kafka
Over Die Verwandlung / De gedaanteverwisseling
Het verhaal in de Nederlandse vertaling van Nini Brunt